Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Een geval van verkeerd begrepen identiteit

De Christian Science Heraut - 1 februari 2011

The Christian Science Monitor, 9.30.10


Ik gaf eens een muntstuk aan een winkelier die het mij meteen teruggaf, zonder er zelfs maar naar te kijken, met de opmerking dat de munt vals was.Toen ik hem vroeg hoe hij dat wist, zei hij dat de munt te licht woog. Een echte munt zou zwaarder zijn. Voor mij benadrukte dit het feit dat het een eerste vereiste is je bewust te zijn van de ware identiteit om elk geval van verkeerd begrepen identiteit te kunnen rechtzetten.

Het is niet onmogelijk dat, terwijl je dit leest, je te kampen hebt met een dwaalbegrip over je identiteit. Zie je jezelf als ziek, oud, vermoeid, niet geliefd, niet gewenst, of gekwetst? Maken financiële moeilijkheden of familieproblemen dat je je down voelt? Als dat het geval is, zal het verkrijgen van een duidelijker begrijpen van je geestelijke identiteit een groot verschil maken.

In het eerste hoofdstuk van de Bijbel wordt onze identiteit beschreven als Gods schepping: “En God zeide: Laat ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben …” Het gaat verder: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed” (Gen.1:26, 31).

Op dit moment ben je zeer goed – geestelijk, gemaakt naar Gods gelijkenis. Je hebt kwaliteiten als kracht, intelligentie, goedheid, geduld, eerlijkheid, vreugde en liefde. Zelfs als je hun tegenwoordigheid niet voelt, zijn ze evengoed aanwezig, want Gods gelijkenis moet zijn zoals Hij is. Je bent geen namaak; je bent echt.

In het Christian Science tekstboek Wetenschap en Gezondheid met sleutel tot de Heilige Schrift, zegt Mary Baker Eddy: “Identiteit is de weerspiegeling van Geest, de weerspiegeling in velerlei vormen van het levend Beginsel, Liefde” (blz. 477). Hoe duidelijker wij zien dat de goddelijke Geest ons onze identiteit geeft, hoe meer kunnen wij onze vrijheid bewijzen van het geloof dat enige ongelijkenis van God recht heeft op een plaats in ons, of in enig onderdeel van ons leven.

Mary Baker Eddy beantwoordde wat zij de “vaak gestelde vraag” noemde: “Wat ben ik?” met: “Ik ben in staat  waarheid, gezondheid en geluk over te brengen en dit is de Rotssteen van mijn heil en de reden voor mijn bestaan” (The First Church of Christ, Scientist, and Miscellany, blz. 165).

De openbaring van Christian Science laat ons zien hoe wij dit heden in praktijk kunnen brengen. Wanneer we zeggen “Ik ben”, moet datgene wat erop volgt goed zijn omdat God Zichzelf in ons uitdrukt. Dit heeft mij bijvoorbeeld geholpen voorbereid te zijn om elke gedachte die zegt: “Ik ben bang” of  “Ik ben ziek” of “ Ik ben slecht” aan te vechten.

Er zijn situaties geweest waarin ik nieuw vertrouwen kreeg, van angst werd bevrijd, en zelfs lichamelijk genezen werd, door mijzelf te zien als de uitdrukking van Gods oneindige, altijd tegenwoordige goedheid. Door mijn studie van Christian Science heb ik geleerd dat het ene Gemoed, de goddelijke Liefde die zich in mij weerspiegelt, mij mijn identiteit geeft. Als ik te kampen had met ziekte kon ik daarom zeggen: “Dat heeft niets met mij te maken. Dat ben ìk niet. Ik ben Gods gelijkenis. Dit is slechts een geval van verkeerd begrepen identiteit.”

Dankzij die onmiddellijke en krachtige ontkenning bleven er geen verschijnselen van onvolmaaktheid en mentale beelden van disharmonie over.

 Geen wonder dat er in het Christian Science tekstboek staat: “Ken uzelf en God zal u de wijsheid en de gelegenheid schenken voor een overwinning over het kwaad.“ (Wetenschap en Gezondheid, blz. 571). Het lijkt dus vanzelfsprekend om tot de conclusie te komen, dat iedere negatieve ervaring afgewezen kan worden als we overtuigd zijn van Gods liefdevolle zorg voor ons. 

Het is heel geruststellend dat we kunnen verklaren: “Dat is alleen maar een zaak van verkeerd begrepen identiteit. Dat ben ìk niet. Ik ben Gods zuivere weerspiegeling.” Het woordenboek bevestigt die conclusie door de definitie van het woord zuiver, die luidt: “Vrij van alles dat er niet bijhoort”. Dat is zonder twijfel de volledige ontkenning van alles dat ons probeert wijs te maken dat we op enige wijze ongelijk aan God kunnen zijn.

Als Gods gelijkenis kunnen wij begrijpen dat er niets slechts een oorsprong kan hebben in ons. God is de Oorsprong en Hij is alleen maar goed. Wij zijn Zijn weerspiegeling; dat is onze identiteit. En als wij groeien in het begrijpen van onze God-gegeven identiteit, zullen we de ware zin van het leven en genezing vinden.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.