Er was een tijd in mijn leven dat mijn moeder mij onderwaardeerde, omdat zij vond dat ik niet aan haar verwachtingen voldeed. In een brief schreef zij veel onvriendelijke dingen en stelde zij mij op de hoogte van mijn zogenaamde “gevallen status”.
Ik had al vele jaren geworsteld met de angst dat ik niet voldeed—dat ik was tekortgeschoten als goede dochter, goede moeder en goede echtgenote. Maar door de studie van Christian Science had ik vooruitgang geboekt in het begrijpen dat mijn waarde niet is gebaseerd op de mening van anderen, maar op God en hoe God, Geest, mij ziet als Zijn kind—de geestelijke uitdrukking van Zijn eigenschappen.
Toen ik de brief ontving, koos ik ervoor mij niet gekwetst te voelen, maar in plaats daarvan God te vragen om wijsheid, om te weten hoe deze verbroken relatie kon worden genezen. In die periode leerde ik mij tot God te wenden als mijn ware Ouder. Als Christian Scientist had ik geleerd te beginen met God—te weten dat God onze Vader en onze Moeder is, dat Hij niet alleen de bron van al het goede is, maar het goede Zelf en dat ik Hem kon vertrouwen om kracht, tederheid en liefdevolle zorg tot uitdrukking te brengen voor iedereen, ook voor mijzelf.
Aanvankelijk vond ik het gemakkelijker mij te verhouden tot God als Vader. En ik besefte dat ik een dieper begrip nodig had van het moederschap van God. Ik begon op te merken dat God voorzag in prachtige voorbeelden van moederlijke zorg door verscheidene vrouwen in mijn leven. En naarmate ik leerde God te zien als Moeder van ons allen, ook van mijn moeder, verzachtte haar houding tegenover mij. Zij veroordeelde minder en aanvaarde meer.
Toch bleef ik me vele jaren na de ontvangst van de brief afvragen of ik mijn moeder wel liefhad. Het antwoord kwam tijdens een bezoek aan haar toen zij herstellende was van een val. Op een ochtend zat zij in een stoel en ik voelde mij ertoe geleid haar voeten te wassen. Jezus’ liefdevolle voorbeeld van het wassen van de voeten van zijn discipelen vertegenwoordigde iets heiligs—de nederigheid om de stof weg te wassen van een opvatting over het leven als stoffelijk en gevuld met moeilijkheden, vergissingen en verkeerde keuzes. Voor mij was dit een daad van vergeving. Door de tederheid die tot uitdrukking kwam in het wassen van de voeten van mijn moeder, ontdekte ik dat ik eindelijk in mijn hart kon zeggen: Ja, ik heb mijn moeder lief. Ik realiseerde mij dat ik nooit echt was opgehouden van haar te houden.
Wat betreft het onjuiste beeld van mijzelf als een angstige, ontoereikende sterveling: dat had ik al enkele jaren vóór de ontvangst van de brief losgelaten. In die periode was ik op een avond erg ziek, had moeite met ademhalen, hoofdpijn en kon niet functioneren. Ik wendde me in gebed tot de goddelijke Liefde en hoorde Gods engelenboodschap, dat ik Hem toebehoorde en Zijn geliefde kind was—rechtschapen, onschuldig, heel en vrij. De symptomen verdwenen snel.
Ik begon mijn geestelijke erfenis van mijn goddelijke Vader-Moeder beter te begrijpen en in de jaren daarna is mijn besef van Gods nabijheid blijven groeien. Ik ervaar Zijn tegenwoordigheid en ben verzekerd van Zijn liefdevolle zorg. Ik ben tot het begrip gekomen dat ik Zijn geliefde dochter ben in wie Hij welbehagen heeft.
