Skip to main content

Proberen je iets te herinneren? Er is een betere manier

De Christian Science Heraut - 7 november 2019

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 22 april 2019 editie van de Christian Science Sentinel.


Het leven kan erg druk lijken als we ons van de ene activiteit naar de andere haasten, en we hebben allemaal wel eens momenten in ons dagelijks bestaan dat we iets zoeken of ons een bepaald feit proberen te herinneren. Hoe vaak denken we niet: Waar heb ik die sleutels toch gelaten? Of: Hoe heet ze ook alweer? Waarom kan ik haar naam nooit onthouden? Zulke gedachten lijken voor velen van ons een gemeenschappelijk thema te zijn als we ons geheugen doorzoeken om het juiste antwoord te vinden.

Maar in mijn studie van Christian Science heb ik ontdekt dat er een betere manier is om dit zoeken naar antwoorden te benaderen. In plaats van me te richten tot een menselijk geheugen om te pogen informatie naar boven te halen, besef ik de waarde van een totaal ander concept van geheugen en gemoed dat Christian Science leert. In Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, deelt Mary Baker Eddy het overtuigende begrip dat in feite God Gemoed is – de alwetende, altijd-tegenwoordige intelligentie. Dit Gemoed hoeft zich niets te herinneren, want het is oneindig en omvat ieder goed en juist idee. Gemoed is volmaakt weten.

Wat betekent dit voor ons? In Wetenschap en Gezondheid legt Eddy tevens uit dat de mens de “volledige en volmaakte uitdrukking is” van Gemoed (blz. 591). Dus als we dit aannemen, kunnen we verwachten deze helderheid van intelligentie en van volmaakt weten uit te drukken en te bewijzen in onze dagelijkse bezigheden.

Verscheidene jaren geleden was ik net teruggekeerd van een zakenreis naar Europa. Ik had een aantal vergaderingen bijgewoond over een groot project waarbij partners van meerdere landen waren betrokken.Tijdens de laatste vergadering, had ik met enkele collega’s gedetailleerde gegevens en vereiste acties besproken. Ik had uitgebreide aantekeningen gemaakt gedurende onze discussies en toegezegd dat ik bij thuiskomst alle details per e-mail zou bevestigen. Gewoonlijk ben ik nauwkeurig in het bijeenhouden van mijn papieren, maar toen ik weer thuis was kon ik mijn notities nergens vinden. Ik was zeer ontdaan en doorzocht mijn hele kantoor, onderwijl biddend – aanvankelijk nogal lukraak moet ik toegeven!

Toen begon ik echt te bidden – het feit te erkennen en te accepteren dat op ieder moment het goddelijk Gemoed alles weet wat er te weten valt over Zijn goddelijke schepping, en te bevestigen dat ik kon verwachten dat dit feit mij van een tastbaar antwoord zou voorzien. Vrijwel onmiddellijk kwam er een kort regeltje uit een gedicht van Eddy in mijn gedachten: “Daar zoek en vind ik ... “ (zie gezang 207).

“Nou”, voerde ik aan, “ik heb wel gezocht maar ik heb niets gevonden!” De woorden “zoek en vind” bleven me bij terwijl ik doorging met zoeken, maar tegelijkertijd voelde ik ook de sterke aandrang om te gaan zitten en mijn Europese collega’s alle beloofde details te e-mailen. Dit zag ik als een duidelijke instructie dat ik de leiding van het goddelijk Gemoed moest vertrouwen. Ik ging dus zitten en begon een e mail te schrijven naar mijn collega’s, waarin ik de hoofdlijnen aangaf van wat ik dacht dat we hadden afgesproken. Terwijl ik daarmee bezig was, herinnerde ik me steeds meer. Toen ik klaar was met de e-mail en hem nog even doorlas voordat ik hem verzond, besefte ik dat alles wat we hadden besproken correct was vermeld. De collega’s bevestigden later dat zij dat ook vonden. Het was indrukwekkend dat ik zonder mijn notities – die ik nooit terugvond – evengoed de ideeën had gevonden die aan hun doorgegeven moesten worden. De papieren speelden geen rol. Ik had bewezen dat ik het goddelijke Gemoed kon vertrouwen om precies kenbaar te maken wat nodig was.

Mijn voortgezet onderzoek om meer over God te leren als Gemoed, heeft nog andere juweeltjes over dit onderwerp aan het licht gebracht. Bijvoorbeeld in Wetenschap en Gezondheid beschrijft Eddy het goddelijk Gemoed op deze manier: “De Wetenschap openbaart, dat er slechts één Gemoed is en dat dit ene Gemoed door zijn eigen licht schijnt en het heelal, de mens inbegrepen, in volkomen harmonie bestuurt” (blz. 510-511). Door het erkennen van de harmonie en alheid van Gemoed, en dit goddelijk licht toe te laten in ons bewustzijn, verlossen wij onszelf op natuurlijke wijze van wazige gedachten en de vrees dat we niet weten wat we moeten denken of doen. We realiseren ons dat we worden bestuurd door God, het goddelijk Gemoed, en niet door een stoffelijk brein. Het is alsof er in onze gedachten een licht is aangegaan dat schijnt op de weg die voor ons ligt.

We hoeven niet bezorgd te zijn of we ons gebeurtenissen, gedachten of informatie herinneren, maar kunnen erop vertrouwen dat Gemoed altijd voorziet in alles wat we nodig hebben. Dit is al eeuwenlang bewezen. Door de hele Bijbel heen – zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe – hebben talloze personen, inclusief Christus Jezus en zijn trouwe volgelingen, de grote wijsheid en kennis van God erkend en ervaren. In het boek van Daniël staat het op deze manier: “De Naam van God zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want van Hem is de wijsheid en de kracht” (2:20). En de apostel Paulus zei vol bewondering: “O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God” (Romeinen 11:33).

Dat wil niet zeggen dat God zich bezighoudt met onze alledaagse kleinigheden, zoals een specifiek telefoonnummer! Maar Hij weet dat wij als Zijn volledige, gave uitdrukking ieder moment volmaakt en compleet zijn. En als we ons tot God wenden en dit geestelijke feit accepteren, geeft dat ons de helderheid en ontvankelijkheid om te weten wat nodig is in ons dagelijks leven.

Ik weet dat ik nog een lange weg te gaan heb voordat ik mijn belofte om God te erkennen als het enige Gemoed volledig kan demonstreren. Maar het begrijpen, zelfs op bescheiden wijze, dat de eenheid tussen Gemoed en zijn volmaakte idee, de mens, nooit kan worden verbroken, heeft me vaak in staat gesteld om een duidelijke weg voorwaarts te vinden in mijn persoonlijk leven en in mijn werk. Ik heb geleerd dat het goddelijk Gemoed mij van moment tot moment leidt, hetzij bij moeilijk te onderhandelen contracten, bij het opsporen van huissleutels die al maandenlang zoek zijn, of bij het vinden van de juiste woorden in een conversatie. En in plaats van te proberen om me iets te herinneren en mentaal naar informatie te graven, kan ik me consequent en kalm tot God wenden om de feiten duidelijk te weten. En dat kan jij ook.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.