Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Genezen van beperkte mobiliteit

De Christian Science Heraut - 1 november 2011

Christian Science Sentinel, 10.3.2011 


Twee jaar geleden kon ik op een ochtend  moeilijk uit bed komen, en ik kon nauwelijks lopen door de pijn. Ik ging naar mijn werk en toen ik de trap opliep naar mijn kantoor, merkte ik dat elke beweging mij heel veel moeite kostte.

Later op de middag probeerde ik te rennen maar het was onmogelijk. Ik ben erg actief en angstige gedachten probeerden binnen te sluipen in de trant van: “Je wordt een dagje ouder. Is dit soms artritis? Wat als je niet meer kunt rennen, skiёn of wandeltochten maken?” Het leek zo werkelijk! Maar aangezien ik mijn leven lang een  Christian Scientist ben, wist ik dat deze toestand niet van God afkomstig was en dat gebed het enige antwoord zou zijn.

Toen ik thuiskwam, opende ik Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift van Mary Baker Eddy. De openingszin van het eerste hoofdstuk luidt: “Het gebed, dat de zondaar hervormt en de zieke geneest, is een onvoorwaardelijk geloof, dat alle dingen mogelijk zijn voor God – een geestelijk begrijpen van Hem, een ontzelfde liefde” (blz. 1).

Dat leek een goed uitgangspunt, en toen ik enkele dagen over die verklaring had nagedacht, werden een paar dingen duidelijk. Ik twijfelde niet aan de eerste twee vereisten: Een erkennen dat alle dingen mogelijk zijn voor God, en een biddend  verlangen om Hem beter te begrijpen. Maar ik had moeite met het derde deel van die zin. Ik vroeg mijzelf af: “Wat is ‘ontzelfde liefde’? Hoe vinden we die?”

Verdere studie in Wetenschap en Gezondheid resulteerde in een uitleg die begon met eigenliefde: “Eigenliefde is nog ondoorschijnender dan een vast lichaam. Laten wij in geduldige gehoorzaamheid aan een geduldig God arbeiden om met het universele oplossingsmiddel, Liefde, de versteendheid op te lossen van de dwaling – eigenzinnigheid, zelfrechtvaardiging en eigenliefde – de dwaling, die tegen het geestelijke krijg voert en de wet is van zonde en dood” (blz. 242).

Ik vroeg een Christian Science practitioner om met mij te bidden, en tijdens onze regelmatige telefoongesprekken werd mij duidelijk dat eigenliefde staat voor trots, egocentrisch gedrag en jezelf plaatsen boven het geluk van anderen. Ik zag in dat ik nederiger moest zijn en meer vergevensgezind in elk aspect van mijn leven – dat ik trots moest laten varen en meer empathie en liefde moest tonen. Het was me duidelijk dat “het universele oplossingsmiddel”  vrijelijk voorvloeide uit een al-liefhebbende God wiens geestelijke kwaliteiten door mij op natuurlijke wijze tot uitdrukking konden worden gebracht.

Dit werd mijn hartsverlangen – liefdevol te zijn, geduldig, vriendelijk en vergevensgezind. Elke dag waren er nieuwe kansen om meer blijk te geven van deze kwaliteiten jegens familieleden, vrienden en buren. Het resultaat was opmerkelijk in betere contacten met vrijwel allen. Liefde werd weerspiegeld in liefde, om een regel uit Wetenschap en Gezondheid  te parafraseren (zie blz. 17).

Na enkele maanden leek er nog weinig vooruitgang te zijn in mijn fysieke toestand, maar mijn mentale gezichtspunt was veranderd. Ik was ervan overtuigd geraakt dat “bij God alle dingen mogelijk zijn” (Matt.19:26). En ik vond veel troost in de bijbelaanhaling: “Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven” (Jer. 29:11, NBV).

Op een mooie, stralend-blauwe dag besloot ik een strandwandeling te maken, niet ver van mijn huis. Ik ontmoette een man, gezeten in een elektrische rolstoel aan de zijde van zijn vrouw. Hij keek naar de oceaan die hij echter niet goed kon zien omdat een zandheuvel zijn uitzicht gedeeltelijk belemmerde. We raakten in gesprek en het werd al gauw duidelijk dat hij dolgraag over het strand naar de zee zou willen lopen, een afstand van ongeveer 70 meter. Mijn hart ging naar hem uit, en ik hoorde mijzelf zeggen: “Waarom doen we het niet gewoon? Laten we gaan!”

Tot mijn verbazing reageerde de man onmiddellijk. Hij legde zijn arm om mijn schouders en trok zichzelf op. Langzaam liepen we over het strand, stap voor stap, naar het water. Zijn vrouw had een vouwstoel voor hem meegenomen. Zuchtend van blijdschap ging hij zitten en bedankte mij hartelijk voor mijn ingeving en hulp. Wij  drieën leken in liefde gehuld te zijn – ik kon Gods aanwezigheid voelen.

Toen ik over het strand terug kuierde, kwam de gedachte bij mij op om naar een pier te rennen, zo’n anderhalve kilometer verderop. Waarom niet? Ik rende zonder enige pijn, inwendig jubelend over elke stap. Ik was genezen! Ik wandelde met mijn nieuwe vriend over het strand terug naar zijn elektrische rolstoel, geroerd door de dankbaarheid die uit zijn ogen sprak.

Later die week werd mij de gelegenheid geboden om aan een 5 kilometer wedloop deel te nemen en ik liep hem uit met vreugde. Geen pijn. Geen uitputting. Geen stijfheid. Alleen maar diepgevoelde dankbaarheid voor Gods geweldige liefde en voor de zegeningen waarmee Hij ons allen iedere dag overlaadt.


The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.