Een van mijn favoriete verhalen in de Bijbel is dat van Hanna, de moeder van Samuël (zie 1 Samuël 1:1-2:10). Haar dankbaarheid voor de geboorte van Samuël nadat zij lange tijd geen kinderen had kunnen krijgen, is voor mij altijd een herinnering geweest aan hoe oprechte en diepe dankbaarheid eruitziet.
Hanna zegt niet eenvoudigweg: “Dank U, God, dat U mij een kind hebt gegeven,” en gaat dan gewoon verder. Integendeel, zij spreekt een lang loflied uit, vol diepe dankbaarheid die ver uitstijgt boven haar moeilijkheid. Zij prijst God voor Zijn oneindige liefde, barmhartigheid en zorg voor hen die in nood verkeren en voor de vernietiging van het kwaad. Zij zegt: “Er is niemand zo heilig als de HEERE, want er is niemand buiten U en er is geen rotssteen als onze God” (I Samuël 2:2). Voor mij lijkt het alsof haar genezing en haar dankbaarheid haar tot een veel dieper begrip van God brachten. Zij besefte dat het niet alleen om haar ging, maar om Gods alomtegenwoordigheid en almacht over alles om haar heen.
Ik zie Hanna’s gehoorzaamheid en dankbaarheid als een manier om God te dienen. Het is gemakkelijk te denken dat God dienen een groots gebaar of een groot offer vereist, maar ik zie dit als een zeer beperkte opvatting. Dankbaarheid is het erkennen dat God tegenwoordig en zichtbaar is in ons leven en dit is een doeltreffende manier om Hem te dienen. Hoewel dankbaarheid, in de Bijbel vaak dankzegging genoemd, soms kan aanvoelen als een geringe bijdrage, is het in werkelijkheid een krachtige bevestiging van Gods bestaan en almacht.
Dankgeven betekent erkennen wat reeds waar en goed is – erkennen wat God ons allen geeft.
Het kan eenvoudig lijken dankbaarheid te zien als een manier om God te danken voor iets specifieks dat wij hebben ontvangen. Ik ben echter gaan begrijpen dat dankbaarheid zo krachtig en transformerend is, dat zij verder moet reiken dan onszelf of onze huidige omstandigheden. Dankbaarheid moet ons een helderder en zekerder beeld geven van God en heel Zijn schepping.
Op een dag voelde ik mij erg ziek en bleef urenlang in bed, nauwelijks in staat mij te bewegen, te eten of voor mijzelf te bidden. Ik belde een Christian Science-practitioner om voor mij te bidden. Ik had eerder genezing ervaren door samen te werken met een practitioner en voelde dat dit de juiste stap was. Ik verlangde enorm naar inspiratie en troost en was zeer dankbaar dat ik beide voelde tijdens ons gesprek. Vlak voordat we het telefoongesprek beëindigden, verzocht de practitioner mij tot God te wenden om te vragen op welke wijze ik Hem kon dienen. Eerlijk gezegd was ik verbaasd. Ik dacht: “God dienen? Werkelijk? Ik kan me nauwelijks bewegen! Iemand zou mij moeten dienen, niet andersom!” Maar ik was gehoorzaam.
Ik vroeg mij af wat ik kon doen of delen, terwijl ik mij zo hulpeloos voelde. Na erover nagedacht te hebben, realiseerde ik mij dat ik tenminste dankbaar kon zijn. Hoewel ik me door het fysieke ongemak niet in staat voelde om voor mezelf te bidden, was ik verrast dat het uiten van dankbaarheid zo gemakkelijk en natuurlijk aanvoelde. En dat was logisch, want dankbaarheid is het erkennen van wat reeds waar en goed is – erkennen wat God ons allen schenkt als Zijn geliefde kinderen. Ik hoefde niets te verzinnen om dankbaar voor te zijn.
De dankbaarheid stroomde binnen. Ik was dankbaar voor Gods tegenwoordigheid in mijn leven. En ik wist dat, ook al was het soms moeilijk om voor mijzelf te bidden – zoals in dit geval – ik een diep vertrouwen kon hebben dat God altijd bij mij is, voor mij zorgt en mij leidt. Ik was dankbaar voor Gods liefde en voor het feit dat Zijn liefde blijvend en onveranderlijk is.
Ik realiseerde mij dat Gods liefde niet wankelt; het is niet zo dat Hij mij het ene moment liefheeft en het volgende moment vergeet. Zijn liefde is altijd tegenwoordig en ik wist dat ik door die liefde werd omringd. Mijn besef van God was zo groot en reikte ver en wijd.
Ik bleef nog enige tijd dank uitspreken en Gods natuur verheerlijken. En binnen korte tijd kon ik opstaan en mijn dag hervatten, verkwikt en sterk verbeterd. Ik bleef God de hele dag danken en spoedig verdwenen alle symptomen van ziekte. Ik had God gediend door mijn dankbaarheid en ik was genezen.
In Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift schrijft Mary Baker Eddy iets dat mij heeft geholpen mijn dankbaarheid nog verder te verdiepen. Zij zegt: “Geven in dienst van onze Maker verarmt ons niet en niet-geven maakt ons niet rijker” (blz. 79:38-1).
In dit geval verrijkte het uitdrukken van dankbaarheid mij niet alleen door lichamelijke genezing, maar ook omdat het mij een belangrijke les leerde. Die les was deze: Ziekte kan vaak allesoverheersend lijken, onze vrijheid ontnemen om te denken en verder te kijken dan onszelf en het ongemak; maar dankbaarheid helpt ons om ons tot God te wenden – onze gedachten te verruimen en te verheffen en daarbij te blijven. Dit verrijkt ons, omdat God ons helpt onze ware, geestelijke aard en heelheid te zien – onze volmaaktheid en de volmaaktheid van alles wat ons omringt. Wanneer deze volmaaktheid voor ons zo werkelijk wordt, kunnen wij de nietsheid en onwerkelijkheid van ziekte onderscheiden en vindt er genezing plaats. Naarmate wij grondiger leren wat geestelijk waar is, kunnen wij ook anderen helpen genezing te vinden.
Het feit dat dankbaarheid ons niet laat waar zij ons aantreft, is mij zeer lief. Het toont ons de grootsheid van God en van ieder van ons als Zijn geliefde kind. Het helpt ons voorbij de leugen van een zogenaamd sterfelijk bestaan dat van God gescheiden zou zijn, te kijken naar de waarheid, dat wij nooit van Zijn goedheid gescheiden kunnen worden. Wij zien de hogere, geestelijke rijkdom van Gods natuur en, door weerspiegeling, onze eigen geestelijke natuur. Ik blijf mij elke dag inzetten God te dienen door dankbaarheid te tonen en het is een vreugde om dat te doen.
