Skip to main content

Genezen van de gevolgen van een auto ongeluk

De Christian Science Heraut - 8 februari 2019

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 8 februari 2019 editie van de Christian Science Sentinel.


Als men een ongeluk heeft gehad moet het in de gedachten worden weerlegd, anders wordt elk onderdeel ervan steeds mentaal herhaald en lijkt dan werkelijker en moeilijk om overheen te komen. Mary Baker Eddy gaf de wijze raad in Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift: ”Ongelukken bestaan niet voor God, of het onsterfelijk Gemoed, en wij moeten de sterfelijke grondslag van ons geloof loslaten en ons met het ene Gemoed verenigen, willen wij het denkbeeld van toeval door het juiste begrip van Gods onfeilbare leiding vervangen en zodoende harmonie aan het licht brengen” (blz. 424). De gedachte dat we een ongeluk kunnen meemaken, is hetzelfde als te geloven dat kans, een worp met dobbelstenen, God en de mens bestuurt. Dat geloof is niet christelijk, en evenmin wetenschappelijk.

Toen ik afgelopen jaar met de auto stond te wachten op een tweebaansweg om linksaf onze oprijlaan in te slaan, werd ik van achteren aangereden. Mijn auto werd tegen een rij bomen gesmakt die ons terrein omzomen. Beide auto’s waren total loss, en toen ik bijkwam zag ik dat mijn airbag aan flarden was en er rook van de motor opsteeg. Op het zelfde moment dacht ik: “Ik ben levend en wel. God is mijn leven.”

Ik had een zere, stijve nek en heup, opgezwollen benen en snijwonden van gebroken glas, maar ik was in staat om uit de auto onze weide op te kruipen. Toen kwam Psalm 23 (vers 1-4), die ik als kind had geleerd, als een kalmerende boodschap in mij op: “De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij neerliggen in groene* weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren. Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil. Al ging ik ook in een dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen” (*volgens de King James bijbelvertaling).

Toen de hulpverleners arriveerden, hield ik nog steeds vast aan het beeld van mijzelf als veilig in “groene weiden” en ik koos ervoor om niet naar het ziekenhuis te gaan. Ik wist dat ik door gebed genezen kon worden. Tegen die tijd waren er vier of vijf familieleden gearriveerd. Ze hielpen mij in een truck en reden me naar mijn huis. Mijn dochter, een Christian Science verpleegster, reinigde mijn wonden en zorgde ervoor dat ik comfortabel was en verzorgd werd.

Die avond sprak ik met een Christian Science practitioner die mij er aan herinnerde dat God geen ongelukken kent of schept, en dat wij er daarom niet aan onderworpen zijn. In Wetenschap en Gezondheid lezen we: ”In de Wetenschap kunnen beenbreuken en ontwrichtingen niet werkelijk voorkomen. U zegt dat ongevallen, verwondingen en ziekte de mens doden, maar dat is niet waar. Het leven van de mens is Gemoed. Het stoffelijk lichaam geeft slechts te zien, wat het sterfelijk gemoed gelooft, of het nu een gebroken been, ziekte of zonde is” (blz. 402). Stoffelijke spieren of beenderen bepalen niet de volledigheid en mobiliteit van de mens, Gods geestelijke idee, die ieder van ons weerspiegelt. Het ware geestelijk leven is altijd intact en volledig.

De daaropvolgende dagen mailden de practitioner en ik elkaar over en weer inspirerende ideeën uit de Bijbel en Wetenschap en Gezondheid . Ik luisterde elke avond naar opnamen van Wetenschap en Gezondheid en gezangen uit het Gezangboek van Christian Science. De meeste ochtenden lazen en bespraken mijn dochter en ik de bijbelles voor die week uit het Christian Science Kwartaalboekje. Het eerst verdween de stijfheid in mijn nek. Enige tijd later verdween het ongemak in mijn heup in zijn “natuurlijke nietsheid” (Wetenschap en Gezondheid,blz. 91).

Geleidelijk hervond ik mijn bewegingsvrijheid, en die vrijheid kwam toen ik in staat was om het ongeluk niet langer herhaaldelijk in mijn gedachten af te spelen, maar me in plaats daarvan te verdiepen in de waarheid die ik leerde betreffende mijn relatie met God. Aanvankelijk maakte ik gebruik van een rollator, daarna van een wandelstok. Ik dacht met blijdschap aan al die mensen die niet hadden kunnen lopen en genezen werden door Christus Jezus of zijn volgelingen.

Enige weken na het ongeval, stond ik op een zondag op de trappen voor onze kerk – een vertakking van The First Church of Christ, Scientist –  en dacht aan de kreupelen die op krukken de kerk binnenkwamen om Mary Baker Eddy te horen spreken, en bij het weggaan de krukken op hun schouders droegen (Mary Baker Eddy, Terugblik en Inblik, blz. 16). De volgende dag kon ik mijn stok wegzetten en mijn normale activiteiten hervatten. Ofschoon de zwelling in mijn benen nog bleef, werd dit ook volkomen genezen, en sindsdien ben ik vrij van alle gevolgen van de aanrijding.

Deze hele ervaring heeft mij ervan bewust gemaakt hoe diepgeworteld de suggestie is dat verkeersongelukken kunnen gebeuren. De enige werkelijke veiligheid komt door elke dag onze relatie tot God als Zijn weerspiegeling vast te stellen – niet in fysieke vorm maar als de schepping van Geest. Echte veiligheid vloeit voort uit een bewustwording van onze volmaaktheid als de uitdrukking van God, de eeuwige en universele Liefde. Dat te realiseren moet ons ultieme doel zijn – te begrijpen dat veiligheid altijd aanwezig is voor ieder van ons.

Individueel genezend gebed resulteert in het bewijs van Gods liefde voor allen. Ik ben er zeker van dat het trotseren en overwinnen van deze uitdagingen een getuigenis is van de waarheid, vervat in Wetenschap en Gezondheid – de waarheid die beschikbaar is voor de hele mensheid.

Ik ben zo dankbaar voor de kans om me een dieper begrijpen van de leringen van Jezus eigen te maken, voor het genezingswerk van zijn volgelingen, en voor de belangrijke voorzieningen die Eddy heeft getroffen voor onze veiligheid en geestelijke groei. Ik ben ook heel dankbaar voor de mooie gedachten die de Christian Science practitioner met mij deelde en voor de Christian Science verpleegzorg die ik kreeg.

Ik ben mij er nu meer van bewust dat de Wetenschap van het Christendom bewezen kan worden, en van het feit dat wij allen voor altijd verblijven in “groene weiden.” Zoals de drieëntwintigste Psalm belooft: “Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des Heeren blijven in lengte van dagen” (vers 6).

Vicki Turpen
Albuquerque, New Mexico, VS 

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.