Skip to main content

Breken met de aantrekkingskracht van pornografie

De Christian Science Heraut - 6 oktober 2014

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 18 juni 2007 editie van de Christian Science Sentinel.


ECHTGENOOT VINDT DE LIEFDE DIE GENEEST

Mijn hele volwassen leven heb ik geworsteld met het onder controle houden van mijn seksuele begeerten. Toen ik in mijn huwelijk een normale seksuele relatie had, waren er geen problemen, maar toen die relatie minder werd, wendde ik mij tot pornografisch materiaal op internet om seksuele bevrediging te vinden. Zoals ik het nu bekijk, was dat een slecht besluit. Bijna elke dag keek ik naar pornografie zonder mij zorgen te maken over de gevolgen voor mijn welzijn. Een enkele keer kwam die gedachte wel bij mij op, maar ik kon geen weerstand bieden aan de impuls om toch te kijken.  

Enkele jaren geleden toen ik met mijn kinderen op stap was – tegen beter weten in want ik had een ernstige griep onder de leden – viel ik flauw in het openbaar vervoer. De ambulance werd gebeld en de hulpverleners die me onderzochten, adviseerden mij om direct naar het ziekenhuis te gaan in verband met een hartafwijking. In plaats daarvan koos ik voor behandeling door Christian Science en belde een practitioner om voor mij te bidden. Kort na dit incident, realiseerde ik mij hoe het fysiek en mentaal met mij was gesteld en dat ik geen genegenheid meer koesterde voor mijn vrouw.

De daaropvolgende twee jaren gaf ik veel minder toe aan de behoefte om naar pornografische beelden te kijken, maar ik was er nog niet van bevrijd. Ik deed oprecht mijn best om weer een liefdevolle relatie met mijn vrouw op te bouwen en dat ging goed, maar kon beter. Als gevolg van mijn lijden en geestelijke groei door mijn studie in Christian Science was ik er uiteindelijk kiaar voor om de behoefte aan pornografie definitief de rug toe te keren. Tijdens mijn worsteling om van deze bedrieglijke aantrekkingskracht af te komen, constateerde ik in toenemende mate fysieke problemen en kreeg een beter inzicht over wat Mary Baker Eddy heeft geschreven: “De gezonde zondaar is de verstokte zondaar” (Wetenschap en Gezondheid, pag. 404). Ik realiseerde mij, dat mijn lijden alleen maar het bewijs was van de weerstand van het stoffelijk gemoed tegen zijn eigen vernietiging. Ik kan nu duidelijk het verband zien tussen mijn daden en de fysieke gevolgen. Mijn hart was ziek door een gebrek aan puurheid, zachtaardigheid en genegenheid.

In april 2001 kreeg ik weer last van mijn hart. Nadat ik een Christian Science practioner had gebeld voor een behandeling door gebed, voelde ik lichamelijk verlichting. Maar veel belangrijker voor mij was, dat de behoefte om naar pornografie te kijken volledig verdween. Sindsdien heb ik de verleiding om in mijn oude gewoonte terug te vallen, kunnen afweren en overwinnen. De verleiding diende zich aan onder het mom van “alleen maar even kijken” om er zeker van te zijn, dat er echt geen reactie was bij het kijken naar pornografische beelden. Deze vorm van “spelen met vuur” is ook door gebed geheel vernietigd. Sinds die tijd heb ik geen symptomen van de hartafwijking meer ondervonden.

De laatste tijd is het een van mijn grootste wensen om puurheid te laten zien. Tijdens de donkerste uren voelde ik vaak, dat er een verandering in mijn gedachten moest plaatsvinden. Zelfs de meest geestelijke man op aarde werd in verleiding gebracht, maar Christus Jezus was niet onder de indruk van de verleidingen van dwaling of zonde, want hij begreep zijn geestelijke superioriteit over het geloof in zonde. Tot het moment dat mensen de geestelijke werkelijkheid en zijn goddelijke Wetenschap volledig accepteren, zullen er verleidingen zijn. Wij kunnen de gevoeligheid voor deze verleidingen overwinnen door ons te realiseren, dat de man en vrouw, door God geschapen als Zijn gelijkenis, niet door dwaling of zonde kan worden aangetrokken.

Onderstaande woorden van Eddy beschrijven mijn vrijmakingsproces van de verslaving aan internet pornografie: "Blijdschap, omdat wij de misleidende mijlpalen achter ons laten en vreugde, omdat wij ze zien verdwijnen – deze gemoedsstemming draagt ertoe bij dat wij de volkomen harmonie sneller bereiken. De loutering van de zinnen en van het eigen ik is een bewijs van vooruitgang” (Wetenschap en Gezondheid, pag. 324).

Naam achtergehouden

VANUIT HET GEZICHTSPUNT VAN DE ECHTGENOTE

De onschuld van een mooie, liefdevolle en zorgzame vriendschap vernieuwt het kinderlijk vertrouwen in het goede van Gods schepping. Maar soms worden wij in de tegenovergestelde richting geduwd, naar lust, dat het denken van een mens binnendringt gelijk een woeste storm en die de natuurlijke geestelijke goedheid van iemand verhult. Pornografie is een van deze verkeerde aantrekkingskrachten, die de gedachte weghoudt van onze natuurlijke onschuld en die gedachte verpest met vertekende beelden, wat tot immorele behoeften en daden aanzet kan geven en in extreme gevallen zelfs tot crimineel gedrag. Onze familie is slachtoffer geworden van de schadelijke gevolgen van pornografie, totdat wij ons tot God hebben gewend om onze aangeboren eigenschappen door geestelijke reiniging en vergeving in ere te herstellen.

Mijn man en ik zijn in het huwelijksbootje gestapt met oprechte beloften en ik kon niet vermoeden, dat immoreel gedrag onze relatie zou binnensluipen. Toen mijn man voor het eerst een video had gehuurd met harde seks, haalde ik mijn schouders op in de aanname, dat het ‘een typisch mannending is om te doen’. Er sloop echter een kilte in ons huwelijk toen zijn belangstelling steeds vaker uitging naar makkelijk bereikbaar pornografisch materiaal op internet. Ik wist niet, dat deze belangstelling in pornografie zo subtiel iemands gedachte kan beïnvloeden en ongemerkt blijft groeien, totdat die ware liefde en geluk afbreekt.

Op een avond liepen onze jonge kinderen de studeerkamer binnen en zagen hun vader naar een computerbeeldscherm kijken met foto’s van pornovrouwen. Ik ging tegen hem tekeer en zei, dat hij onze onschuld had bezoedeld en de relatie met mij en zijn kinderen had verwoest. De schade leek niet te repareren en ik wilde een scheiding.

Mijn man verontschuldigde zich en ofschoon wij hadden besloten bij elkaar te blijven, verliepen de daaropvolgende maanden heel moeizaam. Ik nam het hem kwalijk, dat hij de zuiverheid van ons huis had besmet. Hij heeft nooit een buitenechtelijke relatie gehad, maar zijn aandacht voor pornografie was net zo walgelijk en onacceptabel – een vorm van virtueel en mentaal overspel, die net zo immoreel is als een buitenechtelijke affaire. Jezus zei: ”U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft” (Math. 5:27, 28 HSV).

Zodoende hoopte ik op meer dan een verontschuldiging. Ik wilde een verandering in gedrag zien. De wet van God verlangt een verandering in denken en handelen, voordat de zonde is vergeven. Gedurende die tijd drong er langzaam ook iets over mijn eigen gedachten tot mij door. Zolang ik mijn man als zondaar zag, kende ik macht toe aan de zonde en dit betekende, dat deze in strijd zou kunnen zijn met de macht van de enige en almachtige God. Ik moest mijn man als de geestelijke idee van God gaan zien, die niet kan zondigen, niet gehypnotiseerd kan zijn om Gods geboden te overtreden. Geen enkele vergankelijke verleiding kan hem wegtrekken van zijn natuurlijke aantrekking tot de goddelijke Liefde. Zijn identiteit kon alleen maar geestelijk en zuiver zijn, zoals God hem heeft gemaakt. 

De ontdekkingen van Mary Baker Eddy maken de zuiverheid van de geestelijke mensheid duidelijk. Zij schrijft: “God schept de mens volmaakt en eeuwig naar Zijn eigen beeld. Daarom is de mens het beeld, de idee, of gelijkenis van volmaaktheid – een ideaal dat niet kan wegvallen van zijn inherente eenheid met de goddelijke Liefde, van zijn smetteloze zuiverheid en oorspronkelijke volmaaktheid” (The First Church of Christ, Scientist, and Miscellany, pag. 262). 

Door zijn gebeden en pogingen om van de verslaving aan internet pornografie af te komen en mijn bereidheid om hem in zijn zondeloze natuur te zien, begon zijn hang naar pornografie af te nemen. Ik wist dat ik mijn man uiteindelijk zou moeten vergeven, maar het was niet makkelijk om het verleden los te laten. De eis om hem te vergeven leek wel een test om te laten zien, dat ik zijn geestelijke puurheid werkelijk begreep. Eddy schreef ook: “Wij erkennen, dat Gods vergiffenis van zonde bestaat in de vernietiging van zonde en in het geestelijk begrijpen, dat het kwaad als onwerkelijk uitwerpt” (Wetenschap en Gezondheid, pag. 297). Wanneer de Christus zonde vernietigt en kwijtscheldt, moeten wij ook elkaar vergeven; dus gehoorzaam aan dit goddelijk voorschrift, vergaf ik mijn man. Sindsdien heeft hij geen pornografie meer bekeken op internet of ergens anders, en ik ben dankbaar voor zijn genezing van de hartafwijking.

Als gevolg van ons verhelderd beeld van God en de geestelijke mens is de onschuld van onze intieme relatie teruggekeerd. Als wij nu te maken hebben met andere uitdagingen, dan, in plaats van deze ons huis te laten binnendringen, bid ik om Gods aanwezigheid en macht te weten, en Zijn vermogen om Zijn eigen schepping in stand te houden. Ons wederzijds vertrouwen in het goddelijk Gemoed als de enige besturende macht in onze ervaringen heeft harmonie in ons gezin gebracht. 

De integriteit van ons huwelijk werd gedurende deze periode zwaar op de proef gesteld. Maar door onze puurheid, en onze eenheid met de goddelijke Liefde te begrijpen, hebben wij het vermogen ontwikkeld om verleidingen te weerstaan, niet te oordelen over anderen als zondaars en te vergeven – en deze geestelijke groei bracht genezing.

Naam achtergehouden 

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.