Skip to main content

Christian Science genezing: niet onuitlegbaar, geen wonder

De Christian Science Heraut - 25 september 2017

Oorspronkelijke gepubliceerd in de juli 2017 editie van The Christian Science Journal.


Vele jaren geleden, lang voordat ik iets wist van Christian Science, opende ik het schuifraam in mijn slaapkamer toen opeens het schuifkoord afbrak. Het raam denderde keihard naar beneden op mijn handen, waarbij allebei mijn duimen kwamen vast te zitten. Ik probeerde het raam te bewegen met mijn kin, maar het was erg zwaar en het bleek onmogelijk. Ik schreeuwde om hulp, maar ik was alleen thuis en er was niemand om het te horen. In volledige wanhoop riep ik luid met een verlangend hart, “O God, help mij alstublieft!”

Bijna direct aansluitend voelde ik, dat mijn duimen waren bevrijd. Aanvankelijk zaten er deuken in, maar die verdwenen snel en ik hield er geen verwondingen aan over. Dit was een grote opluchting voor mij, omdat ik destijds een piano uitvoering instudeerde.

Ik kon echt niet begrijpen hoe ik was bevrijd—het  leek onuitlegbaar, als een wonder in reactie op mijn oprechte smeekbede tot God. Misschien zoals veel andere mensen, dacht ik altijd, dat God soms ingrijpt in het stoffelijke scenario en ons helpt en geneest. Achteraf bekeken zie ik het bevrijden van mijn duimen als een aanwijzing, dat wij allen ons voordeel kunnen doen met Gods liefdevolle zorg, wanneer wij Hem met heel ons hart erom vragen. Zelfs wanneer wij er ons niet van bewust zijn; God is altijd bij ieder van ons aanwezig. Het incident wees er ook op, dat de stof niet substantieel is, omdat de stof zich duidelijk anders gedroeg dan dat het volgens de stoffelijke wet onafwendbaar had moeten doen.

Een aantal jaren later, nadat ik de studie in Christian Science had opgepakt, begreep ik, dat God Liefde is, en dat “de dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, mogelijk [zijn] bij God” (Lukas 18:27), en dat de stof inderdaad niet substantieel is, omdat substantie in werkelijkheid geestelijk is, niet stoffelijk.

Ik leerde, dat er achter geestelijke genezing een Wetenschap schuilgaat—de  goddelijke Wetenschap—zodat wat voor de menselijke zintuigen een wonder lijkt in werkelijkheid het natuurlijk bewijs van God is, onze hemelse Vader, die voor Zijn kinderen zorgt. God kent ons alleen, zoals Hij ons heeft geschapen—als Zijn volmaakt, geestelijk nageslacht—en waakt op alle momenten liefdevol over ons. Deze op de Bijbel gebaseerde Wetenschap wordt uitgelegd door de Ontdekster van Christian Science, Mary Baker Eddy, in haar boek Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, waarin staat: “Het wonder der genade is geen wonder voor Liefde. Jezus heeft zowel het onvermogen van lichamelijkheid als het oneindig vermogen van Geest gedemonstreerd en daarmee de dwalende, menselijke zinnen geholpen eigen overtuigingen te ontvluchten en een toevlucht te zoeken in de goddelijke Wetenschap” (blz. 494).

Dit boek bestuderend bracht de betekenis onder mijn aandacht van de twee verschillende verhalen over de schepping in het boek van Genesis en het was zeer verhelderend mij te realiseren, dat beide versies niet waar kunnen zijn, omdat ze lijnrecht tegenover elkaar staan. Het eerste verhaal (hoofdstuk 1) vermeldt, dat het werk van God geestelijk was en voltooid, en dat het zeer goed was. Aan de andere kant verklaart Wetenschap en Gezondheid het tweede verhaal (hoofdstuk 2) als stoffelijk, niet geestelijk, met als doel ons te leren “nooit geloof te hechten aan een leugen” (blz. 540). Dat betekent, dat wat wij vanuit een stoffelijk standpunt zien of ervaren, niet hetgeen is, dat God, die Geest is, heeft gemaakt. God kan niets maken, dat niet gelijk aan Geest is, Zijn eigen substantie; en daarom hebben zulke stoffelijke denkbeelden geen werkelijk bestaan.

Daarom moeten wij ons verdiepen in het geestelijke feit van wat onze geliefde Vader-Moeder God weet en demonstreert in plaats van te geloven wat de lichamelijke zintuigen beweren. Dit stelt ons in staat het bewijs van de goedheid van de schepping van God in ons eigen leven te zien.

Op deze geestelijke basis verrichtte Christus Jezus veel genezend werk. Sommigen beschouwen deze werken als wonderen, maar het goddelijk Beginsel lag eraan ten grondslag. Jezus zag de mens met zijn door God gegeven geestelijke zin. Zijn begrijpen van de geestelijke feiten van het zijn, losten op natuurlijke wijze de illusies op van de lichamelijke zintuigen die de mens als sterfelijk presenteren, inclusief alle beweringen over ziekte en zonde.

Jezus genas bijvoorbeeld een keer een mens met een verdorde hand (Markus 3:1-5). Mary Baker Eddy schrijft het volgende over deze genezing: “Jezus boog niet voor het menselijk bewustzijn en niet voor het bewijs van de lichamelijke zintuigen. Hij besteedde geen aandacht aan de bespotting: ‘Die verdorde hand lijkt heel echt en voelt heel echt;’ maar hij kapte deze ijdele opschepperij af en vernietigde menselijke trots door het stoffelijk bewijs weg te nemen” (Unity of Good, blz 11). Hoe nam hij dit weg? Door naar de mens te kijken met zijn door God gegeven geestelijke zin.

De eeuwige geestelijke werkelijkheid, waarvan Jezus op deze wijze getuigde en het bewijs leverde, kan door een ieder van ons met de door God gegeven geestelijke zin worden waargenomen. Dit heeft niets met blind geloof te maken. Het is stap voor stap leren hoe en waarom wij op God kunnen vertrouwen en kunnen bouwen op een groeiend begrijpen van de ware natuur van God en Zijn volmaakte idee, de mens (hiermee worden wij allemaal bedoeld). Dit stelt ons in staat niet alleen genezing voor onszelf te vinden, maar ook voor onze medemens en te leren, dat zulke genezingen geen bovennatuurlijke gebeurtenissen zijn; ze verwijderen illusies door de ware door God gegeven volmaaktheid van de mens aan het licht te brengen, die door vervalste stoffelijke geloofsvormen omgekeerd lijkt te zijn.

Als wij over onszelf slechts als stervelingen denken, die in een stoffelijke wereld leven, gescheiden van God, kunnen wij problemen tegenkomen, waarvoor wij geen oplossing  vinden en die geen uitweg lijken te hebben.

Maar zoals in de Psalmen staat, “In de dag van mijn benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij” (86:7). Wanneer wij oprecht verlangen om onze Vader-Moeder God beter te leren begrijpen, komen wij tot een beter inzicht van wat wij in werkelijkheid zijn als geestelijke schepping van de goddelijke Liefde, en zullen wij ontdekken, dat God in staat is ons te bevrijden van stoffelijke rampspoed. Wij hoeven dus niet op wonderen te hopen; wij kunnen naar deze belofte luisteren, eveneens in Psalmen: “Omdat hij Mij zeer bemint, spreekt God, zo zal Ik hem uithelpen; Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam. Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren; in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn. Ik zal er hem uittrekken, en zal hem verheerlijken. (91:14,15).

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.