Skip to main content

Hoe kan ik stoppen met twijfelen aan mijzelf?

De Christian Science Heraut - 3 december 2019

Oorspronkelijk gepubliceerd in de teen series: Q&A – 26 juni 2019.


Vraag: Ik twijfel altijd aan mijzelf en mijn capaciteiten. Hoe kan ik hiervoor bidden?

Antwoord: Ik kan deze gevoelens begrijpen. Ik weet ook wat het is als je van deze gevoelens bent bevrijd – hoe je de worsteling met twijfel kunt stoppen. Voor mij gebeurde dat als volgt.

Stel je voor: Ik stond voor een groep van mijn leeftijdgenoten en ik was mij ervan bewust, dat mijn presentatie niet geweldig was. Hij was zelfs niet goed. Ik moest een krantenartikel onvertraagd vertalen. Ik las het Frans stilletjes, terwijl ik probeerde hardop in het Engels te zeggen wat er stond.

Het was een verplichte cursus in graduate school die ondraaglijk zwaar was – en niet alleen voor mij. Medestudenten verlieten regelmatig in tranen het klaslokaal en ik denk dat veel van hen zich onbekwaam voelden. De druk was heel hoog. Ondanks mijn slechte prestaties, leek ik een  van de weinigen die onverstoord was.

Deze specifieke opleiding werd onderwezen door iemand die er blijkbaar plezier in had om studenten te zien struikelen en falen. Na een van mijn onbekwame presentaties, maakte zij een hatelijke opmerking en vroeg mij toen om bij haar op kantoor te komen.

Tot mijn verbazing was het eerste dat de professor zei, “Jij breekt nooit, of wel?”

Ik lachte en antwoordde, “Niet hiervoor.”

Zij maakte duidelijk, dat zij onder de indruk was en zij kwam met een studierichting die succes zou ondersteunen, ofschoon dit een verandering in het leerplan was, die tot dan toe niet was toegestaan.

Wie was die persoon die voorin de zaal stond, haar eigen falen duidelijk toonde voor iedereen, en toch niet van haar stuk was gebracht? Die zelfverzekerde persoon was niet gelijk aan de persoon die ik op de universiteit was geweest. In die tijd bereikte ik soms wel het breekpunt. Ik belde dan overstuur mijn moeder en moest gerustgesteld worden – zelfs als ik goed op weg was met mijn studie en makkelijk een 10 kon halen – wanneer ik een examen had of een belangrijk werkstuk moest inleveren, Wat was er veranderd? Wel, je zou kunnen zeggen, dat mij een veel zekerder, op God gebaseerd concept werd aangereikt over wie ik ben – mijn geestelijke identiteit.

Na de universiteit werd ik getroffen door een reeks kwalen. Zodra de ene ziekte was genezen, leek een andere mij neer te halen. Het had ontmoedigend kunnen zijn, maar ik voelde mij altijd verzorgd en zelfs veilig. Mijn moeder las mij de wekelijkse Bijbelles voor, die in het Christian Science Kwartaalboekje staat en zong gezangen en soms las ik artikelen in de Christian Science Sentinel. Een Christian Science practitioner bad voor mij en langzaam maar zeker begon ik vooruitgang te boeken.

Ik heb veel geestelijke lessen geleerd gedurende die tijd, maar de overkoepelende boodschap was, dat ik zoveel meer ben dan mijn stoffelijk lichaam. Ik ben geestelijk. Ik ben geen verzameling van goede en slechte, of sterke en zwakke persoonlijkheidskenmerken. Ik ben de gelijkenis van God en dat betekent, dat God in mij altijd elke mooie en goede geestelijke eigenschap tot uitdrukking brengt.

Ik begreep beter dan ooit tevoren dat ik de volmaakte schepping was van God. Ondanks dat ik vanaf mijn jeugd had geleerd, dat alles wat ik ben zijn oorsprong heeft in God, kon ik dit nu pas echt voelen. In plaats van te denken dat mijn goede eigenschappen mijn persoonlijk bezit waren, begreep ik dat mijn ware identiteit een spiegelbeeld is van God – al het goede komt van Hem. Er was geen omstandigheid, geen ziekte, niets dat iemand over mij zou kunnen zeggen of denken, dat daar ooit verandering in zou kunnen brengen.

Alles wat mijn ouders en ik gedurende die tijd leerden. leidde tot mijn volledige genezing – en tot mijn beslissing om naar graduate school te gaan, iets wat eerder nooit bij mij was opgekomen. Mijn nieuwe begrip van wat ik ben, was de basis die ik nodig had, zowel in graduate school als bij mijn verdere ervaringen.

Bijvoorbeeld, zelfs toen ik voor de zaal stond te blunderen, wist ik zonder enige twijfel, dat ik niet onbekwaam of onintelligent was. Ik moet misschien duidelijker zien wat het betekent om God als goddelijk Gemoed uit te drukken, maar ik ben gemaakt om uitdrukking te geven aan het goddelijk Gemoed. Er was geen twijfel, omdat ik wist dat mijn capaciteiten niet van mijzelf waren; zij hebben hun oorsprong in het oneindige – in God. Sindsdien heeft dit mij geholpen om situaties waarin ik geestelijk moest groeien met vertrouwen en blijde verwachting tegemoet te treden in plaats van met zelftwijfel, zelfveroordeling en angst.

Ik ben hierin geen uitzondering, het is waar voor eenieder van ons. Wanneer wij slechts een klein beetje meer opvangen van al het goede dat wij hebben en dat God ons altijd geeft – en wij zijn in feite gemaakt uit dat goede – kunnen wij elke uitdaging aan, niet als een test met de mogelijkheid om te falen, maar als een gelegenheid om te leren en zelfs te stralen.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.