Skip to main content

Uit de diepten van depressie

De Christian Science Heraut - 20 april 2018

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 12 februari 2018 editie van de Christian Science Sentinel.


In de brugklas van de middelbare school begon ik te lijden aan symptomen van depressie, hoewel ik toen niet wist wat er mis met me was. Een knagend verdriet en eenzaamheid typeerden mijn gedachten. In de jaren die volgden verslechterde de situatie zodanig dat ik probeerde een eind aan mijn leven te maken – zonder succes, zoals je ziet.

Toen mijn misère erger werd, begon ik in de weekends te drinken met schoolvrienden, met als voornaamste doel zo snel mogelijk dronken te worden. In mijn laatste schooljaar begon ik zelfs te spijbelen en bracht mijn dag door in de schoolcafetaria.

Ik was gewend naar de Christian Science zondagsschool te gaan, en hoewel ik de mensen in onze Christian Science dochterkerk respecteerde en waardeerde, kreeg ik desondanks toch de overtuiging dat God niet bestond. Op de zondagsschool leerde ik dat God goed was en niets anders dan goed, maar het voelde alsof de macht van het universum niets beters te doen had dan mij totaal te verpletteren, zonder genade. Maar toch was alles wat ik geleerd had dat God de enige was in de hele wereld die mij kon helpen, en ik kende geen andere macht die me zou kunnen redden van de tragedie van een geruïneerd leven. Dus met het sprankje geloof dat ik kon opbrengen, was ik constant aan het bidden en smeken of God mij alsjeblieft wilde helpen.

Op een bepaald moment voelde ik me ertoe geleid om Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift van Mary Baker Eddy te lezen, en ik las het minstens twaalf keer van begin tot einde door. Iedere bladzijde van het boek is doortrokken van overtuigende en hoopgevende uitleggingen. Het effect hiervan – speldenprikjes van licht in de duisternis – werd verklaard door deze passage: “Waarheid heeft een genezende uitwerking zelfs wanneer zij niet ten volle wordt begrepen”(blz. 152). Ik begon ook artikelen te lezen in de Christian Science tijdschriften, samen met de wekelijkse bijbelles. Ik vroeg informatie aan over de vroegere Christian Science werkers en zij werden de helden waar ik tegenop zag en die ik bewonderde boven alles. Ik hield van hun oprechte leven, toegewijd aan de zaak van Christian Science en hun vermogen om christelijke genezing in toepassing te brengen.

Op een avond toen ik in bed lag, me verbazend over de ongewoon rustige atmosfeer, begon ik enkele dingen te overdenken die ik onlangs had gelezen en die mij bezighielden; twee in het bijzonder. Een prachtig vers uit Psalmen: “Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn” (Psalm 61:2) en een regel uit Wetenschap en Gezondheid: “De drie grote waarheden van Geest: almacht, alomtegenwoordigheid en alwetendheid – Geest, die alle macht bezit, alle ruimte vult en alle Wetenschap uitmaakt – zijn een voortdurende weerlegging van het geloof, dat de stof iets wezenlijks kan zijn” (blz.109-110).

Nadat ik over deze ideeën een poosje in het donker had nagedacht, werd mijn denken plotseling klaar en helder – “klaar als kristal”, zoals in het boek Openbaring staat (22: 1). Het was alsof ik, zonder het te weten, een hele lange tijd onder water was gehouden, totdat ik onverwacht werd bevrijd en naar de oppervlakte schoot. Tot twee weken hierna was ik mij alle uren van de dag volledig bewust van de oneindige werkelijkheid van Gods tegenwoordigheid. Voor het eerst sinds jaren voelde ik oprechte, grenzeloze vreugde.

Dit was de eerste keer dat ik inzicht kreeg in de werkelijkheid van God en Zijn goedheid, en door Gods voortdurende genade was het niet de laatste keer. Al mijn problemen verdwenen niet meteen, maar vanaf dat ogenblik heb ik nooit meer getwijfeld aan Gods bestaan en macht, en heb ik me eraan gewijd “meer van de goddelijke tegenwoordigheid te verwerven dan er altijd is”, zoals het in Wetenschap en Gezondheid staat (blz. 12).

Christian Science is mij dierbaar geworden, en ik ben het gaan zien als de grootste hulp voor de mensheid. Ik beschouw de Bijbel nu als een parel van grote waarde, en ik voel diepe genegenheid en bewondering voor het leven en het voorbeeld van Christus Jezus, en voor Mary Baker Eddy’s onbaatzuchtige bijdrage aan de redding van de mensheid van iedere claim van zonde, ziekte en dood. Waar ik eens geloofde dat God onmogelijk kon bestaan, kan ik me nu een leven zonder kennis van God, van Waarheid en Liefde, niet voorstellen.

Christian Science heeft mij opgeheven boven de vloedgolf waarin ik dreigde te verdrinken en me op de weg geleid naar een nuttig leven en geestelijke ontdekkingen. Ik werd genezen van de verlammende depressie en vond een reden om te leven. Ik heb geleerd dat, als de nood groot is, het antwoord van Christian Science altijd groter is.

The Mission of the Herald

In 1903, Mary Baker Eddy established The Herald of Christian Science. Its purpose: "to proclaim the universal activity and availability of Truth." The definition of "herald" as given in a dictionary, "forerunner—a messenger sent before to give notice of the approach of what is to follow," gives a special significance to the name Herald and moreover points to our obligation, the obligation of each one of us, to see that our Heralds fulfill their trust, a trust inseparable from the Christ and first announced by Jesus (Mark 16:15), "Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature."

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Learn more about the Herald and its Mission.