Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Mijn pad, eens donker, is vol licht

De Christian Science Heraut - 6 oktober 2021


Twee jaar na de universiteit voelde mijn leven leeg en zinloos. Ik bezocht verscheidene kerkgenootschappen op zoek naar geestelijk inzicht, maar vond er niets dat mij voldoening gaf. Toen keerde ik me voor inspiratie tot verdovende middelen en raakte er spoedig aan verslaafd.

Door de drugs en mijn algemene staat van denken, kon ik in geen enkele baan functioneren. Het leek erop dat ik in een doodlopende straat was aangeland en ik voelde mij gevangen.

Terugkijkend zou ik zeggen dat mijn zoektocht naar geestelijkheid faalde door mijn stoffelijke zienswijze. Ik had geen idee over de oneindigheid van wat ik zocht. Mijn onwetendheid nam echter niets weg van mijn verlangen en deed geen afbreuk aan mijn oprechtheid. Ofschoon het leven donker leek en ik niet veel begreep van wat ik eigenlijk wilde, hunkerde ik naar een begrip van God en dat verlangen was een gebed dat me naar Waarheid leidde.

Middenin een onrustige nacht opende ik mijn ogen en zag dat mijn kamer vol licht was. Een gevoel van zuiverheid omarmde me. Hernieuwd en vredig viel ik in slaap. De volgende ochtend wist ik dat ik van richting moest veranderen. Ik had in geen maanden gewerkt, maar die dag had ik het gevoel dat ik geleid werd. Het was duidelijk dat Ik een baan moest vinden.

Ik woonde in een landelijke omgeving ver weg van een zakencentrum en ik had geen auto, dus mijn vooruitzichten om in de buurt werk te vinden leken kansloos. Maar in de sectie “hulp gevraagd” van de plaatselijke krant, werd een baan aangeboden op loopafstand. Het was in een kamp voor meisjes, waar voorbereidingen werden getroffen voor het zomerseizoen en ik werd gehuurd als timmerman. Het bleek boeiend werk te zijn en de mensen voor wie ik werkte waren heel liefdevol.

Ik raakte bevriend met de grootmoederlijke eigenaresse van het kamp, die een Christian Scientist was. Terwijl ik haar hele familie leerde kennen, vond ik uit dat ze buitengewone mensen waren. Toen ik vroeg wat hen zo bijzonder maakte, zeiden ze dat het wellicht hun religie was. Dus vroeg ik of ik met hen mee mocht gaan naar de kerk. Ze nodigden me uit op een woensdagavond om een getuigenisbijeenkomst bij te wonen in hun plaatselijke Christian Science kerk.

Er werden passages voorgelezen (gekozen uit de Bijbel en het Christian Science leerboek Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift van Mary Baker Eddy) die ik op dat moment niet allemaal kon volgen, maar toen ik luisterde naar de getuigenissen van genezing en de gedachten van de gemeenschap over Christian Science, werd het verband logisch. Iemand zei dat wij allemaal de volmaakte kinderen van God zijn en dit vond weerklank bij mij omdat ik dat altijd al had aangevoeld.

Ik was stomverbaasd een kerkgemeenschap te vinden zoals deze en vroeg me af: “Zijn deze mensen echt?” Maar toen ik de leden leerde kennen, was ik opgelucht en dankbaar te zien dat zij leefden naar wat zij geloofden.

Ik bleef de kerk bezoeken en begon de Christian Science Journal en Sentinel te lezen. En ik begon ook de wekelijkse bijbelles in het Christian Science Kwartaalboekje te bestuderen. Dankzij iedere dag vele uren van studie, vond ik antwoorden op de problemen waarmee ik te kampen had. Mijn leven werd getransformeerd. Mensen merkten op dat ik er beter uitzag. Zij zeiden dat mijn gelaatsuitdrukking was veranderd van zuur en cynisch naar vrolijk en vriendelijk. Terwijl ik dichter naar God, het goddlijk Gemoed, toegroeide, verdween mijn verlangen naar verdovende middelen.

Ik begon een diepgaande studie van Wetenschap en Gezondheid. Ik las het eerste hoofdstuk “Gebed” en herlas het telkens opnieuw, omdat het zoveel uitleg bevatte over wat ik wilde weten van mijn relatie tot God – hoe te luisteren, hoe te bidden, hoe gebed geneest. Ik kom uit een milieu waar het pastoraat de gebeden voorschrijft, en het was inspirerend te ontdekken, dat ik direct met God kon communiceren. Dit hoofdstuk introduceerde mij ook tot de zeven synoniemen voor God, die worden benadrukt in het leerboek – Liefde, Gemoed, Geest, Beginsel, Waarheid, Leven, Ziel – en die Gods aard en eigenschappen beschrijven. Ik leerde dat we niet bidden om Gods aandacht te krijgen of God eraan te herinneren God te zijn. Integendeel, we verwisselen het beperkte geloof over God voor het begrijpen van God als het oneindige, altijd aanwezige, almachtige goede.

Een van de dingen die me het meest aanspraken over Christian Science was de kijk op Christus Jezus als Gods Wegwijzer voor de mensheid. Wetenschap en Gezondheid verklaart: “Jezus leerde ons de weg van leven door demonstratie, opdat wij mogen begrijpen, hoe dit goddelijk Beginsel de zieken geneest, dwaling uitwerpt en over de dood zegeviert. Jezus gaf het ideaal van God beter weer dan iemand, wiens oorsprong minder geestelijk was, had kunnen doen” (blz. 25).

Ik had getwijfeld aan de zogenaamde wonderen die aan Jezus worden toegeschreven en zag het belang er niet van in voor onze tijd. Maar door mijn studie van Christian Science begon ik te begrijpen dat deze wonderen geen gevallen waren van God, die ingreep om de “natuurlijke” gang van zaken te veranderen, maar voorbeelden van Jezus, die begreep en demonstreerde wat geestelijk al waar en blijvend was. Wetenschap en Gezondheid legt uit: “Jezus aanschouwde in de Wetenschap de volmaakte mens, die voor hem zichtbaar was, waar door stervelingen een zondig, sterfelijk mens wordt gezien. In deze volmaakte mens zag de Verlosser Gods eigen gelijkenis en deze juiste kijk op de mens genas de zieken. Zo leerde Jezus de mensen, dat het koninkrijk Gods ongerept en universeel is en dat de mens rein is en heilig” (blz. 476-477).

Het feit dat Jezus zijn volgelingen vertelde te doen zoals hij deed, gaf mij de hoop dat ik deze waarheden zelf kon toepassen. Toen ik Christian Science begon te onderzoeken, dacht ik aanvankelijk dat het voor mij een andere halte zou zijn langs de weg van vele geloofsrichtingen. Maar in plaats daarvan werd het mijn thuis – het anker voor al mijn denken en handelen.

Ofschoon ik de studie van Christian Science pas opnam na de universiteit, zou je toch kunnen zeggen dat ik opgroeide in Christian Science. Tijdens het bewustwordingsproces over mijn ware identiteit als geestelijk kind van God, werd ik volwassen en maakte een complete karakterhervorming door. En tot deze dag blljft de harmonie van Gemoed zich manifesteren in mijn leven – in goede gezondheid, een liefdevol huwelijk en gezin en zinvolle werkzaamheden.

Zoals het in Wetenschap en Gezondheid staat: “De Christian Scientist die wetenschappelijk begrijpt dat alles Gemoed is, gaat van mentale veroorzaking, van de waarheid van het zijn uit om de dwaling te vernietigen. Dit middel tot herstel brengt een verandering teweeg en bereikt ieder deel van het menselijk organisme. Volgens de Schrift doorzoekt het ‘de gewrichten en het merg’ en herstelt het de harmonie van de mens” (blz. 423).

God, de goddelijke Liefde, leidde mij van duisternis en strijd tot voorspoed en licht. Ik ben hier heel dankbaar voor.

De missie van de Heraut

In 1903 stichtte Mary Baker Eddy De Heraut van Christian Science, met het doel: „de universele werkzaamheid en beschikbaarheid van waarheid te verkondigen.” (My 353:14) De definitie van ,heraut’ in een woordenboek: „voorloper – een boodschapper die vooruit is gestuurd om bekend te maken wat er gaat komen”, geeft een speciale betekenis aan de naam Heraut en wijst ons bovendien op onze plicht – de plicht van ieder van ons – om te zorgen dat onze Herauten hun taak vervullen, een taak die onafscheidelijk is van de Christus en werd aangekondigd door Jezus met de woorden: „Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen” (Markus 16:15).

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Lees meer over de Heraut en zijn missie.