Skip to main content

Gestolen auto teruggevonden

De Christian Science Heraut - 5 december 2014

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 3 februari 2014 editie van de Christian Science Sentinel.


Op een zaterdagochtend toen ons gezin met de weekendactiviteiten begon, kwam mijn vrouw binnen met de vraag waar een van onze auto’s was. Verbluft ging ik met onze twee zoontjes naar de carpoort naast ons huis en tot onze verbazing was de auto weg – gestolen die nacht, terwijl hij vlakbij onze voordeur stond. Omdat onze jongens getuige waren van de diefstal, hoopten mijn vrouw en ik dit voorval tot een demonstratie te maken van Gods zorg voor ons gezin. Door ons tot God te wenden konden we verwachten dat de situatie opgelost zou worden en we zouden zien dat God voor ons zorgt. We belden een Christian Science practitioner die direct met ons begon te bidden.

Een politieagent kwam om een rapport op te maken. Hij zei dat het model van onze auto zeer gewild was bij autodieven voor de onderdelen en dat het mogelijk was dat de auto, mocht hij al worden teruggevonden, niet meer in bruikbare staat zou zijn. Toen ik de verzekeringsmaatschappij belde werd me opnieuw verteld dat onze auto waardevol was voor dieven en waarschijnlijk voorgoed verdwenen was. Iedere keer als ik dit argument hoorde verklaarde ik de waarheid, dat we nooit slachtoffer kunnen zijn van statistische gegevens over misdaden of voorspellingen van verlies, maar alleen onderworpen zijn aan Gods wet.

Mary Baker Eddy verklaart in Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift: “Houd voortdurend aan deze gedachte vast, dat het de geestelijke idee, de Heilige Geest en Christus is, die u in staat stelt met wetenschappelijke zekerheid de regel van genezing toe te passen, welke gegrond is op zijn goddelijk Beginsel, Liefde, die alle ware zijn draagt, dekt en omvat” (blz. 496). Ik hield vast aan het idee dat als de “wetenschappelijke zekerheid“ van het goede en harmonie werkelijk was, willekeurig kwaad en bedrog niet mogelijk zijn.

We besloten gewoon door te gaan met onze normale zaterdagse activiteiten. Iedere keer als de gedachte bij me opkwam dat de auto gestolen was bevestigde ik dat God alles onder controle had en het alwetend goddelijk Gemoed een volledige oplossing zou geven. Tegen het middaguur had ik een groot gevoel van vrede over deze gebeurtenis. Toen ging de telefoon. Het was de officier van de plaatselijke politie die vertelde dat onze auto in goede staat gevonden was op een verlaten plek in het bos, zo’n 30 mijl hier vandaan. Een afgevaardigde politieman zou ons daar ontmoeten, en we konden de auto meenemen.

Na een lange rit op een met bomen omzoomde kronkelige grindweg, kwamen we uiteindelijk bij de politieman die op ons stond te wachten bij onze auto. Hij vroeg of ik wilde zien waar hij de auto had gevonden. Het was een kwart mijl terug in het bos langs een oud, overgroeid houthakkerspad. Terwijl we daar naar toe liepen merkte hij op dat we geluk hadden dat de auto ontdekt was. Ik vertelde hem dat we in ons gezin bidden voor dergelijke dingen en hij glimlachte naar me. Op de verlaten plek aangekomen, vroeg ik me af hoe het mogelijk was dat hij de auto daar had kunnen vinden. 

Hij legde uit dat hij eerder op de dag een telefoontje had gekregen over een situatie in deze omgeving die niets te maken had met ons geval, en dat hij het gevoel had gekregen op onderzoek te moeten uitgaan. Toen hij daar aankwam zag hij een oude hoed aan een struik hangen en iets vertelde hem daar het bos in te lopen. Hij ontdekte het smalle houthakkerspad en voelde dat hij het moest volgen, en dat deed hij. En bijna onzichtbaar tussen de bomen zag hij de achterkant van een auto. Hij maakte radiocontact om uit te vinden of de auto was gestolen, en kreeg het bericht door dat dit inderdaad het geval was, waarop hij de auto naar de weg reed. Alleen het contactslot was beschadigd; de auto was in goede staat om naar huis te rijden. Toen we het bos uitliepen, bedankte ik de man voor zijn werk en hij zei, dat hij blij was “deel te kunnen zijn van beantwoord gebed.”

Op dezelfde dag, ’s middags om 3 uur, stond onze auto weer in de carpoort. Naderhand kreeg ik een afschrift van het politierapport. Het is belangrijk op te merken dat het eerste rapport dat de officier die dag had opgemaakt, eindigde met de verklaring “zaak gesloten/aanwijzingen uitgeput.” Nu moest hij een officieel aanvullend rapport maken met de verklaring dat de auto was teruggevonden.

Van deze ervaring leerde ik dat voor God een zaak nooit gesloten is. De auto stond op zo’n extreem verlaten plek dat hij menselijk gezien nooit gevonden zou zijn. Gezien vanuit het standpunt van de werkelijkheid van het zijn, dat Jezus leerde en demonstreerde, is geen enkel idee ooit buiten het alwetend goddelijk Gemoed. Mijn gezin en ik zijn heel dankbaar voor toegewijde Christian Science practitioners en de waarheid die we leren in Christian Science.

Daniel Block
Bainbridge Island, Washington, VS

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.