Skip to main content

Een verandering op kantoor

De Christian Science Heraut - 24 september 2014

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 8 juli 2013 editie van de Christian Science Sentinel.


Ik zat in mijn kantoor en ik kon duidelijk door de dunne muren het boze geschreeuw horen. De vorige middag was dat ook gebeurd, en de middag daarvoor – en de middag dáárvoor.

Ik werkte bij een klein advertentiebureau, waar ik was aangenomen nadat ik met mijn hele hart had gebeden om werk te vinden. Voordien werkte ik voor een non-profit bedrijf, dus de overgang naar een for-profit bedrijf was een hele uitdaging. Maar omdat ik er zeker van was dat God mij in deze positie had geplaatst om Hem te eren, paste ik me vlug en vreugdevol aan bij het snelle werktempo, produceerde winstgevende resultaten en ontweek beginnersfouten die de klanten geld hadden kunnen kosten – of mij mijn ontslag.

Ik heb geleerd dat God ons nooit in een positie plaatst waar Hij Zijn zegeningen niet vermenigvuldigt en  uitstort over ons en over degenen om ons heen. Eén zegening vond al meteen plaats tijdens een bijeenkomst op de dag dat ik aangenomen werd, toen de president van het bedrijf, een forse ex-hockeyspeler die we Murray zullen noemen, royaal aanbood mij de advertentie-business te leren. Ik was getroffen, maar ook verrukt over dat aanbod.

En leren deed hij mij! Geduldig gaf hij mij iedere dag waardevolle zakelijke en levenslessen waar ik later gebruik van maakte. Maar waar, vroeg ik me af, was de zegening voor Murray? Ik was aan het leren dat, zoals het boek van Jesaja het verwoordt: “Het werk der gerechtigheid zal vrede zijn; en de werking der gerechtigheid zal zijn gerustheid en zekerheid tot in eeuwigheid” (32:17) – en ik stond op het punt om uit te vinden dat dit ook voor Murray zou gelden. 

Toen ik mijn baan begon werd mij een kamer gegeven naast die van hem. Ondanks dat Murray een goedgezinde familieman was met een groot hart en een vrolijke lach, kon hij ook onverwachts woede-aanvallen krijgen. Vaak waren die gericht op media-vertegenwoordigers die hij incompetent vond. En als hij tegen iemand bulderde had zijn stem een luide, diepe galm die overal in het kleine gebouw waar we werkten gehoord en gevoeld kon worden.

Nadat ik zo’n zes maanden had gewerkt, begon ik te merken dat Murray steeds langer wegbleef van zijn lunchpauze. Iets leek hem dwars te zitten, maar ik wist niet wat. Het viel me ook op dat hij dronk – veel zelfs – en als hij terugkwam op kantoor zijn adem naar alcohol rook.

Als Murray dronken terugkeerde naar kantoor (zijn lunches duurden van 12 tot 3) stormde hij langs mijn kamer, smeet de deur achter zich dicht, greep de telefoon, en schreeuwde bijna altijd tegen de persoon aan de andere kant van de lijn – meestal media-vertegenwoordigers, belangrijke verkopers en zelfs onze klanten.

Op een middag, nadat dit gedrag een week had geduurd, bereikten zijn hevige uitbarstingen een hoogtepunt. Ik besloot toen dat het drama moest ophouden. Omdat ik nog in training was vond ik dat het niet mijn taak was om Murray te confronteren met zijn gedrag. Maar ik wist dat ik dit gedrag niet langer mocht accepteren als een normaal deel van Gods mens. Dus belde ik een Christian Science practitioner om met mij te bidden.

Toen ik van wal stak met mijn verhaal over Murray en zijn gedrag, stelde de practitioner kalm voor dat ik de woorden van Jezus zou herhalen – de woorden die hij sprak toen hij op zee was en er een storm opstak – “Vrede, weest stil” (Markus 4:39; volgens de King James bijbelvertaling). Ze voegde eraan toe: “Ik wil dat je deze woorden net zolang blijft herhalen tot je ze voelt en ervan overtuigd bent.”

Toen ik de telefoon neerlegde begon ik keer op keer in gedachten te herhalen “Vrede, wees stil”. De eerste 20 keer waren het alleen maar woorden. Maar hoe meer ik me bewust werd van Gods altijd-aanwezige stilte en vrede, des te meer ik me één voelde worden met die vrede. Al spoedig hield ik op met het herhalen van de woorden – ze waren niet meer nodig – want een bijna onbeschrijfelijk gevoel van vrede nam bezit van mij. Ik dompelde me helemaal onder in deze door God gegeven mentale staat, ik voelde hoe ik erdoor veranderd werd. Eerst was er een zekere mentale omslag. Ik voelde me niet langer verbonden met mijn veroordeling, bezorgdheid en vrees, want die pasten niet meer in deze mentale staat. Daarna was ik me niet meer bewust van mijn omgeving, ook niet van het geschreeuw en het drama in het kantoor naast me, want ik voelde de zekerheid van Gods directe nabijheid. Uiteindelijk wist ik dat ik in volmaakte harmonie was met de vrede van God waar ik om vroeg.

“Als Geest of de macht van de goddelijke Liefde van waarheid getuigt,” schrijft Mary Baker Eddy in Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, “is dat het beslissende woord, de wetenschappelijke weg, en de genezing komt ogenblikkelijk tot stand” (blz. 411). Dit was een zaak van Geest zelf die getuigenis aflegde van de waarheid, en ik was ter plekke genezen van mijn vrees en bezorgdheid.

Deze wonderbaarlijke geestelijke gedachtenstaat zal een minuut of tien hebben geduurd. Een zacht klopje op mijn deur bracht me terug tot het besef dat ik op mijn werk was en aan mijn bureau zat.

In de deuropening stond Murray. Hij stond daar zwijgend, keek naar me en krabde op zijn hoofd. Hij had een verbaasde uitdrukkking op zijn gezicht alsof hij wilde zeggen: Wat is er net gebeurd?” Eén ding was duidelijk, hij was kalm, vredig, keek helder uit zijn ogen – en niet meer dronken. Ook leek hij ootmoedig. In feite waren we dat allebei.

De rest van de dag verliep in volkomen vrede. En wat het allerbeste was, Murrays dronken uitbarstingen waren voorbij. De weerspiegeling van Gods vrede had onze kantooromgeving gereinigd. De andere werknemer heeft nooit iets gezegd over deze nieuwe kalme atmosfeer in het kantoor – misschien wist ze niet wat ze moest zeggen. En Murray zei ook nooit een woord tegen me over dit gebeuren. Maar gedurende de volgende drie maanden van mijn werk daar, voordat ik mijn eigen bureau opende, kwam hij nooit meer dronken naar zijn werk. Noch hoorde ik hem ooit zijn stem verheffen tegen iemand. 

Deze onschatbare ervaring toonde me dat ons geestelijk verheven bewustzijn degenen opheft die rondom ons zijn, zoals het vloedwater alle boten optilt. Ik bad niet speciaal voor Murray – in feite focuste ik die middag niet op hem of op het drama dat zich afspeelde. Ik geloof dat God de ware noodzaak wist, en de geestelijke atmosfeer in het kantoor reikte de stilte aan die Murrays hart nodig had.

In een toespraak voor haar leerlingenbijeenkomst in 1899, legde Mary Baker Eddy uit hoe iemands mentale staat invloed heeft op anderen en hun zegent. Zij zei: “Leerlingen zijn moreel verantwoordelijk om in zichzelf iedere dwaling op te lossen, en dan zal deze verdwijnen bij de patiënt” (Yvonne Caché von Fettweis en Robert Towsend Warneck, Mary Baker Eddy, Christian Healer, Amplified Edition, blz. 395). Murray was weliswaar niet mijn “patiënt”, maar de ervaring toonde me, in overeenkomst met bovenstaande, dat toen ik Gods gedachten mijn bewustzijn liet binnenstromen, deze mij ophieven boven veroordeling, vrees en bezorgdheid, en de kantooratmosfeer evenredig. Dus of we nu  te maken hebben met woedende mensen of een vijandige relatie, we kunnen onze gedachten openstellen voor Gods altijd-aanwezige, genezende liefde. De goddelijke Liefde verandert alle “inwendige” wanklanken en dat resulteert in “uitwendige” verandering en harmonie.


David Fowler woont in Santa Cruz, Californië, VS.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.