Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

In de behoefte aan geestelijke arbeiders voorzien

De Christian Science Heraut - 31 oktober 2025

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 8 september 2025 editie van de Christian Science Sentinel

 


Het probleem was makkelijk te identificeren. Het was een tekort aan arbeiders. Talloze mensen leden aan ziektes, verdriet, vermoeidheid, verwarring en er waren te weinig werkers om ze te helpen. Christus Jezus, die velen had genezen en gered, was vol mededogen met hen en zei tegen zijn discipelen dat de oplossing voor dit probleem geestelijk was: “Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders naar Zijn oogst zal sturen” (Mattheüs 9:38. Volgens de King James Bijbelvertaling).

Dit gebed roept een fundamentele vraag op. Was het bedoeld als een smeekbede tot God om meer te geven dan Hij al deed? Of was het bedoeld om Zijn volgelingen, toen en nu, wakker te schudden voor de geestelijke bronnen en kracht die God al beschikbaar stelt om in de behoefte aan arbeiders te voorzien? Werkers die bereid en in staat zijn om Jezus’ voorbeeld te volgen in het geestelijk genezen en redden.

 

Er gebeurt iets interessants wanneer je de nadruk legt op ‘zal’ in Jezus' opdracht God te bidden dat Hij arbeiders zal sturen. Het wordt een gebed van bevestiging, waarin wordt verklaard wat al waar is over Gods grenzeloze Leven en Liefde die tot uiting komen in onze liefde en zorg voor de mensheid.

 

In zijn Bergrede leerde Jezus zijn discipelen waarheden over Gods kennis van en zorg voor de mens en het universum: geestelijke feiten die aan dit gebed tot God ten grondslag liggen. Eén daarvan is: "Uw Vader weet wat u nodig hebt, voordat u tot Hem bidt" (Mattheüs 6:8).

 

Mary Baker Eddy, de Ontdekster van Christian Science, herhaalde dit punt in haar boek Nee en Ja: "Waar gebed is niet God om liefde vragen; het is leren lief te hebben en de ganse mensheid in één genegenheid te omvatten. Gebed is het benutten van de liefde waarmee Hij ons liefheeft" (blz. 39).

 

Door meer te leren over God als onveranderlijk Beginsel en Liefde, die overal en altijd tot uitdrukking komt en te begrijpen dat de mens Gods uitdrukking is – volkomen geestelijk en onlosmakelijk verbonden met Liefde – wordt in ons een constante en onweerstaanbare liefde voor anderen opgewekt, die geen grenzen kent. Naarmate we dit leren, kunnen we deze liefde steeds meer toepassen en dat verandert ons.

 

Leren om iedereen in deze liefde te omarmen, zoals Jezus deed, inspireert ons om meer onzelfzuchtig en bedachtzaam te leven met een christelijke geest. Jezus zei tegen een menigte mensen: “Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft” (Johannes 6:29).

 

Het in je opnemen van deze geest is ook verruimend. Het geeft ons bredere motieven en hogere doelen en spoort ons aan om die te vervullen door troost en genezing te bieden waar het nodig is. Dat kan bijvoorbeeld door een naaste te troosten die een dierbaar persoon heeft verloren, een collega te vergeven, het accepteren van een verzoek om een taak in de kerk of gemeenschap op je te nemen of te bidden voor iemand die worstelt met ziekte of een andere moeilijkheid.

 

Wanneer we dit geestelijk werk tot een vast onderdeel van ons leven maken, ontstaan ​​er mogelijkheden om onze naaste lief te hebben op een manier die hem of haar ondersteunt, begeleidt en geneest. Dit gaat gepaard met de goddelijke ingeving en wijsheid om ernaar te handelen.

 

Maar wees op je hoede. Een potentieel struikelblok is de vloedgolf van gedachten over onze eigen behoeften of belangen, tijdsdruk, gebrek aan interesse, gevoelens van tekortkoming, twijfels over succes of angst voor mislukking. Als we zulke gedachten de vrije loop laten en de overhand laten nemen, leiden ze tot de conclusie "Liever niet" of "Sorry, ik kan niet."

 

De menselijke wil is zelfrechtvaardigend, vasthoudend en beweert: "Ik weet wat het beste voor mij is en dat doe ik!" Zulke gedachten zijn geworteld in het geloof dat we een eigen gemoed hebben, los van het goddelijk Gemoed dat ons heeft geschapen en dat wij – ongeacht dat God weet wat goed en juist is voor ieder van ons – er anders over kunnen denken. Aangezien een gemoed los van het ene oneindige Gemoed onmogelijk is, moet zo’n misleidende invloed tot zwijgen worden gebracht.

 

Zwichten voor de wil van het goddelijk Gemoed vereist nederigheid. Het vereist van ons dat we persoonlijke gedachten, plannen, wensen en afleidingen opzijzetten, zodat we onze volledige aandacht aan God en Zijn gedachten kunnen geven. Het vereist discipline, maar de bereidheid om ons over te geven aan het alwetend Gemoed en diens inspirerende, leidende, motiverende en helende ideeën houdt ons ontvankelijk en in overeenstemming met de liefde en leiding die God voortdurend aan iedereen geeft.

 

Wat is er nu nodig? Gebed. Bevestig dat God arbeiders zal uitzenden en weet dat wij, als Gods uitdrukking, alles in huis hebben om dit geestelijk werk te volbrengen. Zoals de apostel Paulus tegen de eerste christenen in Korinthe zei: "Gods medearbeiders zijn wíj” (1 Korinthe 3:9).

 

Russ Gerber, Gastredacteur

 

 

 

De missie van de Heraut

In 1903 stichtte Mary Baker Eddy De Christian Science Heraut, met het doel: “de universele werkzaamheid en beschikbaarheid van Waarheid te verkondigen” (My 353:14). De definitie van ‘heraut’ in een woordenboek: “voorloper – een boodschapper die vooruit is gestuurd om bekend te maken wat er gaat komen”, geeft een speciale betekenis aan de naam Heraut en wijst ons bovendien op onze plicht – de plicht van ieder van ons – om te zorgen dat onze Herauten hun taak vervullen, een taak die onafscheidelijk is van de Christus en werd aangekondigd door Jezus met de woorden: “Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen” (Markus 16:15).

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Lees meer over de Heraut en zijn missie.