Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Aangeraakt en genezen door engelen

De Christian Science Heraut - 1 oktober 2011

Christian Science Sentinel, 6.27.2011


Ik google bijna alles. Als er een onderwerp ter sprake komt waar ik weinig vanaf weet, begin ik vaak middenin de conversatie op het web te zoeken en gebruik daarbij mijn smartphone.

Kortgeleden zocht ik engelen op via Google. Ik woon in Los Angeles en de bovenste sites hadden betrekking op het Amerikaanse honkbalteam met dezelfde naam. De meeste links eronder sloegen op bovennatuurlijke wezens die gewoonlijk de rol vertolken van Gods boodschappers.

De site van Gallup Poll gaf informatie over een onderzoek uit 2007, waarin geschat werd dat ongeveer 75 procent van de Amerikanen in engelen geloven. Maar wat zijn dat dan voor engelen waarin zovelen zeggen te geloven? Zijn zij die in wit gewaad gehulde wezens die op mensen met vleugels lijken, of de types uit tv programma’s zoals Touched by an Angel?

Overal in de Bijbel wordt gesproken over engelen, en opvallend daarbij is dat ze een aantal kenmerken gemeen hebben. Engelen kunnen een uitdaging zijn: Denk aan Jakobs worsteling toen hij op weg was naar zijn broer van wie hij vervreemd was (zie Gen. 32:24-30). Engelen geven troost: Denk aan Jezus voor wie werd gezorgd nadat hij een aantal verleidingen in de woestijn had weerstaan (zie Matth. 4:11). Engelen bieden bescherming: Denk aan Daniëls bericht aan de koning vanuit de leeuwenkuil, dat engelen hem hadden gered door de muil van de leeuwen te sluiten (zie Dan. 6:22). Of denk aan Psalm 9, waar staat dat Gods engelen je op handen zullen dragen opdat je je voet niet aan een steen zult stoten (zie vers 12). Engelen wijzen de weg: Denk aan Petrus die uit de gevangenis werd geleid door een engel te volgen (zie Hand. 12:8). En engelen informeren: Denk aan Maria die het nieuws over Jezus’ geboorte ontving, Jozef die hetzelfde nieuws hoorde, en de herders in de omgeving die ontvankelijk genoeg waren om getuige te zijn van die wonderbaarlijke gebeurtenis (zie Lukas, hoofdst.1-2).

Ik heb nooit geweten dat engelen zo’n grote rol spelen in de Bijbel tot ik mijn onderzoek begon voor dit artikel. In al deze ongelooflijke verhalen bevonden de mensen zich in behoorlijk benarde situaties tot er een engel verscheen, en alles totaal veranderde. En toch wordt het stille werk van deze engelen vaak gemakkelijk over het hoofd gezien of vergeten. Dat zette mij aan het denken. Hoe vaak komen wij in ons dagelijks leven engelen tegen zonder er ook maar enige aandacht aan te schenken? Ik ken niemand die dergelijke engelenbeelden op Internet heeft gezien, en toch denk ik dat deze echte engelen veel vaker voorkomen dan de gevleugelde wezens waarover we in boeken lezen of  die we in films zien.

Ik vind de definitie van engelen die Mary Baker Eddy geeft in de Verklarende Woordenlijst van haar boek Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, echt helpend ter verduidelijking van wat engelen zijn: “Gods gedachten, die tot de mens komen; geestelijke ingevingen, rein en volmaakt; de bezieling van goedheid, reinheid en onsterfelijkheid, die alle kwaad, zinnelijkheid en sterfelijkheid tenietdoet” (blz. 581).

Ik denk graag aan engelen als geestelijke ingevingen en inspiratie van het goede die in God, ook wel  Gemoed genaamd, hun oorsprong hebben – en die ervaren worden door Gods kinderen, u en ik en iedereen. Deze inspiratie is voor ieder van ons natuurlijk. Hebt u wel eens in een situatie verkeerd die er werkelijk heel troosteloos uitzag? Of oog in oog gestaan met een probleem dat onoverkomelijk leek, totdat een oplossing uit het niets scheen te komen en er een totale verandering plaatsvond? Of heeft u wel eens een heel lage dunk van iemand gehad tot op een dag iets uw mening totaal veranderde en u kwaliteiten in die persoon begon te bewonderen die u nooit eerder had gezien? Zulke verheffende, verzachtende, verhelderende en inspirerende gedachten komen van het goddelijk Gemoed, en zij hebben een krachtige voelbare uitwerking op onze dagelijkse ervaring en relaties.

In feite leiden deze vormen van inspiratie tot genezingen op elk gebied. Een ervaring tijdens een tocht hoog in de bergen van Tibet leerde mij iets belangrijks over engelen.

Ik bevond mij, samen met andere leden van een buitenlands studentenprogramma, in een gammele bus, hobbelend over onverharde bochtige bergwegen. Ik herinner mij dat ik dacht dat er wel erg weinig was tussen ons en de afgrond. Even later maakte ik me nog meer zorgen toen het begon te sneeuwen, en de buschauffeur met één hand aan het stuur uit het raam ging leunen om beter te kunnen zien, want de bus had geen ruitenwissers. En ook kreeg een aantal studenten in de groep behoorlijk last van hoogteziekte. Het verlaten en onherbergzame landschap leek wel net zo vijandig als de benauwende atmosfeer.

Al die tijd probeerde ik te bidden, maar toen ik zelf de eerste symptomen van hoogteziekte voelde opkomen, werd ik ontmoedigd.. Gedachten als: “Zelfs al zou jouw gebed je inspiratie geven, dan nog heb je niet genoeg goede ideeën om je gedachten op dat niveau te houden tijdens de komende uren van deze bustocht” drongen zich telkens op als ik begon te bidden.

Door mijn studie in Christian Science heb ik echter geleerd dat zulke gedeprimeerde gedachten geen engelengedachten zijn – gedachten die voortkomen uit de liefde, waarheid en genezende macht van het goddelijk Gemoed. Hoewel het er heel somber uitzag, wist ik toch wel genoeg om te beseffen dat er een betere manier was om naar de situatie te kijken. (Nu zie ik ook in dat dit hoopvolle inzicht op zichzelf al een engelenboodschap was.)

Dus begon ik naar een ander perspectief uit te zien. Er kwam een passage uit de Bijbel naar me toe, waarover ik nooit eerder had nagedacht. Het was uit het Evangelie van Matthëus, toen Jezus op het punt stond gevangen genomen te worden door de soldaten die de opdracht hadden hem voor het gerecht te brengen. Aanvankelijk probeerde een van Jezus’ discipelen hem te verdedigen door met zijn zwaard uit te halen, maar Jezus wees hem terecht: “Weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen en dat hij mij dan onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen?” (Matt. 26:53, NBV). Een legioen in het Romeinse leger bestond uit zo’n 6.000 man, dus 12 legioenen engelen zou, pak weg, 70.000 engelen betekenen.

Plotseling stelde ik mij voor hoe het eruit zou zien als 70.000 engelen – het soort met vleugels in de witte gewaden – de bus in zouden dringen en rondvliegen. En ik glimlachte in mezelf en dacht: “Dat zijn drommels veel engelen! Toen ging ik dieper: “Hoe zou de situatie eruit zien met 70.000 inspirerende, verheffende, genezende gedachten?” En ik werd overweldigd door een gevoel van liefde en bescherming. Er waren meer goede gedachten om mij heen die mij in alles voorzagen en mij voorwaarts leidden, dan ik kon tellen. Ik voelde me rustiger worden en herinnerde mij enkele regels van een geliefd gezang dat zeer toepasselijk was op mijn bezorgdheid over de atmosfeer op grote hoogte.

Een levenssfeer van liefde en licht,
Omringt ons mild en zacht,
Daar leven wij, daar aadmen wij,
Daar zwijgt der zinnen macht.
(Christian Science Hymnal, no. 144)

Ik realiseerde mij dat mijn vrienden en ik ons niet in een gevaarlijke atmosfeer bevonden, maar leefden in de atmosfeer van de goddelijke Liefde en volkomen beschermd waren. De volgende uren kwamen  bijbelpassages, gezangen en veel andere inspirerende gedachten tot mij. Van de meeste aanhalingen wist ik niet eens dat ik ze kende.

Op een gegeven moment, toen de bus een bocht omging, was er een opening in de wolken zichtbaar waar de zon door scheen, en beneden ons was  een dal met een spiegelglad meer waarin de bergen rondom volmaakt werden weerspiegeld. Op dat moment voelde ik slechts vrede en dankbaarheid voor de oppermacht  van God, het goede. Ik voelde geen angst meer, geen opkomende symptomen, en ik had alleen oog voor  mijn geestelijke status en die van mijn vrienden in de bus. Ik genoot van de zuivere atmosfeer (niet langer verlaten en onherbergzaam) die ons omgaf. Mijn perspectief was totaal veranderd en alles leek lichter.

De rest van de bustocht en mijn tijd in Tibet waren fantastisch. De andere leden van de groep waren ook bevrijd van ziekte. Mary Baker Eddy schreef eens een kort artikel, getiteld “Engelen” waarin zij vertelde dat de aanwezigheid van een engel voelt als “… een geestelijke idee dat je pad verlicht!”. En zei ze: “God geeft je Zijn geestelijke ideeën, en die, op hun beurt, voorzien in jouw dagelijkse behoeften” (Miscellaneous Writings 1883-1896, blz. 306-307).

Ik denk dat elk kind van God een vlijmscherp vermogen heeft om engelen waar te nemen – de geestelijke ideeën die ons pad verlichten en genezing brengen. Soms vergelijk ik dit met de manier waarop radio’s werken: De atmosfeer om ons heen is gevuld met engelen, en wij hebben van nature het vermogen af te stemmen op de boodschappen van Gemoed. Het proces van afstemmen kunnen we vergelijken met gebed  – je actief tot Geest richten met een zuiver verlangen meer te zien zoals God ziet. Als we op Gods engelen-boodschappen afstemmen, ervaren we dat deze geestelijke ideeën op een praktische manier in onze behoeften voorzien door troost en wijze leiding te geven, en nieuwe perspectieven van het goede, dat al binnen handbereik ligt. 

Zoals ik verwacht nuttige antwoorden te vinden door op Google te surfen voor de dingen waarnaar ik nieuwsgierig ben, weet ik dat de belangrijkste ideeën voor ons leven nog dichter bij zijn dan mijn smartphone, en werkelijk overal bereikbaar zijn. Engelen – ”Gods gedachten die naar de mens uitgaan” – zijn altijd bij ons, en onthullen ons ieder moment de goedheid, zuiverheid en onsterfelijkheid van de gehele schepping.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.