Skip to main content

Geconfronteerd met de echtscheiding van mijn ouders

De Christian Science Heraut - 25 september 2017

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 7 augustus 2017 editie van de Christian Science Sentinel.


Ik zal de eerste keer dat ik thuiskwam van kamp nooit vergeten. Nadat mijn ouders me van het vliegveld hadden opgehaald, gingen we naar het park en daar vertelden ze mij dat ze gingen scheiden. Ik was volkomen uit het veld geslagen en diep geschokt. Direct gaf ik mezelf de schuld van de echtscheiding omdat ik naar kamp was gegaan. Na die tijd als mijn moeder me iedere zomer vroeg of ik weer naar kamp wilde, zei ik altijd nee omdat ik bang was dat als ik wegging ik bij thuiskomst weer zo’n dreun zou krijgen.

Uiteindelijk ging ik toch naar kamp terug en toen ik daar voor het eerst weer was begreep ik niet waarom ik het zo lang had vermeden, want er waren tijdens het kamp geen pijnlijke ervaringen waar ik bang voor was geweest, en ook niet daarna. Het volgend jaar ging ik weer naar kamp zonder enige angst of twijfel.

Dat jaar had ik veel te leren. Ik nam deel aan een speciaal programma en we hadden enorm veel plezier. We waren één grote familie. Maar hoewel ik mijn angst had overwonnen om naar kamp terug te gaan, werd door deze harmonische ervaring de trieste herinnering aan de thuiskomst met slecht nieuws van een paar jaar geleden weer opgerakeld. Ik begon zomaar ineens te huilen en snikte iedere keer als ik aan mijn vader dacht. Gedurende de twee weken van de cursus hadden we activiteiten zoals de touwbaan, rivier-rafting, kamperen en hoewel ik een heerlijke tijd had werd ik afgeremd door die herinnering.

Op een dag gingen we mountainbiken. Het was voor mij de eerste keer dat ik dit deed en ik vond het heel opwindend. De omgeving was adembenemend mooi en vervulde mij met ontzag over Gods verbazingwekkende schepping. Ik voelde me zo dankbaar dat ik daar deel van was.

Aan het eind van de rit toen ik het steilste stuk van de berg afreed vloog ik uit een scherpe bocht en viel midden tussen de cactussen. Ik had een korte broek aan en mijn been zat vol cactusnaalden, maar het lukte me de berg verder af te dalen en terug naar het kamp te rijden. Ik ging naar de Christian Science verpleegafdeling en belde een Christian Science practitioner om voor me te bidden. Ik wilde die cactusnaalden uit mijn been hebben, maar er was geen beweging in te krijgen.

Na op veel manieren te hebben geprobeerd om ze te verwijderen, realiseerde ik me dat ik moest bidden. Toen ik bad begon ik in te zien dat die cactusnaalden net zo in me vastzaten als de nare herinneringen over mijn vader zich in me hadden vastgezet. Al die willekeurige huilbuien waren een er een teken van dat ik klaar was af te rekenen met de echtscheiding en met alle onopgeloste emoties.

Wat me echt hielp was het artikel “Taking Offense” [Aanstoot nemen] in Miscellaneous Writings 1883-1896 (blz. 223—224) van Mary Baker Eddy. De tekst die me bijzonder trof was: “De mentale pijl afgeschoten uit iemand anders boog is nagenoeg onschadelijk, tenzij onze eigen gedachte hem voorziet van weerhaken.”

Deze passage hielp me te realiseren dat de ervaring uit het verleden geen effect hoefde te hebben op mijn tegenwoordige ervaringen. Wat vroeger was gebeurd had geen macht.

Later op de avond kwamen alle naalden eruit nadat een van de verpleegsters mijn been had laten weken in het bad. Ik was dankbaar, maar mijn been was nog wel erg pijnlijk.

De volgende ochtend om 3.30 uur werd onze kampgroep wakker en maakten we ons klaar om een berg in de buurt te beklimmen. Het viel me niet mee met mijn zere been de steile paden op te gaan en over rotsen te klauteren en ik stond de hele dag op het punt in huilen uit te barsten. Maar toen we eenmaal de top hadden bereikt, werd ik vervuld met ontzag voor de prachtige omgeving en de manifestatie van Gods werk overal om me heen.

We hadden 45 minuten voor onszelf. Sommigen deden een dutje, anderen hadden een snack, maar ik besloot om “de pijl te ontdoen van de weerhaken.”

Toen we 45 minuten later begonnen met de afdaling liet ik bewust de nare herinneringen achter op de top en voelde alle haat en verdriet van mijn schouders vallen. De waarheid is dat Gods liefde altijd bij me is geweest, ik kan er niet van gescheiden worden. Liefde heeft ons nooit verlaten toen mijn vader ons alleen liet. Liefde heeft mij nooit verlaten in kamp, en Liefde heeft mij nooit verlaten toen ik aan het mountainbiken was. En omdat God, de goddelijke Liefde, mijn echte Vader is, doet het er niet toe wie er komt of wie er weggaat in mijn leven, ik zal altijd veilig zijn en er zal altijd voor me gezorgd worden.

Toen ik de berg afdaalde huppelde ik de hele weg en zong liedjes uit een Broadway show. De pijn was over en mijn been was helemaal genezen. Terwijl ik wist dat God werkelijk alles bestuurt vergat ik niet wat er allemaal was gebeurd, maar ik was eindelijk vrij van alle gevolgen. En ik zag er niet tegenop  om naar huis terug te gaan.

Dit was zo’n indrukwekkende genezing en ik ben zo dankbaar voor wat ik ervan geleerd heb.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.