Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

De Christus riep mij

De Christian Science Heraut - 6 februari 2014

Oorspronkelijk gepubliceerd in de juli 2013 editie van The Christian Science Journal


Mijn vader stierf een paar jaar geleden. Hij was een voorbeeld voor me geweest en actief aanwezig in mijn leven. Ik miste hem vreselijk.

Toen ik kort na zijn overlijden de Christian Science bijbelles las, vroeg deze regel mijn aandacht: “ ‘Dit is het eeuwige leven’, zegt Jezus – is, niet zal zijn; en dan omschrijft hij het eeuwige leven als een in het heden kennen van zijn Vader en hemzelf – een kennen van Liefde,Waarheid en Leven. ‘Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus dien Gij gezonden hebt’ “ (Mary Baker Eddy, Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, blz. 410).

Op dat ogenblik wist ik dat ik moest uitreiken naar God en Hem beter leren kennen als mijn goddelijke Vader. Ik realiseerde me dat dit mijn belangrijkste familierelatie is en dat ik mij dichterbij Hem moest voelen. Ik zag in dat het mijn opdracht was te groeien in mijn geestelijk begrijpen van God als Leven, Waarheid en Liefde.

Met dit duidelijke beeld voor ogen kwam de verzekering dat harmonie, vreugde, inspiratie en de continuïteit van het goede, de structuur van ons leven vormt. Ik bevestigde dat verdriet, verlies, begin of einde geen deel uitmaakt van het goddelijk Leven en dat de mens als Gods weerspiegeling beweging, vitaliteit, vooruitgang en groei manifesteert. Ik voelde een grote dankbaarheid, niet alleen voor al de prachtige goddelijke kwaliteiten die mijn vader tot uitdrukking had gebracht, maar voor zijn inspirerende voorbeeld als aanhanger van Christian Science en actief kerklid.

Het werd me duidelijk dat een manier om “het eeuwige leven” te leren kennen was mijn vaders voorbeeld te volgen en dagelijks dezelfde goddelijke kwaliteiten die ik in hem zo bewonderde, uit te dragen. Dit gaf me een groot gevoel van vrede en bevrijdde mij van verdriet.

Gedurende deze tijd had ik ook gebeden over een gezwel dat op mijn lichaam groeide, en over wratten op de handen van ons zoontje. Ik wist echter dat ik deze zaken niet mijn volledige aandacht had gegeven in toegewijd gebed. Maar nu, met een nieuwe opdracht om geestelijk te groeien voorin mijn gedachten, kreeg een bekend bijbelverhaal nieuwe betekenis. Het was het verhaal van Jezus’ genezing van de vrouw die achttien jaar “een geest van krankheid” gehad had (zie Lukas 13:11-17).

De Bijbel verhaalt dat “Jezus haar zag”. Dit deed me denken aan Mary Baker Eddy’s uitleg hoe Jezus de mens zag. Zij verklaart: “Jezus aanschouwde in de Wetenschap de volmaakte mens, die voor hem zichtbaar was, waar door stervelingen een zondig, sterfelijk mens wordt gezien. In deze volmaakte mens zag de Verlosser Gods eigen gelijkenis en deze juiste kijk op de mens genas de zieken”(Wetenschap en Gezondheid, blz. 476-477).

Dus wat Christus Jezus zag, was niet de lichamelijke conditie van de vrouw. Hij beschouwde haar niet als een zondige, misvormde, onvolmaakte sterveling. Anderen mogen dat beeld gezien hebben, maar Jezus zag Gods volmaakte beeld en gelijkenis. Twee belangrijke dingen gebeurden. Eerst, Jezus “riep haar tot zich”. Ik begreep dat Jezus haar niet alleen zei naar hem toe te komen, maar dat hij haar tot de Christus riep – tot de tegenwoordigheid en macht van Waarheid, God. Jezus deed een beroep op haar om zichzelf te zien zoals hij haar zag, als de dochter van Gods schepping.

Vervolgens legde Jezus zijn handen op de vrouw. Ik dacht na over de diepere geestelijke betekenis van deze daad. Ik zag dat het niet alleen maar zijn fysieke handen waren die naar haar uitreikten, maar het was de Christus die hij kenbaar maakte, die haar gebogen mentale en fysieke staat ophief. Onmiddellijk was de vrouw genezen, stond rechtop en “verheerlijkte God”.

In mijn geval realiseerde ik me, was het mijn verlangen naar toenemende geestelijke groei dat mij tot de Christus riep. Ik wilde ieder aspect van mijn leven zien in een breder christelijk perspectief. Ik concentreerde mij erop om dichter tot Geest, God te naderen en mijn totale volmaaktheid en de zuivere volmaaktheid van mijn zoontje te begrijpen. Ik streefde er dagelijks naar om ons beiden te identificeren als kinderen van de ene Vader-Moeder, God.

Een paar maanden later zag ik dat zowel het gezwel op mijn lichaam als de wratten op zijn handen verdwenen waren.

We kunnen er honderd procent van overtuigd zijn dat de Christus ons ieder moment roept om te ontwaken en ons ware wezen te zien.

Betsie Ellington Tegtmeyer
Hilton Head, South Carolina, VS.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.