Skip to main content

Identititeitsfraude ongedaan gemaakt

De Christian Science Heraut - 16 juli 2015

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 6 april 2015 editie van de Christian Science Sentinel.


Tijdens mijn vakantie werd er geld gestolen van mijn betaalrekening. Ik had nog 7 dollar en wat los geld over. Ik had gehoord over identiteitsdiefstal en dat criminelen iemands persoonlijke gegevens gebruiken om zichzelf te verrijken, dus ik gaf eerst mijzelf de schuld omdat ik mijn creditcardgegevens telefonisch had opgegeven zonder er zeker van te zijn dat de beller legitiem was. Ik voelde me aangevallen en was woest.

Wat me hielp om deze gevoelens meester te worden, was dat ik me vaak in gebed tot God keerde. De Bijbel vertelt ons: “God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtig bevonden een Hulp in benauwdheden” (Psalmen 46:2). Op deze belofte vertrouwde ik, ondanks dat het verlies onherstelbaar leek.

Het bedrag op mijn bankrekening was voor mij alleen maar een teken van het goede dat me geschonken was door een liefdevolle Vader-Moeder, God. Een van de gedachten die in me opkwam was dat niets wat goed is werkelijk verloren kan gaan of gestolen kan worden, want het goede dat God geeft is geestelijk is en niet stoffelijk. God is oneindig en wij kunnen nooit gescheiden worden van Hem.

Een paar regels uit een gedicht van May Baker Eddy waren ook helpend: “Wacht, heb meer lief bij haat, en vrees geen leed, /Want onze God is goed, verlies is baat (zie gezang 207). Ik moest dus meer liefhebben bij haat. De daden van degenen die me bestolen hadden waren beslist niet liefdevol, maar ik wilde God dienen en het goede ontdekken dat ik van deze ervarig kon leren.

Ik begreep ook dat God, de goddelijke Liefde, niet passief is. Eddy koppelt Liefde vaak aan Beginsel, een ander synoniem voor God en de oorsprong van elke ware wet. Ik zag dat deze ervaring mij de gelegenheid gaf om het altijd aanwezige goede, dat God ons rechtstreeks toebedeelt, beter te begrijpen en een zegen te verwachten.

Gesterkt door dit gebed, meldde ik het voorval aan mijn bank. De manager blokkeerde direct mijn creditcard en betaalrekening, maar de bank kon de frauduleuze kosten niet terugbetalen totdat de zaak grondig was onderzocht. Dat was slecht nieuws, want het gestolen bedrag was groot en er stond vrijwel niets meer op mijn rekening.

Hoe rampzalig dit ook leek, ik voelde dat ik mijn blik moest richten naar een hogere autoriteit, naar het goddelijk Beginsel, God. Ik wist dat God almachtig en alom-tegenwoordig is, vol genade en liefde; ook rechtvaardig en wijs. Denkend aan Jezus’ werk, herinnerde ik me dat hij ieder van ons opdroeg onze naaste lief te hebben als onszelf, en hij zei, dat onze schulden ons vergeven zijn als wij onze schuldenaren vergeven.

Ik zie het niet als een beperking maar als proactief, te vertrouwen dat God, het goede, voorziet in alles wat we nodig hebben. Er werd niet van me gevraagd hebzuchtig of oneerlijk gedrag te vergeven, maar alleen te vergeven. Ik moest me realiseren dat de personen die zich in de misdaad hadden begeven in werkelijkheid Gods idee zijn, en hen toevertrouwen aan Gods bestuur. Ik wist dat zij alles reeds bezitten wat zij nodig hebben door hun eigen inherente, onverbroken relatie met Gods goedheid.

Mary Baker Eddy, de Ontdekster en Grondlegster van Christian Science, schrijft: “ ‘Dat degenen die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede,’ is een uitspraak van de Bijbel” (Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, blz. 444). Ik heb God lief en verwacht dat Zijn rechtvaardigheid dagelijks gedemonstreerd wordt in mijn eigen leven zowel als in het leven van anderen.

Toen ik aanspraak maakte op mijn recht te zien dat alle dingen meewerken ten goede, schoot me te binnen dat de bankmanager had gevraagd of ik een bepaalde betaling had gedaan via de bank. Weliswaar waren alle betalingen geblokkeerd, maar er stond nog een “betaling in behandeling” op mijn online bankafschrift. Ik belde het telefoonnummer dat eronder stond en vertelde de persoon die de telefoon beantwoordde dat iemand anders mijn creditcard had gebruikt voor deze aankoop. De firma had de koopwaar nog niet verzonden en annuleerde de bestelling onmiddellijk. Zij bedankten mij dat ik hun een toekomstig dispuut over die betaling bespaarde.

Hoewel ik dankbaar was voor deze ontwikkeling die de diefstal ongedaan maakte, kon ik nog steeds een gevoel van moedeloosheid over de hele situatie niet van me afzetten. Op een bepaald moment ging ik bij de pakken neerzitten, maar kwam weer op gang door vol te houden dat gebed effectief werkt in ieder onderdeel van ons leven, en dat dit gedemonstreerd moet worden. Ik overdacht de momenten toen er persoonlijke dingen waren zoekgeraakt of gestolen, en hoe ze vlug werden teruggevonden door gebed alleen.

Mary Baker Eddy schreef een treffende passage in haar leerboek van Christian Science: “... zij, die een inzicht in Christian Science hebben zullen de misdaad in toom houden. Zij zullen de dwaling helpen uitwerpen. Zij zullen wet en orde handhaven en blijmoedig de zekerheid van uiteindelijke volmaaktheid afwachten” (Wetenschap en Gezondheid, blz. 97).

Ik kon “blijmoedig de zekerheid van van uiteindelijke volmaaktheid afwachten”, door op God te vertrouwen als Waarheid en goddelijk Beginsel om schadeloosstelling en de oplossing teweeg te brengen. Ik was dankbaar voor iedereen met wie ik tot nu toe in contact was geweest. Ook begreep ik beter dat zelfs de personen die deze misdaad begingen een relatie hebben met God, het goede, omdat hun ware wezen afstamt van God. Deze gedachtengang hielp me gehoorzaam te zijn aan Jezus’ opdracht: “Hebt uw vijanden lief” (Mattheüs 5:44). Ik had het vertrouwen dat op een zeker moment het gebod “Gij zult niet stelen” (Exodus 20:15) tot hun zou doordringen.

Ik bleef bidden en was waakzaam. De volgende dag stond er een andere afschrijving op mijn online bankafschrift, uit een gebied duizenden mijlen verweg. Onmiddellijk nam ik contact op met de plaatselijke autoriteiten aldaar en lichtte hen in over het diefstalrapport van mijn bank. De personen met wie ik sprak zeiden dat ze een onderzoek zouden instellen en andere autoriteiten inlichten. Ik was dankbaar dat gerechtigheid verder doorwerkte.

Deze ervaring maakte dat ik rustiger en met meer geduld mijn zoektocht naar een God vol van genade, rechtvaardigheid en waarheid voortzette. Tegen het einde van de week (niet het aantal weken dat mijn bank had voorspeld voor hun onderzoek), werden alle bedragen die van mijn rekening waren gestolen aangevuld, en de autoriteiten van drie districten werkten samen om de criminelen op te sporen.

Gebed openbaarde mij dat mijn ware identiteit als Gods geliefde kind niet beroofd, aangetast, verminderd of uitgeput kon worden, ongeacht het saldo van mijn bankrekening. Ieder van ons is geschapen als Gods geliefde kind. God houdt Zijn kinderen eerlijk door hun eenheid met het goddelijk Beginsel. Wij kunnen ons allemaal veilig voelen als we ons constant identificeren als Gods eerlijke kind dat Zijn leiding gehoorzaamt. Bovendien kunnen we verwachten dat goedheid, vriendelijkheid en rechtvaardigheid de overwinning behalen.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.