Skip to main content

Hoe ik Christian Science vond

Van ongeloof tot het gevoel omarmd te zijn door Gods liefde

De Christian Science Heraut - 25 november 2019

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 13 mei 2019 editie van de Christian Science Sentinel.


Tientallen jaren geleden nadat ik was afgestudeerd van de middelbare school, keek ik minachtend neer op iedereen die in God geloofde. Het leek me heel duidelijk dat gelovigen óf dom óf gek waren! Dit was mijn manier van denken voor een periode van meer dan tien jaar, maar vóór die tijd was het een ander verhaal.

Toen ik opgroeide, was mijn familie erg betrokken bij een christelijke kerk. Mijn ouders woonden de diensten bij en mijn zus en ik gingen elke zondag naar de zondagsschool. Van kerkkoor tot jeugdbijeenkomsten, noem maar op, ik was erbij. Tegen het einde van mijn laatste jaar op de middelbare school veranderde er echter iets.

Mijn vader werd gevraagd voorzitter te worden van een commissie die een nieuw kerkgebouw zou gaan ontwerpen. Hij stortte zich met hart en ziel op dit project. Dus toen ik tijdens een bijeenkomst over dit project de negatieve en zelfs kleingeestige reacties van de kerkleden aanhoorde over zijn ontwerpen, brak mijn hart. 

Dit gedrag van de kerkleden toonde volgens mij aan dat zij huichelaars waren omdat ik op de zondagsschool had geleerd dat Jezus zijn volgelingen leerde van elkaar te houden. Na die ontmoeting wilde ik nooit meer naar die kerk teruggaan, of welke kerk dan ook. Ik besloot, dat als dit christenen waren en dit christendom was, dan wilde ik er niets meer mee te maken hebben, en ook niet met God!

Een paar maanden later ging ik naar de universiteit, waar ik muziek studeerde. Op een dag kreeg ik een telefoontje van een plaatselijke Christian Science kerk. De vrouw, die ik niet kende, zei dat de kerk me zou betalen om elke week een solo te zingen voor hun zondagsdienst. Ik was helemaal niet geïnteresseerd om te luisteren toen ze over God spraken, maar ik had het geld nodig, dus zong ik daar tijdens dat schooljaar. Vijf jaar later toen ik getrouwd was en in een ander deel van het land woonde, werd ik  gevraagd om te zingen in een andere Christian Science kerk. Zoals eerder, deed ik mijn best alles te blokkeren wat er werd voorgelezen uit de Bijbel en het Christian Science-leerboek, Science and Health with Key to the Scriptures van Mary Baker Eddy.

Weer een paar jaar verder, toen ik zwanger was  van mijn eerste kind, kreeg ik weer een telefoontje van iemand die ik niet kende, die mij vroeg om een betaalde soliste te zijn in een Christian Science-kerk, voor één zondag. Ik stemde toe. Kort daarna begon ik daar elke zondag orgel te spelen en was dankbaar voor de mogelijkheid om wat geld te verdienen.

Vlak voordat mijn baby werd geboren, organiseerden deze kerkleden een babyshower voor mij. Ik kon het niet geloven! Waarom deden ze dat voor mij? voor iemand die ervan overtuigd was dat 'kerkmensen' naïef of misleid waren?

In de volgende maanden overgoten de leden van deze kerk mij en mijn dierbare pasgeboren kindje met zoveel liefde. Konden deze mensen dan niet zien dat ik christenen huichelaars vond? Wat waren hun beweegredenen? Ze waren vriendelijk en liefdevol; ik begreep er niets van.

Ik had het gevoel dat al mijn gedachten over kerk en God rondtolden en aan het veranderen waren. Het was een hoogst verwarrende tijd.

Ik begon ernaar te verlangen om God te vinden, maar ik wist niet hoe of waar ik zoeken moest. Toen las ik op een dag een boek over UFO’s en over mensen die op dat moment daadwerkelijk andere personen aan het verzamelen waren om “hen naar God te brengen" ... in een ruimteschip. Ik had het idee dat God een man moest zijn met een lange witte baard die hoog boven de wolken woonde. Dus dit leek eigenlijk wel het antwoord dat ik zocht. (Een paar jaar geleden vond ik uit dat dit een boek was over de 'Heaven's Gate'. sekte).

Mijn verlangen om God te zien werd zo overweldigend dat ik me gedwongen voelde om die mensen te vinden die zeiden dat ze me naar Hem konden brengen. Na het lezen van dat boek kon ik drie dagen en nachten niet eten of slapen.

Na deze dagen van stille wanhoop, gingen mijn man en ik zeilen. Ik begon te snikken en vertelde hem over het boek dat ik had gelezen en dat ik hem en ons kind moest verlaten. Mijn man was heel liefdevol en zei kalm: “Als je weggaat, zullen wij nog steeds hier zijn en van je houden en wachten op je terugkomst. Maar ik begrijp niet waarom je denkt dat je ergens naartoe moet gaan om God te vinden; volgens mij is God hier en nu aanwezig.”

Toen hij dat zei, was het alsof iemand met zijn vingers knipte en ik ontwaakte uit een vreselijke droom. Het water en de lucht waren helderder dan ik ooit eerder had gezien. En ik wist dat God aanwezig was – ik voelde het! Ik voelde me zo volkomen geliefd, zo zielsgelukkig en zo ongelooflijk vredig.

Vanaf dat moment was ik een ander mens. Ik heb er nooit meer over gedacht dat ik ergens heen moest gaan om God te vinden, want ik wist dat God bij me was. En in de weken die volgden, kwamen bijbelverzen die ik als kind had geleerd terug in mijn gedachten en ik begreep voor de eerste keer wat ze betekenden. Al gauw begon ik te luisteren naar wat er werd gezegd tijdens de diensten in de kerk waar ik orgel speelde.

Vanaf die tijd begon ons gezin genezingen te ervaren. Het leek wel alsof elke keer dat een van ons ziek was, de dokter een vrije dag had, of het kantoor net was gesloten. Maar dan kwam er een gezang uit het Gezangboek van Christian Science of een bijbelvers of een zin uit Wetenschap en Gezondheid in de gedachten en er volgde een genezing. En bij elke genezing werd het duidelijker dat God mij de hele tijd had geleid, net zoals beschreven in deze passage van Wetenschap en Gezondheid: “Geest, God, vergadert ongevormde gedachten in hun juiste banen en brengt deze gedachten tot ontvouwing, zoals Hij de kelk van een heilige bedoeling doet opengaan, opdat de bedoeling zichtbaar wordt” (blz. 506:19).

Ik werd lid van die Christian Science kerk. En ik ben de leden daar, die me onvoorwaardelijk liefhadden heel dankbaar. Ze hadden genoeg liefde om dwars door de harde laag van mijn vooroordelen en cynisme heen te kijken, en door de liefde van God die zij uitdrukten, ontwaakte mijn geestelijk zin en werd mijn leven volledig getransformeerd. Ze streefden ernaar te zien zoals Jezus zag. En “Jezus aanschouwde in the Wetenschap de volmaakte mens, die voor hem zichtbaar was, waar door stervelingen een zondig, sterfelijk mens wordt gezien.” We lezen verder in Wetenschap en Gezondheid: “In deze volmaakte mens zag de Verlosser Gods eigen gelijkenis, en deze juiste kijk op de mens genas de zieken” (blz. 476–477).

Ik denk graag na over de uitspraak van Mary Baker Eddy betreffende onmiddellijke genezing, die een vroegere leerling van Christian Science zich heriinnerde: “Ik zal de manier vertellen hoe het te doen. Het is lief te hebben! Leef liefde – wees liefde – liefde, liefde, liefde. Ken niets anders dan liefde. Wees alleen liefde. Er is niets anders. Dat zal het werk doen” (We Knew Mary Baker Eddy, Expanded Edition, Vol. I, blz.. 296–297). Die kerkleden leefden werkelijk de Liefde die geneest. Ze lieten me zien hoe ware christenen liefhebben (Zie gezang 266). En mijn grootste verlangen is om ook op die manier lief te hebben.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.