Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Je hoeft niet toe te geven

De Christian Science Heraut - 15 Juni 2026

Oorspronkelijk gepubliceerd in de  22 april 2019 editie van de Christian Science Sentinel


Ik was mijn bewustzijn aan het verliezen; duisternis naderde snel. Ik was zojuist hard gevallen achter het theaterpodium. Op dat moment was de overheersende verleiding om de duisternis te accepteren, er gewoon in mee te gaan. Het leek te moeilijk om de aantrekkingskracht te weerstaan. Maar een verontrustende gedachte schudde me plotseling wakker: Ik mag dit niet laten gebeuren. Iedereen weet dat ik een Christian Scientist ben – ik kan ze niet laten denken dat God niet hier is en mij bestuurt op dit moment.

In een oogwenk veranderde alles. Ik was volledig bij mijn bewustzijn, kon opstaan en doorgaan met de repetitie. Ik was ongedeerd, zonder spoor van enige reactie – geen schok, geen pijn, niets. 

Dit voorval vond plaats in de beginfase van mijn beoefening van Christian Science en het leerde mij een waardevolle les. Ik leerde dat ieder van ons beschikt over een door God gegeven heerschappij – wat inhoudt dat wij de goddelijke autoriteit hebben om negatieve ‘onvermijdelijkheden’ te weerleggen en er bovenuit te stijgen. In elke situatie bezitten wij het vermogen om ons aan de zijde van God, het goede, te scharen en Zijn kracht te ervaren.

Mary Baker Eddy, de Ontdekster van Christian Science en auteur van Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilig Schrift, verwoordde het als volgt: “Uw beslissingen zullen over u heersen, in welke richting zij ook gaan” (blz. 392). Maar hoe nemen wij beslissingen in de juiste richting?

Het is nuttig om in gedachten te houden dat het besluit om de kant van God te kiezen – om  gezondheid en heelheid te omarmen – niet voortkomt uit de menselijke wil. Veeleer is het de uitoefening van een goddelijk recht. Het is de uitdrukking van ons door God geschonken vermogen om bewust in te stemmen met de werkelijkheid en de kracht van het goede, ongeacht wat er verder ook gaande lijkt te zijn. En deze kracht concurreert in feite niet met enige andere kracht. De Bijbel verzekert ons: ”,,, de Heere, de almachtige God, is Koning geworden” (Openbaring 19:6). Voor mij betekent dit dat God, de volkomen goede schepper van het geestelijk – en enig – universum, regeert. Punt uit. Op het moment dat we ons bewust worden van een tegenslag, of naderende symptomen van een ziekte, of een verleiding tot zondigen, is God aanwezig om ons te leiden en te helpen. Het is onze taak om elk geloof aan de werkelijkheid van het kwaad, dat ons mogelijk in zijn greep houdt, los te laten en in plaats daarvan Gods aanwezigheid te erkennen als het werkelijke, het ware en het enige. Wanneer we voor God kiezen, komen we in harmonie met de geestelijke werkelijkheid. In plaats van ons te laten meeslepen in de opvatting dat onze situatie fundamenteel gebrekkig is, of dat een bepaalde verleiding onweerstaanbaar aantrekkelijk is, worden we vrij om Gods volmaakte heerlijkheid – die altijd werkzaam is – tot uitdrukking te brengen en te ervaren.

Nog niet zo lang geleden merkte ik dat ik regelmatig opeens in slaap viel. Ik liet me meevoeren door de verleiding en stond toe dat deze de overhand nam zodra er een rustig moment in mijn dag was. Een tijd lang schonk ik er niet veel aandacht aan. Zo nu en dan genoot ik best wel van die korte dutjes. Maar deze neiging kwam steeds vaker voor en ik besefte dat ik er iets aan moest doen, omdat het mijn leven begon over te nemen. Ik koos ervoor om te bidden.

Tijdens mijn gebed besefte ik dat het toegeven aan de verdovende verleiding van de slaperigheid in feite betekende dat ik mijn heerschappij opgaf, mijn van God afkomstige vermogen om mijn eigen ervaring te besturen. Mezelf laten wegdrijven in bewusteloosheid, betekende in feite dat ik me afsloot voor mijn bewuste gewaarwording van het goddelijk Gemoed, God.

Oeps! Dat was bepaald niet productief, noch behulpzaam. Nu heb ik niets tegen slapen, maar er is een groot verschil tussen kiezen om in slaap te vallen of ons te laten overmeesteren door het verlangen om ons af te melden. Afzien van de intelligente, krachtige aanwezigheid van Gemoed? Geen goed idee.

Sinds ik “ontwaakte” uit deze subtiele verleiding om op willekeurige momenten in slaap te vallen, heb ik geweigerd toe te staan dat deze aanvechting de overhand kreeg. Soms is een dutje nuttig, maar dan wel op mijn voorwaarden. Met andere woorden: het is een bewuste keuze. Wanneer ik word uitgedaagd door slaperigheid, verzet ik mij daartegen en eis ik volhardend mijn heerschappij op. Als resultaat daarvan is de verleiding niet alleen afgenomen, maar heb ik er ook volledige controle over gekregen.

Het weerstaan van de drang om in slaap te vallen is, in het grote geheel der dingen, een relatief klein probleem. Hetzelfde geldt voor mijn moment, jaren geleden achter de toneelschermen. Maar toen ik nadacht over die aantrekkingskracht om onze bewuste controle los te laten, doemde er een veel groter plaatje op. 

Het boek Genesis in de Bijbel vertelt dat ons heerschappij is gegeven over kruipende dieren (1:26). Wat zijn enkele van die “kruipende dieren” die ons ongemerkt kunnen besluipen en ons het goede kunnen ontnemen – door ons in slaap te sussen en ons te verleiden een macht te aanvaarden die losstaat van God? Heb je ooit gehoord dat we, naarmate we ouder worden, kunnen verwachten ons geheugen te verliezen? Of dat we, wanneer onze kinderen het huis verlaten, te maken zullen krijgen met het “lege-nest syndroom”? Of, wees maar op je hoede, want elke winter slaat het griepseizoen weer toe? 

Er bestaan talloze varianten van deze algemene, wijdverbreide aannames over leven, geluk en gezondheid. En als we niet op onze hoede zijn, leggen ze ons hun voorwaarden op. Sommige zijn wellicht vrij subtiel — “onvermijdelijkheden” die we misschien niet in twijfel zouden durven trekken. Of misschien manifesteren ze zich als karakterfouten waarvan we hebben aangenomen dat we er nu eenmaal mee moeten leren leven. Maar als we de gezondheid en harmonie willen ervaren die hier werkelijk aanwezig zijn om van te genieten, moeten we bereid zijn mentaal protest aan te tekenen tegen alles wat ons zou sussen met de gedachte dat God op enig moment niet aanwezig is.

Wanneer we hiermee beginnen, weren wij ons af en zijn in staat weerstand te bieden tegen de aantrekkingskracht van “elk kruipend dier” of dierlijk magnetisme – een andere benaming voor het kwaad en het zogenaamd vermogen ervan om invloed uit te oefenen. Dit is iets wat wij dagelijks in ons gebed kunnen doen door de alheid van God te erkennen en, als gevolg daarvan de nietigheid te zien van alles wat tegen God ingaat – zelfs de kleinste dingen. Hiertoe behoort ook het bewijzen van ons recht om vrij te zijn van ziekte, zonde en alle andere algemeen gangbare negatieve opvattingen en overtuigingen. 

Wanneer we ervoor kiezen de aantrekkingskracht te weerstaan om simpelweg mee te gaan met ...  (vul maar in), kan dit onder meer betekenen dat we onze inspanningen richten op het handhaven van onze bewuste eenheid met Gemoed. Het betekent  dat we alle verleidingen van    onwetendheid, negativiteit en duisternis trotseren. Het betekent dat we ons recht opeisen als kinderen van God en ons verheugen in de vitaliteit, energie en frisheid van het goddelijk Leven,  de helderheid van Gemoed, die we van dichtbij en persoonlijk ervaren. En dat is de moeite meer dan waard.

De missie van de Heraut

In 1903 stichtte Mary Baker Eddy De Christian Science Heraut, met het doel: “de universele werkzaamheid en beschikbaarheid van Waarheid te verkondigen” (My 353:14). De definitie van ‘heraut’ in een woordenboek: “voorloper – een boodschapper die vooruit is gestuurd om bekend te maken wat er gaat komen”, geeft een speciale betekenis aan de naam Heraut en wijst ons bovendien op onze plicht – de plicht van ieder van ons – om te zorgen dat onze Herauten hun taak vervullen, een taak die onafscheidelijk is van de Christus en werd aangekondigd door Jezus met de woorden: “Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen” (Markus 16:15).

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Lees meer over de Heraut en zijn missie.