Skip to main content

De rijkdom van genezing

De Christian Science Heraut - 13 november 2015

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 2 november 2015 editie van de Christian Science Sentinel.


De ontdekking van goud kan zelfs niet tippen aan de vergelijking met de waardevolle geestelijke inzichten die zich in mijn gedachten ontvouwen tijdens mijn studie van Christian Science. Het licht van inspiratie is als een stralende ster wanneer ik mij in gebed tot God keer. 

Enige tijd geleden toen ik in alle rust en stilte neerzat om te proberen een ontsteking in mijn been te genezen, daagde het plotseling in mijn gedachten dat mijn been weinig te doen had met de genezing die ik zocht. Ik besefte dat de gewenste gezondheid al bestond in het goddelijk Gemoed. Dit was een gelegenheid om Gods zorg voor mij en voor Zijn gehele schepping beter te leren kennen, en ik kon verwachten dit nieuwe begrijpen gemanifesteerd te zien in een lichamelijke genezing.

In “de wetenschappelijke verklaring van het zijn” schrijft Mary Baker Eddy: “Er is geen leven, waarheid, intelligentie noch substantie in de stof. Alles is oneindig Gemoed en zijn oneindige manifestatie, want God is Alles-in-alles” (Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, blz. 468). Die woorden had ik vaak eerder gehoord en gelezen, maar nu hadden zij een nieuwe strekking. Nooit tevoren leken zij meer liefdevol, en nimmer waren zij meer betekenisvol geweest.

Uiteindelijk begreep ik dat ik geestelijk was en altijd zal zijn. Mijn volmaaktheid bestaat in God en was niet aangetast door een verkeerde opvatting die zich voordoet als een ongezonde toestand in mijn been. Als Gods idee was ik vrij van pijn en was dat altijd geweest, en ik kon niet in de verleiding worden gebracht te geloven dat enige disharmonie macht zou kunnen hebben, laat staan machtiger zijn dan God.

Elke van deze gedachten die mij toestroomden vervulden mij met dankbaarheid. Ik begreep dat mijn identiteit in God is en niet in een fysiek lichaam. Ik zat niet vast aan een fysiek probleem waarbij ik probeerde mijzelf als geestelijk te zien om mijn lichaam gezond te maken. De stof deed er niet toe. Ik moest begrijpen dat God mijn onfeilbare hulpbron is (zie Psalmen 46:1), en dat deze waarheid nooit weggenomen kan worden. Het geloof aan ontsteking raakte me niet en zou me nooit treffen.

Iedere keer als het pijngevoel in me opkwam, herkende ik het onmiddellijk als iets dat ontzenuwd kon worden – een agressieve mentale suggestie, geen werkelijk verschijnsel. Ik weigerde de stof te raadplegen voor mijn welzijn. Ik wist dat het fysieke beeld machteloos was en mij de wet niet kon voorschrijven over mijn geestelijke vooruitgang.

Ik dacht aan het bijbelverhaal waar een koninklijk hoveling naar Jezus toekwam om hulp te vragen voor zijn zoon die op sterven lag. Jezus zei tegen de man dat zijn zoon leefde en gezond was. De man ging naar huis en ontdekte dat zijn zoon genezen was op hetzelfde moment dat de vader met Jezus sprak (zie Johannes 4:46-53).

Jezus zag het kind nooit. Hij hoefde niet naar hem toe te gaan om er zeker van te zijn dat de jongen werkelijk gezond was. Jezus wist dat alleen God, niet de stof, de intelligentie en macht had hem in te lichten over leven. Leven is God. Jezus had een absoluut vertrouwen in God en hij wist dat het kind nooit onderworpen was aan stoffelijke wetten die hem ziek konden maken en lieten sterven. Het bevestigen van deze waarheid was alles wat nodig was om de God-gegeven, onvernietigbare gezondheid van de jongen aan het licht te brengen. Ik moest hetzelfde doen. Het was opbeurend dit te beseffen. Er was geen macht in mijn been die pijn of zwelling kon veroorzaken. Ik behoorde geheel toe aan God, en omdat ik Zijn kind ben, behoorde Zijn volmaaktheid mij toe. Hoe kon ik ooit anders zijn dan volmaakt?

De gedachte kwam in me op dat dit geloof aan ontsteking weleens zijn oorzaak kon hebben in onrustige gedachten en gevoelens. Ik ging na of ik enige boosheid of kritiek koesterde en ontdekte meteen dat ik gekwetste gevoelens had over een relatie die niet goed leek te gaan. Ik moest pijnlijke herinneringen oplossen en Gods goedheid gaan zien in ieder onderdeel van mijn leven – en dat is precies wat ik deed. Ik wilde niet dat er iets anders dan liefde van mij uitstraalde.

Ik wist dat ik genezen was zelfs voordat mijn been er weer goed uitzag. Ieder spoor van angst of zorg was mentaal aangepakt, en het was gewoon niet mogelijk dat de toestand met mijn been mij kon raken of me angst kon aanjagen. Ik wist dat het stoffelijke beeld in werkelijkheid een verkeerd mentaal begrip was, dat geen andere keus had dan te verdwijnen in het licht van mijn toenemend begrijpen van God. In minder dan een week was de fysieke genezing inderdaad compleet.

Als resultaat van deze complete genezing heb ik nu een volkomen nieuwe zienswijze over het leven. Als ik de woorden hoor: ”Er is geen leven, waarheid, intelligentie noch substantie in de stof,” weet ik dat mijn vrijheid eeuwig is en niets te maken heeft met de stoffelijke zintuigen. Volmaaktheid is ongeschonden, voor mij en voor iedereen – altijd.

Marilyn Wickstrom,
Palm Harbor, Florida, VS

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.