Skip to main content

Genezen van voedselvergiftiging

De Christian Science Heraut - 20 Juni 2019

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 12 november 2019 editie van de Christian Science Sentinel.


Een paar jaar geleden besloten mijn vrouw en ik een avontuurlijke reis te gaan maken naar Peru. Toen we ons aan het voorbereiden waren voor de reis stuitten we op veel waarschuwingen over voedselvergiftiging die reizigers hadden opgelopen door het eten van het plaatselijke voedsel. Daar ik enige ervaring had met voedselvergiftiging nam ik me voor om tijdens de reis naar Peru en gedurende onze trips daar, te bidden over dit ziekteverschijnsel.

Toen we ongeveer een week onderweg waren, raakte ik vertrouwd met het eten in die streken, en geleidelijk aan – ondanks mijn goede voornemens – stopte ik met bidden voor bescherming. Dat was ongeveer tijdens de trip naar Machu Picchu, en nadat ik onderweg een maaltijd had genuttigd waarvan de ingrediënten me onbekend waren, begon ik me niet lekker te voelen en die avond was ik erg ziek. De volgende dag zouden we vroeg moeten opstaan om de ruïnes te gaan zien, maar het zag er niet naar uit dat ik me goed genoeg zou voelen om te gaan.

Toen ik in mijn bed lag in de hotelkamer bad ik vol overgave, met als uitgangspunt mijn favoriete beschrijving van God als absoluut. Ik verhief mijn gedachten en bevestigde dat God onveranderlijk, eeuwig en oneindig is – dat Hij ook almachtig, altijd-tegenwoordig en alwetend is. Ik verklaarde dat God het goede is, wat betekent dat goedheid alle macht bezit en alle ruimte vult, en dat er in werkelijkheid niets anders is dan goedheid, overal. Iets dat in conflict lijkt te zijn met goedheid, met de goddelijke harmonie, is onwerkelijk en zinsbedrog. Ik dacht na over wat ik had geleerd over God als Gemoed en dat er maar één Gemoed is, namelijk het goddelijk Gemoed, dat de enige ware verbinding vormt met ieder van ons. God zendt ons constant geruststellende engelengedachten die ons herinneren aan onze goddelijke rechten en onze eeuwige en tegenwoordige staat als de totale weerspiegeling van God.

Na verscheidene minuten op deze manier gebeden te hebben, voelde ik dat ik een duidelijker begrip van mijn relatie tot God had gekregen. Maar toch, zelfs nadat ik deze waarheden had bevestigd en ervan overtuigd was dat ik ze begreep, volgde de lichamelijke genezing die ik verwachtte niet. Nadat ik alles had gedaan wat ik wist te doen en nog steeds ernstige symptomen van voedselvergiftiging had, besloot ik contact op te nemen met een Christian Science practitioner, die ook mijn Christian Science leraar was, en haar te vragen om hulp in gebed. 

Ondanks het feit dat ik in een afgelegen, bergachtig gebied was in Zuid Amerika en het een paar dagen na Kerstmis was, nam het niet meer dan vijf minuten om telefonisch contact met haar te maken. Toen ik haar stem hoorde kwamen meteen mooie herinneringen terug aan alle geestelijke lessen die ik had geleerd in mijn studie van Christian Science, en ik voelde me weer zeker van mijn gebed.

Ik was heel dankbaar dat ze onmiddellijk krachtige geestelijke ideeën en gebeden met me deelde, maar dat was niet de enige reden dat ik haar had gebeld. Ik wilde weten hoe ik effectiever kon bidden, hoe ik op dat moment kon demonstreren dat de wet van God geneest, zoals door Christus Jezus werd gedemonstreerd en door Mary Baker Eddy werd ontdekt.

Ik legde de practitioner uit dat ik de alheid van God krachtig bevestigd had in mijn gedachten, maar dat mijn menselijk gemoed het bericht niet leek op te nemen, want mijn lichaam toonde nog steeds de ziekteverschijnselen. Ik zei dat ik overtuigd was van mijn geestelijke identiteit, maar dat mijn fysieke identiteit nog niet had gereageerd op dit feit – mijn lichaam en stoffelijk gemoed waren niet in overeenstemming met mijn onlangs verkregen geestelijk inzicht. Waarop ze prompt antwoordde: “Je heb geen stoffelijk gemoed.”

Natuurlijk! Ik was uitgegaan van de leugen dat mijn geestelijke “helft” controle had over mijn stoffelijke “helft” en dat op een of andere manier de verbinding tussen hen verbroken was. In werkelijkheid is er niet zoiets als een stoffelijke helft van onze identiteit; onze ware identiteit als de weerspiegeling van God is geheel geestelijk. De valse getuigenis van de stoffelijke zinnen is slechts een illusie die verdwijnt in het licht van de goddelijke Waarheid en Liefde. Ik was, zoals alle kinderen van God, geheel geestelijk en was dat altijd geweest. Ik weerspiegelde de ene ware God die almachtig Leven, Liefde en volmaakte harmonie is, en eeuwigdurende goedheid die alle ruimte vult. Iedere aanwezigheid van pijn, ziekte of dwaling is slechts een illusie omdat Gods schepping alleen maar almachtige, eeuwige goedheid bevat en niet een situatie kan insluiten waar goedheid ontbreekt.

Toen ik eenmaal inzag dat de enige bron van mijn identiteit en persoonlijkheid Geest, God is, en niet de stof – zoals het zo vaak lijkt te zijn – kende ik niet langer enige macht of werkelijkheid toe aan de pijnlijke stoffelijke conditie. Ik bevestigde opnieuw dat God de enige oorzaak en schepper is, en Hij dit altijd is geweest en zijn zal; en ik begreep dat dit het enige was dat ik kon weerspiegelen als Gods kind. Op dat moment begon de ellende af te nemen.

Mijn vrouw vroeg me later wat de practitioner precies had gezegd tijdens ons telefoongesprek, want op dat moment waren mijn ziekteverschijnselen opgehouden en was ik weldra vredig in slaap gevallen. Ik werd vroeg in de ochtend wakker en was klaar om te vertrekken. We hadden een grandioze dag, en hoewel ik gedurende de dag niet veel at, genoot ik ‘s avonds van een uitgebreid diner. Tijdens die maaltijd spraken we over de wonderbaarlijke en prachtige ruïnes van de oude Inca-stad – en de geestelijke inspiratie die zij bij ons opriepen – en waren dankbaar voor al het goede in ons leven.

Jay Frost
Washington DC. VS

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.