Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Tijd voor inspiratie

De Christian Science Heraut - 10 augustus 2026

Oorspronkelijk gepubliceerd in de augustus 2026 editie van The Christian Science Journal  

 


Tijdens een bezoek aan een van de huizen van Mary Baker Eddy, de Ontdekster en Grondlegster van Christian Science, werd ik getroffen door de uitleg van de gids over haar vertrouwen in de Bijbel als haar voornaamste bron van leiding en waarheid. De gids merkte op: "Stel je eens voor dat je de Bijbel op dezelfde manier zou behandelen als de smartphone.”   

Die opmerking bracht de bezoekers aan het lachen. We herkenden allemaal de neiging om voortdurend onze telefoon te raadplegen: voor het weer, het nieuws, om te zien waar vrienden mee bezig zijn, om op te zoeken hoe je iets kunt repareren, historische feiten te controleren, enzovoort. Tegelijkertijd voelde de opmerking ook storend, omdat we beseften hoe gemakkelijk onze toewijding aan zulke alledaagse bezigheden belangrijker kan worden dan regelmatig stilstaan bij de wezenlijke vragen van het leven.

In de afzondering van het eenvoudige huis in North Groton, New Hampshire, waar Mary Baker Eddy ooit woonde – met een slechte gezondheid, met een echtgenoot die vaak afwezig was, en volledig gescheiden van haar zoon nadat zijn pleegouders waren verhuisd en hem hadden meegenomen – werd zij voortdurend geconfronteerd met fundamentele levensvragen. Ze zocht naar een begrip van God dat antwoord kon geven op vragen die ook wij ons vandaag de dag kunnen stellen: Wat gebeurt er werkelijk? Wie ben ik? Waarvoor ben ik hier?

Wanneer zij haar Bijbel opensloeg, zocht zij naar een dieper inzicht – een wijsheid die nooit kon voortkomen uit louter stoffelijke omstandigheden. Het openen van de Bijbel betekende voor haar het bevestigen van haar relatie met de goddelijke bron van alle intelligentie, inzicht en logica. Zij zocht niet naar een hoeveelheid informatie, maar naar een besef van Gods aanwezigheid en macht.

Een herinnering van Clara Knox McKee, een van haar huishoudelijke medewerkers in Pleasant View, die betrekking heeft op een periode lang na de jaren in North Groton, bevat het volgende: "Zij sloeg haar Bijbel willekeurig open en las het eerste waarop haar blik viel.  Vervolgens gaf zij er de geestelijke uitleg van, die even moeiteloos van haar lippen vloeide alsof zij die van tevoren had opgeschreven.

Dit was haar brood uit de hemel, haar inspiratie en openbaring, het manna voor die dag, dat zij deelde met de leden van haar huishouden." (We Knew Mary Baker Eddy, deel 1, uitgebreide editie, blz. 466)

De Bijbel raadplegen zoals jij je smartphone raadpleegt, betekent dus niet alleen dat je er vaak naar grijpt. Het betekent dat je de Heilige Schrift raadpleegt om een dieper begrip te verkrijgen van wat er werkelijk gaande is.

Een recent opiniestuk, "There's a good reason you can't concentrate" [Er is een goede reden waarom je je niet kunt concentreren] van Cal Newport (The New York Times, 27 maart 2026),  stelde dat het voortdurend raadplegen van onze telefoon ons afleidt van diep nadenken. Op inspiratie en creativiteit gerichte gedachten zijn precies hetgeen de mensheid het hardst nodig heeft en komen niet door eindeloos oppervlakkig te scrollen langs de meningen van anderen of gecompliceerde nieuwsberichten. De auteur merkt op dat Abraham Lincoln zich regelmatig terugtrok in een eenvoudige cottage om in alle rust diep na te denken, en dat Martin Luther King Jr. het doel van zijn leven ontdekte na een lange periode van stille bezinning.

Iedereen die op die dag het huis in North Groton bezocht, verlangde naar juist die diepgaande bezinning en de inzichten die daaruit voortkomen. Daarvoor was vooral één ding heel duidelijk nodig: de bereidheid om er tijd voor vrij te maken.

Ik herinner me dat jaren geleden, toen ik twee weken Cursusonderricht in Christian Science volgde. het heel natuurlijk voelde om vanuit een geestelijk onderscheidingsvermogen te denken. Omdat ik het grootste deel van mijn tijd besteedde aan het bestuderen van de Bijbel en de geschriften van Mary Baker Eddy, leek inspiratie veel gemakkelijker tot mij te komen. Problemen die zich voordeden, werden snel opgelost naarmate de geestelijke eigenschappen die Gods natuur weerspiegelen, mij dierbaarder en vertrouwder werden. Na afloop van de cursus bleef dat geestelijk besef mij begeleiden. Mensen begonnen mij om geestelijke hulp te vragen voor genezing. Het gaf mij grote vreugde dat ik hen kon helpen en ik begreep beter waarvoor ik hier was.

Echter na verloop van tijd, toen mijn routine terugkeerde naar alledaagse bezigheden met de focus op boodschappen doen, op de hoogte blijven van actualiteiten en standpunten, leek de geestelijke helderheid wat te vervagen. Op een nacht werd ik wakker met pijnlijke symptomen van een lichamelijke aandoening, die eerder was genezen door het besef van Gods altijd aanwezige liefde. Hoewel ik niet meer zo volledig opging in het geestelijk bewustzijn, dat die weken van Cursusonderricht had gekenmerkt, wist ik nog steeds dat ik mij tot God moest wenden voor een juiste beoordeling van wat er gaande was.

Mijn Bijbel lag op het nachtkastje. Ik deed het licht aan en sloeg hem open in het vertrouwen dat ik Gods woord zou vinden dat het diepste inzicht zou openbaren over wie ik werkelijk was  en wat er werkelijk gebeurde. Mijn oog viel op deze woorden: "Daarna antwoordde de HEERE Job uit een storm en zei: Wie is hij die Mijn raad duister maakt met woorden zonder kennis? Omgord nu als een man uw heupen, dan zal Ik u ondervragen. Maak Mij eens bekend: Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? Maak het bekend, als u echt inzicht hebt” (Job 38:1–4).

Dit was  een scherpe terechtwijzing van de gedachte dat lichamelijke gewaarwording en menselijke ervaring een nauwkeurige beoordeling van de werkelijkheid kon bieden. Zoals Eugene H. Peterson dit omschrijft: "Waarom maak je de zaak zo verwarrend? Waarom praat je over dingen waar je niets van begrijpt?" (Job 38:2 The Message).

De apostel Paulus noemt de manier van denken die Gods goedheid miskent of Geest geheel buiten beschouwing laat, het “vleselijke denken” (Kolossenzen 18:2). Mary Baker Eddy noemt dit het sterfelijk gemoed en omschrijft het als: "Niets dat beweert iets te zijn ... een vermeende stoffelijke zin ... het geloof dat leven, substantie en intelligentie in en van de stof zijn; het tegengestelde van Geest en dus het tegengestelde van God of het goede" (Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, blz. 591–592).

De terechtwijzing kwam hard aan. Wat wist deze op de stof gebaseerde manier van denken eigenlijk over mij, over wat werkelijk is? Helemaal niets. De gedachte dat lichamelijke gewaarwordingen de volledige maatstaf van mijn identiteit vormden – dat zij het leven konden definiëren als louter lichamelijk en angst en verdriet teweegbrengen – verloor haar greep op mij. Ik werd mij ervan bewust dat het oneerlijk en aantoonbaar onrealistisch zou zijn om God en de werkelijkheid van Liefde – de werkelijkheid van de wet van het zijn die mij eerder had genezen – buiten beschouwing te laten.

Dit dieper, hoger inzicht bracht genezing. De symptomen verdwenen onmiddellijk. Ik sloot mijn Bijbel met een innig gevoel van dankbaarheid voor wat één moment van geestelijke helderheid kan bewerken. Dit was het einde van die lastige pijnen en de ziekte, die volgens dokters daarmee in verband stond. Maar het verdwijnen van het fysieke probleem was niet het enige gevolg. Veel belangrijker was wat tijdens die momenten van gebed was geopenbaard – wat Wetenschap en Gezondheid noemt: "de kern van de Bijbel ... het overwicht van geestelijke over fysieke macht" (blz. 131).

Volgens een herinnering van George Kinter was dit Mary Baker Eddy's eigen reactie in 1905, nadat zij door een Christian Science-behandeling was genezen – de correctie van het sterfelijk gemoed. Zij zei: "God zij dank! O, dank de liefdevolle Vader, ik ben genezen! ... Is het niet heerlijk? O, loof de Heere, want Hij is goed."

De herinnering vervolgt: "Daarna reciteerde zij de ene na de andere psalm en  bracht vol verrukking haar dankbaarheid tot uitdrukking." Verder wordt verteld dat ze zei: "God is hier! Dit is de heel, en wij weten het nu allemaal, nietwaar, geliefden! Laten wij het nooit meer vergeten" (Autobiographical Sketch of George H. Kinter, CSB, blz. 11, met dank aan het Longyear Museum, Chestnut Hill, Massachusetts).

Hoe meer ik de waarde leer kennen en ervaar van tijd vrij te maken om me intensief bezig te houden met de "kern" van het zijn – en daarbij de regels in Wetenschap en Gezondheid toepas, die mij verlossen van de afleiding van louter stoffelijke waarneming – des te meer besef ik dat ik dit "nooit meer wil vergeten." Eigenlijk is het niet moeilijk om betrokken te blijven; God heeft ons daartoe geschapen. En alles wat ons ertoe zou kunnen aanzetten om ons één zijn met God te vergeten, is – wanneer wij er even over nadenken – net zo aantrekkelijk als je hand op een gloeiendhete kachel leggen.

Mary Baker Eddy doet een beroep op ons allemaal: "Ik hoop, waarde lezer, dat ik u ertoe breng uw goddelijke rechten te begrijpen, uw door de hemel geschonken harmonie – dat u bij het lezen zult zien, dat er (buiten de dwalende, sterfelijke, stoffelijke zin, die geen macht is) geen oorzaak bestaat, die u ziek of zondaar kan maken; en ik hoop, dat u bezig bent deze bedrieglijke zin te overwinnen" (Wetenschap en Gezondheid, blz. 253).

Laten we waakzaam zijn voor de verleiding om een smartphone – of welk ander digitaal platform dan ook – onze prioriteiten te laten  te bagatelliseren en de aanspraak dat stoffelijke omstandigheden op een of andere manier werkelijker zijn dan Gods aanwezigheid en macht, doorzien en weerleggen. En zelfs als zulke afleidingen ons tijdelijk op een zijspoor zetten, zullen wij ervaren dat we onvermijdelijk worden teruggetrokken naar de goddelijke werkelijkheid – naar datgene wat er werkelijk toe doet, naar wat er werkelijk gaande is en naar wie wij werkelijk zijn.

 

De missie van de Heraut

In 1903 stichtte Mary Baker Eddy De Christian Science Heraut, met het doel: “de universele werkzaamheid en beschikbaarheid van Waarheid te verkondigen” (My 353:14). De definitie van ‘heraut’ in een woordenboek: “voorloper – een boodschapper die vooruit is gestuurd om bekend te maken wat er gaat komen”, geeft een speciale betekenis aan de naam Heraut en wijst ons bovendien op onze plicht – de plicht van ieder van ons – om te zorgen dat onze Herauten hun taak vervullen, een taak die onafscheidelijk is van de Christus en werd aangekondigd door Jezus met de woorden: “Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen” (Markus 16:15).

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Lees meer over de Heraut en zijn missie.