Skip to main content

Een volmaakt hart

De Christian Science Heraut - 11 maart 2014

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 8 juli 2013 editie van de Christian Science Sentinel.


Ruim een jaar geleden raakten mijn man en ik onze zorgverzekering kwijt die via de collectieve verzekering van de werkgever was afgesloten. Dus moesten wij er zelf een afsluiten. Mijn echtgenoot die geen Christian Scientist is, had een uitgebreide medische voorgeschiedenis. Maar omdat ik geen recente medische geschiedenis had verlangde de verzekeringsmaatschappij dat ik een volledig fysiek onderzoek zou ondergaan.

Ofschoon ik mij al jarenlang niet ziek had gevoeld of lichamelijke problemen had gehad, toonden de resultaten van het onderzoek en de EKG aan dat ik een vergevorderde vorm van hartziekte had. De verzekeringsmaatschappij omschreef de ziekte als ongeneeslijk, onbehandelbaar en waarschijnlijk fataal. Ze lieten me ook weten dat ik hierdoor waarschijnlijk niet in aanmerking zou komen voor een ziektekostenverzekering.

Aanvankelijk was ik stomverbaasd over de diagnose omdat ik me prima voelde. Maar toen ik later nadacht over de conditie van mijn hart, kwam mij in gedachten hoe mijn man en ik afgelopen jaren vervreemd waren geraakt van iemand die ons zeer dierbaar was. Ik dacht aan de talloze malen dat ik die jaren had gezegd “mijn hart is gebroken”.

Spoedig na de diagnose begon ik enkele van de symptomen te ervaren die geassocieerd werden met hartziekte. Ik wist dat het niet Gods wil was dat ik, of wie dan ook, een hartziekte zou hebben want “God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed” (Genesis 1:31). Ik wist dat God, omdat Hij het oneindig goede is, alleen het goede schept en veroorzaakt. God schept geen ziekte en zadelt daar vervolgens Zijn kinderen mee op. Dus herkende ik deze diagnose als een valse aanklacht betreffende mijn wezen.

Gedurende de volgende maanden focuste ik mijn gebeden op de diepe geestelijke betekenis van hart. Mary Baker Eddy schreef in Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift: “De metafysica herleidt dingen tot gedachten en vervangt de voorwerpen van de zinnen door de ideeën van Ziel” (blz. 269). Dus in plaats van mij te focussen op de fysieke functie van mijn hart, moest ik de geestelijke functie ervan gaan begrijpen.

Ik ontdekte dat het woord hart meer dan 700 keer voorkomt in de King James Bijbel. In bijna alle gevallen wordt er geen fysiek orgaan bedoeld maar de kern of essentie van iemands wezen. Eddy verklaart in Wetenschap en Gezondheid, refererende aan Spreuken 23:7: “ ‘Gelijk een mens in zijn hart denkt, zo is hij’; dus, zoals een mens geestelijk begrijpt, zo is hij in waarheid” (Volgens de Engelse bijbelvertaling; zie blz. 213). Diverse keren waar het woord hart in de Bijbel wordt gebruikt, is het omschreven als functionerend door begrijpen, liefde, innerlijke kracht, moed, vergevensgezindheid, toewijding, enz. Elk van deze eigenschappen is geestelijk en iets wat geestelijk is kan nooit ziek, beschadigd of gebroken zijn.

Ik wist ook dat mijn ware “hart” een weerspiegeling is van “het grote hart van Liefde [God]” (Wetenschap en Gezondheid, blz. 448), en uitsluitend de vrede, vreugde en geestelijke liefde kon voelen die er doorheen vloeide. Ik vond veel troost in het lezen van Eddy’s gedicht “Tekenen van het hart”, waarin zij schrijft: “O liefde Gods/ Uw hart alleen/ kan aan het mijne troost verleen” (Poems, blz. 24).

Gedurende deze tijd werkte ik samen met een Christian Science practitioner om het geloof van mij af te zetten dat mijn harmonische relatie met iemand die mij zeer na aan het hart lag ooit verbroken zou kunnen worden. Ik zag in dat het echt nodig was dat ik deze persoon vergiffenis schonk. Ik begon hem te zien als Gods dierbare kind. Toen ik vergaf verdween de emotionele hartenpijn die ik had gevoeld. Ik realiseerde me ook dat ik niet langer de symptomen van hartziekte ondervond, en die kwamen nooit terug.

Ik maakte een afspraak met een dokter voor een nieuwe EKG omdat ik nog steeds een verzekering nodig had, en ik ging door met bidden. Op zekere ochtend werd ik wakker met de sterke gedachte aan een rechtbank en een rechtszaak, die me onmiddellijk herinnerde aan de allegorie over een rechtszaak in Wetenschap en Gezondheid (zie blz. 430-442). Ik las de hele allegorie en ik kreeg het gevoel dat God mij vertelde dat mijn zaak niet beslist werd voor een hof van stoffelijke wetten en medicijnen, maar dat het tijd werd dat ik mijn zaak voor “het Hof van Geest” bracht. Later ontving ik een e-mail van de Christian Science practitioner die mij vroeg om deze allegorie te lezen. Dit was voor mij een bewijs dat het ene Gemoed, God, aan het werk was. Ik was ervan overtuigd dat God mij een volmaakt hart had gegeven en dat ik klaar was voor de uitspraak die mij “niet schuldig” aan hartziekte zou verklaren.

De resultaten van de nieuwe EKG toonden dat mijn hart normaal was. De dokter stuurde deze gegevens naar de verzekeringsmaatschappij met een brief waarin hij verklaarde dat ik in uitstekende gezondheid verkeerde, zonder risico voor hartziekte. Ik kon toen een verzekering aanvragen (die ik ook kreeg) bij een andere maatschappij die een gunstige premie hanteerde en de optie bood voor dekking van kosten voor Christian Science verpleeghulp.

Lee Pettit
Georgetown, Texas, VS

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.