Skip to main content

George de neushoorn

De Christian Science Heraut - 18 september 2015

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 20 juli 2015 editie van de Christian Science Sentinel.


Eindelijk was Jayden oud genoeg om samen met zijn vader naar Zuid-Afrika te gaan om zijn grootouders te bezoeken. Hij was zo blij dat hij meteen zijn koffer inpakte  – hoewel het nog wel even duurde voor ze op reis zouden gaan!

Jayden vond het zo fijn om zijn grootouders weer te bezoeken omdat ze op een boerderij woonden met wilde dieren. Een van zijn favoriete dieren was George de neushoorn. Het was heel moeilijk om hem overdag in de struiken te vinden, maar Jayden wist dat George en een paar neushoornvrouwtjes iedere avond zouden komen om een bezoek te brengen aan het meertje bij het huis.

Jayden zou dan vlug in bad gaan, zijn pyjama aandoen en op de veranda gaan zitten achter het huis en geduldig wachten om George te zien. Oma zou hem zijn avondeten brengen en het was altijd dan, terwijl hij zat te eten, dat hij George uit het bos bij het meertje tevoorschijn zag komen. Jayden vond het leuk om naar George te kijken die zijn voer opat dat voor hem was neergelegd. Als George klaar was met eten zou hij in de modder gaan liggen en genieten van zijn eigen soort bad!

Jayden wist dat George vaak naar de tuin kwam om te slapen, en dat opa en oma het niet erg vonden als hij op bezoek kwam. (Jayden wist ook dat de mensen niet te dicht bij George mochten komen, omdat ze zijn ruimte moesten respecteren). George zou rondom het huis gras eten en daarna gaan slapen onder het slaapkamerraam van opa en oma.

Oma vond het leuk om Jayden het verhaal te vertellen over toen George begon een heel stoute neushoorn te zijn ... tenminste dat dacht iedereen. Hij begon de ruiten van het huis te breken. Het was heel angstig om middenin de nacht wakker te worden met glasscherven overal en een grote neushoorn die je aanstaarde! Niemand kon begrijpen waarom George plotseling zo ondeugend was.

Opa en oma wisten niet wat ze moesten doen. De mensen zeiden dat als neushoorns ondeugend worden, je ze soms weg moet doen, maar opa en oma wilden dat niet.

Oma ging altijd bidden als er iets niet goed was. Ze kreeg vaak genezende gedachten uit haar twee favoriete boeken, de Bijbel en Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift van Mary Baker Eddy. Zij schrijft op blz. 444: “Laten wij getrouw de weg door Christus wijzen, zoals wij die begrijpen, maar laten wij tevens zorg dragen altijd ‘een rechtvaardig oordeel‘ te oordelen en nooit lichtvaardig te veroordelen”. Dit is wat oma in haar gebeden deed. Ze haastte zich niet om George te veroordelen of te beschuldigen. Ze wist dat God alle dingen geestelijk had geschapen en begreep dat deze mooie dieren op de boerderij geestelijke uitdrukkingen van God waren. Ze werden bestuurd door Zijn wijsheid en liefde. Dat betekende dat George ook bestuurd werd door God en hij de mogelijkheid had om goed te zijn en in harmonie te leven op het land.

Oma had geleerd dat er altijd een oplossing is voor ieder probleem omdat God altijd de bestuurder is van Zijn ideeën. Dus oma vroeg God om haar naar de juiste oplossing te leiden. En het duurde niet lang of het werd haar duidelijk wat hier aan de hand was.

Op een avond waren er enkele vrienden gekomen die bleven eten. Toen ze naar huis gingen liepen opa en oma met hun mee naar de auto. Aan de buitenkant van het huis waren lichten die aangingen als er iets bewoog in het donker. Die lichten gingen aan toen opa en oma hun vrienden uitzwaaiden. Toen oma terug naar het huis liep zag ze haar weerspiegeling in het raam. Dat was het antwoord!

Oma besefte dat iedere keer als George ’s avonds kwam om gras rondom het huis te eten, de lichten aangingen en hij zijn weerspiegeling in het raam zag. Hij dacht dat het een andere neushoorn was die er aankwam en hem uitdaagde, dus … krak! … raam kapot! Hij was onschuldig, vertelde oma aan Jayden, en ze hoefden George dus helemaal niet weg te doen. Hij was niet ineens “stout” geworden. Dat was alleen maar iets dat veel mensen hadden geloofd. Bijna iedereen had hem veroordeeld zonder dat ze de waarheid hadden vastgesteld. Oma was zo dankbaar dat haar begrijpen van God, Gemoed, haar naar het antwoord had geleid. Dit was een hele goede les in het niet-geloven wat je ogen je laten zien, en om tot God te gaan met onze moeilijkheden. We moeten rechtstreeks naar God gaan in ons gebed om de waarheid te ontdekken.

De volgende dag liet opa alle buitenlichten weghalen, en George heeft nooit meer een ruit gebroken. En weet je wat nog meer? Jayden kon George blijven “bezoeken”.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.