Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Waarom vergeven

De Christian Science Heraut - 1 oktober 2011

Christian Science Sentinel, 9.21.2009


In een van de huizen van een havenstad was een grote groep mensen verzameld. Het nieuws deed namelijk de ronde dat daar een man zou spreken die met zijn boodschap de harten van de mensen diep had weten te raken. Wat was het onderwerp van zijn verhaal dat het zoveel opwinding veroorzaakte? Berouw, wedergeboorte en vergevensgezindheid. Maar dat niet alleen: hij genás ook mensen.

Deze man was natuurlijk Jezus van Nazareth. En de stad was Kapérnaüm aan het meer van Galiléa.

Onder de mensen in Kapérnaüm die Jezus wilden zien, was een man die zo ernstig verlamd was dat hij door vier mannen op een stretcher gedragen moest worden. Toen zij echter het huis bereikten waar Jezus was, stond daar zo’n menigte dat ze niet bij hem konden komen. Zij moeten wel heel erg op hun vriend gesteld zijn geweest en geweten hebben dat hij genezen kon worden als ze hem maar bij Jezus in de buurt konden krijgen, want ze klommen met ligbed en al op het dak, verwijderden een deel van de dakbedekking en lieten hun vriend door de opening naar beneden zakken.

En wat zei de Meester na al die moeite tegen de man? “Zoon, uw zonden zijn u vergeven” (Mark. 2:5). Waarom zei hij dat? Waarom had hij het over vergiffenis tegen een man die vurig wenste van verlamming genezen te worden?  Ja, Jezus genas de man, maar waarom eerst die verzekering dat hij vergeven was?

Jezus accepteerde het getuigenis van de lichamelijke zintuigen niet, maar keek verder dan wat zich aan de oppervlakte vertoonde. Voor hem moesten de dingen om als werkelijk geaccepteerd te worden, zijn zoals God ze geschapen had. God zei dat alles wat Hij gemaakt had goed was, de mens naar Zijn beeld en gelijkenis inbegrepen. Als iemand naar hem toe kwam voor genezing  zag Jezus niet, zoals ieder ander, een lijdende sterveling voor zich. Dat beeld accepteerde hij nooit. Hij zag elk individu als geheel goed, als volmaakte weerspiegeling van God. De overheersende theologische opvatting van die tijd was dat de mens in zonde was geboren. Als Jezus deze verkeerde opvatting had gedeeld, had hij niet kunnen genezen.

Geestelijke genezing in Christian Science is het resultaat van het zien van die volmaakte mens, en dit is tevens de basis van ware vergiffenis.

Dus, waarom vergeven? Omdat vergevensgezindheid van vitaal belang is om geestelijk te kunnen zien, te genezen en herboren te worden. De Bijbel geeft aan dat Jezus in deze geen keus had. Hij wist dat God deze man al vergeven had en Jezus kon het zich niet veroorloven een vals getuigenis tegen zijn naaste af te leggen. Als we dit begrijpen, kunnen we zien dat berouw en vergiffenis telkens weer noodzakelijk zijn wanneer wij iets zien of ondervinden dat niet voldoet aan de eisen van Gods volmaakte schepping.

Ik groeide op in Duitsland toen Hitler aan de macht was. Tijdens de oorlog waren Christian Science activiteiten in Duitsland verboden. Mijn vader, een Christian Science practitioner en actief in kerkwerk, werd in de gevangenis gegooid. Hij werd later vrijgelaten, maar werd toen gedwongen om in het leger te dienen. Toen ik tien was, moest ik me bij de Hitler Jugend aansluiten. Iedere jongeling moest dat. Dat was de wet. Maar nadat mijn vader in de gevangenis was gezet, weigerde ik om nog langer deel te nemen aan de bijeenkomsten en wilde niets meer te maken hebben met deze organisatie. Het resultaat was dat ik het laatste deel van de oorlog in een dwangarbeiderskamp doorbracht.

Toen na de oorlog ons gezin was herenigd, viel het me op dat mijn vader erg vriendelijk was tegen een van onze buren die een actief lid van de nazi-partij was geweest. Ik was daar verontwaardigd over en zei hem dat ook. Zoals ik me het herinner, vroeg mijn vader me of ik dacht dat ik in de positie verkeerde om te beoordelen wie wel en wie niet acceptabel was als kind van God. Hij hield mij nadrukkelijk voor dat als ik mijzelf wilde identificeren als Gods volmaakte schepsel, ik iedereen zonder uitzondering in dat zelfde licht moest zien. Ik moest vergeven.

Ik weet nog dat ik tegen hem zei: “Ik veronderstel dat je me nu gaat vertellen dat je Hitler ook vergeeft”. En hij stelde duidelijk dat hij op geen enkele manier het schrikbewind van het nazi-regime vergoeilijkte en dat degenen die er verantwoordelijk voor waren, gestraft moesten worden. Maar dat nam de noodzaak niet weg dat ieder individueel moest vergeven en de mens zien zoals God hem ziet.

Ruim 20 jaar later had ik mijn eigen gezin. Mijn vrouw en ik hadden drie jongens en wij wilden een meisje adopteren. Voor de adoptieprocedure was een psychologisch onderzoek van mij en mijn vrouw vereist. Na de test constateerde de psycholoog dat ik verbazend weinig mentale littekens had overgehouden aan mijn oorlogservaringen. In eerste instantie was ik blij om dat te horen. Maar hoe meer ik er over nadacht, hoe meer ik me afvroeg waarom ik sowieso littekens zou moeten hebben.

Maar toen ik mijn gedachten onder de loep nam, realiseerde ik me dat ik na al die jaren nog steeds af en toe aan de oorlog gerelateerde nachtmerries had. En het kwam wel voor dat ik fantaseerde over wat ik een van de kampbewakers zou aandoen als ik hem eens tegen zou komen. Ik realiseerde me hoe ongerijmd deze gedachten waren en ik besloot om ernstig en systematisch te bidden om van deze laatst overgebleven mentale littekens bevrijd te worden.

Mijn gebeden concentreerden zich op twee punten. Punt 1, was te streven naar het inzicht dat er in Gods werkelijkheid, in Zijn koninkrijk, nooit een oorlog met de gevolgen daarvan was geweest. Laat me dat uitleggen: Ik zag dat de oorlog die ik meegemaakt had in werkelijkheid deel was van “de droom van een stoffelijk leven” zoals dat genoemd wordt in Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift (Mary Baker Eddy, blz. 14). En een droom kan nooit een litteken op de werkelijkheid nalaten. Als ik ’s nachts gedroomd had dat ik door een kudde olifanten was opgejaagd, zou ik de volgende morgen als ik wakker werd niet gaan zoeken naar olifantensporen op mijn slaapkamerkleedje.

Punt 2, was dat ik nu de geestelijke volwassenheid bezat de noodzaak in te zien van onvoorwaardelijke vergiffenis. Het was onlogisch mezelf vrij te verklaren van de gevolgen van de oorlog en tegelijkertijd vast te houden aan haatgevoelens jegens personen die met de oorlogservaring te maken hadden. Vergeven was een eerste vereiste om vrij te worden van deze resterende littekens. Jezus’ gebed voor degenen die hem hadden gemarteld en gekruisigd, kwam mij in gedachten: “Vader vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen” (Luk. 23:34).

De kampcommandant, de bewakers en nog vele anderen te vergeven, bleek uiteindelijk makkelijker dan ik had gedacht. Het was mij duidelijk dat alle betrokkenen hadden gehandeld in een rollenspel dat hun ware, door God geschonken, identiteit verborgen hield. Ik herinner me dat ik mij afvroeg hoe oprecht mijn vergiffenis was. Na veel bidden, besloot ik dat het een goede test zou zijn om mijzelf te vragen of ik van deze mensen zou kunnen houden. Tot mijn eigen verbazing bijna, was het antwoord bevestigend. Ik zag dat ieder, als kind van God, in alle opzichten beminnenswaardig is.

Jezus leerde zijn volgelingen het onzevader te bidden, waarin ondermeer staat: “Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren” (Matth. 6:12). Mary Baker Eddy, de ontdekster van Christian Science, gaf in Wetenschap en Gezondheid de geestelijke betekenis van het onzevader zoals zij die  begreep, en voor deze zin gaf ze de interpretatie: “En Liefde wordt weerspiegeld in liefde” (blz. 16,17). Hier is Liefde, met een hoofdletter, een naam voor God. Omdat wij altijd door deze goddelijke Liefde getroost en omvat worden en wij er, als Gods weerspiegeling, nooit van gescheiden zijn, is het vanzelfsprekend dat wij die Liefde actief weerspiegelen en iedereen liefhebben, ongeacht hoe we behandeld zijn.

 In het kamp was ik afgeranseld met de zweep omdat ik voor mijn beurt sprak. De kampdokter had voorspeld dat de littekens daarvan mijn hele leven zichtbaar zouden blijven. Omdat ze op mijn rug zaten, had ik er nooit veel aandacht aan besteed. Ik was dus des te meer verrast toen ik op een dag – nadat ik mentaal bevrijd was van elk restje wrok en in staat was om royaal te vergeven – ontdekte dat deze fysieke littekens ook totaal verdwenen waren. Ze hadden daar meer dan 20 jaar gezeten.

Ik heb geleerd dat ik mijn eigen volmaaktheid als kind van God, nooit kan ervaren als ik haatdragende of kritische gedachten jegens anderen herberg. Als ik mijn naaste uit het koninkrijk trap, val ik er zelf, figuurlijk gesproken, tegelijk met hem uit.

Zelfrechtvaardiging zou ons vaak willen beletten onvoorwaardelijk lief te hebben. Ik heb keer op keer geleerd dat het niet altijd belangrijk is om gelijk te willen hebben. We worden veel meer gezegend door het goede in de ander te zien en te waarderen.

Soms ook moeten we onszelf vergeven teneinde over een fout uit het verleden heen te komen, zodat die ons nu niet een blok aan het been wordt. Dit wordt een stuk makkelijker als we bedenken hoeveel een vergevende God van ons houdt. Er is maar één ding dat je kunt doen met fouten, en dat is ze één voor één te corrigeren. 

Het is belangrijk om volkomen eerlijk met jezelf te zijn en ieder overblijfsel van zondig en verkeerd denken of gedrag, op te sporen en uit te wissen. Waarom zou je overtollige bagage meezeulen? Dat remt je alleen maar af. Gods vergiffenis is geen excuus om ons te onttrekken aan de schoonmaak van ons eigen doen en laten.

In 1895, in een toespraak die Mary Baker Eddy gaf voor haar kerk, poneerde zij met nadruk: “Zonder zijn zonden te kennen, en zonder er zulk diep berouw over te hebben dat ze vernietigd worden, is niemand een Christian Scientist en kan hij dat ook niet zijn” (Miscellaneous Writings 1883-1896, blz.107).

Berouw is essentieel. Als een gedachte of daad eenmaal diep is berouwd – gezien voor wat het is en opgegeven – werkt het averechts om onszelf te blijven veroordelen en de dwaling te herkouwen. Als we een dwaling eenmaal voldoende betreuren, ervaren we hervorming. We worden hervormd tot wat we in werkelijkheid altijd al zijn geweest, want zonden hebben nooit echt deel van ons uitgemaakt.

Verwijzend naar de dagen van Jezus, schreef Mary Baker Eddy: “Evenals destijds, worden ook nu tekenen en wonderen verricht, doordat fysieke ziekten op metafysische wijze worden genezen; maar deze tekenen dienen alleen om haar goddelijke oorsprong aan te tonen – om aan te tonen de werkelijkheid van de hogere zending van de Christusmacht om de zonden der wereld weg te nemen” (Wetenschap en Gezondheid, blz. 150). Ik vind het helpend om dagelijks voor mezelf te bidden en te weten dat ik alleen kan denken zoals God mij doet denken en alleen kan handelen zoals God mij doet handelen. Geldt dit ook voor de wijze waarop ik denk over de gemeenschap en de wereld? Absoluut!

In zekere zin lijkt de mensheid wel net zo verlamd als die man in Kapérnaüm. Een collectief engagement tot vergeven, zou ons een heel eind op weg helpen om de koppige weerstand van de wereld tegen vreedzame oplossingen te verminderen, en we zouden dan allemaal getuige zijn van grotere vrijheid.  

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.