Skip to main content

Koning van het boerenerf

De Christian Science Heraut - 7 november 2019

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 9 september 2019 editie van de Christian Science Sentinel.


Toen ik zeven jaar oud was, was het enige dat ik wilde hebben voor Kerstmis een hangbuikzwijntje. Mijn oma verraste me met een klein gevlekt biggetje. Ik noemde hem Otis. Ruim tien jaar later, weegt dit eens zo kleine biggetje nu een verbluffende honderddertig pond en woont op het boerenerf.

In tegenstelling tot de andere dieren op de boerderij, verblijft Otis het liefst op zijn eigen plek, buiten de grote weide van de familieboerderij. Hij vindt het prachtig om de andere dieren te laten zien hoe slim hij is en als hij niet loopt te pronken, slaapt, eet of iets te eten zoekt, heeft Otis een belangrijke taak op de boerderij: Als er gasten komen om de boerderij te bezoeken, verwelkomt hij ze – en laat zelfs de kinderen zijn teennagels lakken.

Ongeveer twee jaar geleden, ging zijn gezondheid achteruit, zijn eetlust verminderde en hij viel erg af. We begonnen hem zoeter en zachter voedsel te geven, wat hem aanmoedigde te eten, en dat leek een poosje te helpen. Maar toen ik, voor een bezoek aan een college, de stad uit was, verslechterde zijn toestand. Mijn bezorgde moeder sprak met onze veearts, die haar vertelde dat oudere varkens soms gewoon wegkwijnen en dat er niet veel was dat hij kon doen om te helpen.

Toen ik thuiskwam belde ik een vriend die jarenlange ervaring heeft in het fokken van varkens en ze zei, dat een van haar varkens soortgelijke symptomen had gehad die mogelijk op kanker wezen, en dat hij kortgeleden was overleden. Deze woorden vervulden mij met angst, maar ik vocht tegen de drang om toe te geven aan hulpeloosheid en wanhoop.

Ik heb in mijn leven veel genezingen gehad door gebed, en vaak met de hulp van een practitioner. Ook dit keer belde ik een practitioner om voor me te bidden, en ik was meteen dankbaar dat ik het had gedaan.

De practitioner verklaarde kachtig en vol vertrouwen dat alle schepselen van God in wezen geestelijke ideeën zijn en onder Gods liefdevolle bestuur staan – en ze deelde het idee dat staat in Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift van Mary Baker Eddy: “Er is ... geen stilstand van harmonische werking” (blz. 420). Ik begreep dat God de bron is van alle aktie. Niets kan de harmonische, levengevende werking van God belemmeren of stoppen, omdat Hij oppermachtig is.

Mijn angst verdween onmiddellijk. Ik zag dat Otis niet bestuurd werd door wetten van sterfelijkheid maar door de harmonische, bestendige wetten van God, het goede. En toen ik naast Otis zat, zag ik hem niet langer als een ziekelijk oud varken. Ik zag hem als het kleine gevlekte biggetje met een kersthoedje op onder de kerstboom. Ik zag hem van me wegrennen in de boomgaard met een appel in zijn mond. Ik herinnerde me hoe hij geduldig luisterde naar een groep schoolkindren die hem Charlottes Web voorlazen. Ik wist dat het verstrijken van de tijd hem nooit kon beroven van de onschuld, speelsheid, geduld en levendigheid die hij liet zien bij al deze gelegenheden. Dit zijn kwaliteiten die hij altijd belichaamt omdat ze van God komen.

Toen ik een paar uur later naar de schuur ging, begroette Otis me bij het hek, hongerig knorrend en kwispelend met zijn staart. Ik was blij hem vrolijk en wel te zien en rende terug naar huis om zijn volgende maaltijd te halen. Hij at zijn eten met veel smaak. De volgende dag was hij ook actief en hongerig. Ik was zo dankbaar om getuige te zijn van deze genezing.

Maar een paar dagen later had Otis weer dezelfde symptomen en ik belde de practitioner weer. Ze vroeg me: ”Hoe kun je teruggaan naar een plaats waar je niet eerder geweest bent?” Dat was een goed punt. Ik besefte dat als Otis nooit iets anders was geweest dan zijn door God gegeven geestelijke identiteit die bestuurd werd door God, dan kon hij niet terugvallen naar iets wat hij nooit was geweest, namelijk ziek. In mijn eigen gebeden verwierp ik het geloof dat er een terugval kon zijn in geestelijke vooruitgang, want “vooruitgang is de wet van God” (Wetenschap en Gezondheid, blz.233).

En jazeker, de volgende keer dat ik naar mijn varken ging kijken, was hij gezond, perfect en vol leven. Sinds die tijd heeft hij de 25 pond die hij was afgevallen weer teruggekregen en wil zo vaak mogelijk gevoed worden.

Deze prachtige genezing heeft mijn vertrouwen in God en in de doeltreffendheid van gebed hernieuwd. Otis blijft de koning van het boerenerf – althans wat hem betreft.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.