In de Hebreeuwse Schrift komen veelvuldig verwijzingen voor naar God als herder en Psalm 23 bevat een van de meest geliefde voorbeelden. Voor de Israëlieten was het beeld van God als Herder natuurlijk en vertrouwd. Omdat schapen een centrale plaats innamen in de economie van de oudheid, was de zorg en leiding van een herder van levensbelang. In deze Psalm staan de roede en de staf – die werden gebruikt om kudden aan te drijven, te leiden, te beschermen en te redden – als symbool voor Gods bescherming en zorg. En zoals schapen de stem van hun herder herkennen, zo reageren Gods kinderen van nature op Zijn leiding.
De Hebreeuwse profetieën vieren dit beeld herhaaldelijk. Jesaja 40:11 zegt over God: “Als een Herder zal Hij Zijn kudde weiden.” Jeremia schreef dat God Israël zou bewaren “zoals een herder zijn kudde hoedt” (Jeremia 31:10) en Ezechiël beschrijft uitvoerig Gods herderlijke zorg (zie Ezechiël 34:11–16).
Mary Baker Eddy, de Ontdekster van Christian Science, nam het beeld van de herder over bij het besturen van de kerk, die zij kort daarvoor had gesticht. Vastbesloten de zuiverheid van haar ontdekking te bewaren – en zich bewust van de behoefte aan pastorale leiding – stelde zij de Bijbel en Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift aan als de “tweevoudige en onpersoonlijke prediker” van de Kerk. Zij legt uit: “. . . het Leven dat deze [boeken] geven, de Waarheid die zij verduidelijken, de Liefde die zij aantonen, is de machtige Herder die mijn kudde voedt en haar ‘langs de stille wateren’ leidt” (Miscellaneous Writings 1883–1896, blz. 322).
Mary Baker Eddy geeft haar volgelingen deze verzekering: “Het is goed dat de Herder van Israël Zijn gehele kudde onder Zijn roede in Zijn schaapskooi leidt; zo telt Hij hen en geeft Hij hen een uiteindelijke schuilplaats tegen de elementen van de aarde” (Miscellaneous Writings, blz. 9).
