Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

We zijn één

De Christian Science Heraut - 1 Juni 2011

The Christian Science Journal, 9.2010 


Een vraag die in mij opkwam tijdens een woensdagavond-getuigenisbijeenkomst, bracht een ommekeer teweeg in mijn opvatting van de rol van kerk in de gemeenschap. Terwijl ik luisterde naar de voorlezingen uit de Bijbel en Wetenschap en Gezondheid, kwam ik onder de indruk van de idee dat God de harten van de mensen in de Bijbel bewoog om hun relatie met Hem te ontdekken. Deze vraag drong zich aan mij op toen ik in een grote kerk uit het begin van de twintigste eeuw zat, temidden van een aantal lege stoelen: Zou het kunnen zijn dat God was opgehouden de harten van de mensen te bewegen om Hem te vinden, of dat God niet evenveel harten beroerde als voorheen?

God, die Liefde is, zou Zijn eigen schepping zeker geen liefde onthouden of op het ene moment minder liefhebben dan op het andere. Daarom moet God in Zijn oneindige liefde de harten van de mensen  voortdurend beroeren om ze wakker te maken voor hun aangeboren geestelijkheid. Liefdevol dwingt God elk hongerend hart de waarheid van het zijn te zoeken. De rol van de kerk in de gemeenschap is dan niet om een volmaakte menselijke organisatie te creëren om bezoekers aan te trekken. De rol van de kerk is om een blijde getuige te zijn van de aanhoudende krachtige werkzaamheid van de goddelijke liefde die de harten van de mensen in beweging brengt.

Als Jezus sprak werden duizenden van nature aangetrokken om zijn boodschap te horen. Toch zei Jezus zelf: “Niemand kan tot mij komen, tenzij dat de Vader, die mij gezonden heeft, hem trekke;” en “Ik kan van mijzelf zelf niets doen” (Joh. 6:44 en 5:30). Jezus beschouwde zichzelf niet als de bron of de kracht van het goede dat hij demonstreerde. Hij gaf God alle eer. Zijn doel was om getuige te zijn van de altijd tegenwoordige en altijd werkzame goedheid en macht van God; om deze macht zo duidelijk te maken aan de mensheid dat alle mensen de ware macht achter hun eigen bestaan konden ontdekken.

Een kerk die gebouwd is op de rots – op het kennen van Christus en het toepassen van christelijke genegenheid – is evenzo een actieve getuige van de macht van God. Hierdoor is elk gebed van ieder kerklid dat God als de enige macht erkent, elk ernstig verlangen dat zich tot God wendt in de verwachting hulp te ontvangen, elke gedachte van dankbaarheid voor Gods tegenwoordigheid in ons leven, kerk in actie, een blij getuigenis van de macht van de goddelijke Geest die in de noden van de mensheid voorziet.

Hebt u op een of andere wijze deze week de aanraking van de goddelijke liefde gevoeld? Zelfs als uw ervaring bescheiden lijkt, laat u er niet van weerhouden dit op een woensdagavond-getuigenisbijeenkomst te vertellen. Ik weet dat het juist dàt kan zijn wat een andere bezoeker nodig heeft om te horen om wakker geschud te worden voor de werking van God in zijn of haar leven. Ik ben vaak diep geraakt en “opgetild” geweest door de eenvoudigste getuigenissen van genezing die in deze bijeenkomsten werden verteld. Op blz. 621 van Wetenschap en Gezondheid van Mary Baker Eddy, in het hoofdstuk “De Vruchten”, beschrijft iemand hoe hij na vele jaren met ziekte en pijn op een woensdagavondbijeenkomst verzeild raakte. De betreffende persoon zei: “Ziek, moe, twijfelend en wanhopig, trad ik bij toeval op een woensdagavond een Christian Science kerk binnen in New York City, niet wetend wat voor gebouw het was.” Dit was niet toevallig. Deze persoon werd daarna verlost van lijden dat 15 jaar had geduurd. God brengt hongerige harten naar uw kerk en Hij zal daarmee doorgaan. Als zij komen, zult u er dan zijn met een eenvoudige boodschap van dankbaarheid voor Gods macht in uw leven?

Een kerk is niet gescheiden van de gemeenschap waarin hij is gesitueerd. Al Gods kinderen zijn één met God, dus moeten zij ook één zijn met elkaar. De oprechte wens van ieder individu om God beter te kennen heeft een positieve invloed op de hele gemeenschap. In Wetenschap en Gezondheid schrijft Eddy: “De rijken van geest helpen de armen in één grote broederschap, daar allen hetzelfde Beginsel, dezelfde Vader hebben; en gezegend is de mens, die zijn broeders noden ziet en ze lenigt, zijn eigen geluk in dat van anderen zoekend” (blz. 518).

Hoofdstuk 10 van het boek Handelingen in de Bijbel bevat een interessant verslag van Gods ontvouwing van vooruitgang in het leven van degenen die Hem beter willen kennen. Een man, genaamd Cornelius, een niet-jood, een Italiaanse hoofdman over honderd, die God liefhad en diende, had een visioen terwijl hij bad. In het visioen ziet Cornelius een engel die hem opdracht geeft Simon Petrus te laten halen. De engel belooft Cornelius dat hij hem zal zeggen wat hij moet doen als Petrus komt. Cornelius stuurt onmiddellijk twee van zijn knechten en een soldaat om Petrus  te zoeken die in Joppe is, ongeveer een dagreis van het huis van Cornelius verwijderd.

Ondertussen was Petrus op het dak gegaan om te bidden. Terwijl hij bidt ziet hij in een visioen een soort groot linnen laken dat aan vier punten uit de hemel wordt neergelaten en waarin zich allerlei soorten dieren bevinden en hij hoort een stem die zegt: “Sta op, Petrus! slacht en eet” (vers 13). Maar Petrus weigert en zegt dat hij nog nooit iets heeft gegeten dat onheilig of onrein is. De stem antwoordt: “Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet onheilig maken” (vers 15). Dit visioen wordt nog twee maal herhaald. Terwijl Petrus overdenkt wat de betekenis ervan zou kunnen zijn, wordt hij van het dak naar beneden geroepen omdat de mannen die Cornelius had gestuurd, zijn aangekomen. Door het visioen aangespoord om met traditie te breken, heet Petrus de mannen welkom in huis en de volgende dag reist hij met hen mee om Christus te prediken aan de vreemdelingen.

De oprechte gebeden van Cornelius stelden Petrus in staat om de moed en het begrijpen te vinden het goede nieuws onder de vreemdelingen te verspreiden. En de oprechte gebeden van Petrus openden voor Cornelius de weg om over Christus Jezus te leren. Maar wie was de drijfveer achter deze gebeden? God! God bewoog het hart van beide mannen – waarvan de een al gevorderd was in het toepassen van christelijkheid en de ander nog nooit van Christus Jezus had gehoord – om samen geestelijk te groeien. Zij hadden elkaar nodig. Op dezelfde wijze heeft elke kerk haar gemeenschap nodig en de gemeenschap heeft die kerk nodig. Het is niet precies te zeggen waarover Petrus gebeden zou kunnen hebben voordat zijn visioen verscheen, maar hij moet de sterke overtuiging gehad hebben dat God hem zou openbaren wat hij moest weten. Dat is een goed uitgangspunt, ook voor ónze gebeden,.

Laten we, als we bidden, beginnen in de vaste overtuiging dat God alles wat nodig is, zal openbaren – aan ons, aan onze kerk en aan een ieder in onze gemeenschap. God beweegt in Zijn oneindige liefde de harten van het hele mensdom, voedt de geestelijkheid van al Zijn kinderen, gidst ons begrijpen en openbaart het machtige geestelijke verband dat tussen onze kerk en haar gemeenschap al bestaat.

In een brief aan First Church Of Christ, Scientist, in Denver schreef Eddy: “Toon meer vertrouwen in God en Zijn geestelijke middelen en werkwijzen, dan in de mens en zijn stoffelijke methoden en middelen om de Christian Science beweging te vestigen”  (Miscellaneous Writings 1883-1896, blz 152-153). Ons vertrouwen in God zal groeien als wij blij getuigen van de onweerstaanbare werking van God die het hart van ieder mens beweegt.  Als deze overtuiging in ons denken aan diepte wint, zullen wij niet langer in de verleiding komen om de verkeerde suggesties te accepteren als zouden de vitaliteit en de belangrijkheid van kerk verminderd zijn. Gods liefde voor Zijn schepping is niet te stoppen. Zij beweegt tot de geestelijke groei van de mensheid en handhaaft de kerk.

 

 


Janet Hegarty is Christian Science practitioner en lerares. Zij woont in St. Louis, Missouri, V.S.

 

 

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.