Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Inzichten in het goddelijk Beginsel van het universum

De Christian Science Heraut - 13 augustus 2018

Oorspronkelijk gepubliceerd in de maart 2018 editie van The Christian Science Journal.


Ik ben altijd gefascineerd geweest door astronomie. Het leert ons dat wij leven in een zich uitbreidend universum, dat samengesteld is uit een onmetelijk aantal sterrenstelsels met een onmetelijk aantal sterren. In feite ontdekten astronomen in 2016 dat er op z'n minst tienmaal meer sterrenstelsels in het waarneembare heelal zijn dan voorheen werd gedacht, geschat op ongeveer twee biljoen. En toch is hier op Aarde – slechts één planeet die om één ster draait – elk grassprietje uniek, elk met zijn eigen geschiedenis en samengesteld uit zijn eigen microscopische complexiteit. Hetzelfde kan worden gezegd van elk kiezelsteentje op Mars, of van elk item op elke planeet. Het feit dat elk denkbaar plekje in de onmetelijke uitgestrektheid van het heelal gevuld is met zich voortdurend ontwikkelende complexiteiten, brengt het menselijk gemoed tot nederigheid en verwondering; het is niet te bevatten.

Op een middag zat ik op een bank in het park en keek naar een vredige, maar ingewikkelde scène van mensen, vogels, bomen enzovoort en overdacht de verbazingwekkende oneindigheid van het heelal. In het bijzonder vroeg ik me af hoe een dergelijke onmetelijkheid zoveel detail en orde voortdurend en consequent kon manifesteren. Toen kwam er een analogie in mij op die mijn perspectief echt veranderde.

Neem bijvoorbeeld getallen en de diverse wiskundige bewerkingen die je er mee kunt uitvoeren. We weten allemaal dat er oneindig veel getallen zijn en dat er oneindig veel manieren zijn om met getallen te rekenen overeenkomstig wiskundige wetten. Elk van de oneindig vele uitkomsten van wiskunde bestaan op dezelfde tijd en in dezelfde ruimte; of beter gezegd, zij overstijgen de begrippen van tijd en ruimte omdat zij niet bestaan als stoffelijke objecten, maar als de uitkomst van wiskundige wetten. En elke wiskundige afleiding is exact en correct omdat wiskunde zelf exact en correct is. Dit verbaast ons niet; dit is het wezen van de wiskunde. 

Christian Science, die de wetten van God uitlegt, leert ons dat goddelijk Beginsel een andere naam is voor God. Mary Baker Eddy, de Ontdekster van Christian Science schrijft in Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift: “De tijd is gekomen, dat een eindige opvatting van het oneindige en van een stoffelijk lichaam als zetel van Gemoed plaats moet maken voor een goddelijker besef van intelligentie en haar manifestaties – voor het betere begrip, dat de Wetenschap ons schenkt van het Opperwezen of het goddelijk Beginsel en de goddelijke idee” (blz. 285). 

Wat als we, in plaats van aan het heelal te denken als aan een zeer grote hoeveelheid stoffelijke voorwerpen die alle in tijd en ruimte worden geordend, aan het werkelijke heelal zouden denken als aan de constante en onmiddellijke geestelijke manifestatie van een volmaakt Beginsel, dat God is? Wat als, evenals het geval is bij getallen en wiskundige afleidingen, elk detail van de schepping een exacte en juiste manifestatie was van geestelijke wetten die universeel werkelijk en substantieel zijn? Toegegeven, het geheel van de schepping is veel kleurrijker en interessanter dan het wiskundesysteem. Maar als we op deze manier aan de schepping dachten zou dat dan niet enkele van de paradoxen van tijd en ruimte oplossen met de elegante uitleg dat de dingen in feite bestaan als ideeën, als de uitkomst van een tijdloos en alomtegenwoordig goddelijk Beginsel? 

Terwijl ik daar op dat bankje in het park zat, gaf dit begrip me een helder bevredigend inzicht in schepping. Het was eenvoudig, mooi en natuurlijk. Toen kwam er een ander inzicht tot me dat de dingen verder duidelijk maakte.

In de wiskunde kan een verkeerde afleiding, zoals 4+4=7, nooit waar zijn. Als 4+4 soms 7 was, zouden de wiskundewetten inconsequent zijn en de manifestatie van wiskunde, van astronomie tot technische bouwkunde tot bankieren tot automatisering, zou niet meer functioneren en imploderen. Als 4+4 een stoffelijk gegeven was waarvan de uitkomst soms 7 zou zijn, konden we die uitkomst negeren als een onregelmatigheid en misschien het onderwerp uitwissen of het opnieuw instellen, zodat het weer uitkomt op 8. Maar het feit dat wiskunde gebaseerd is op wetten die zich voortdurend manifesteren, van het oneindig kleine tot het oneindige, voorkomt dat 4+4=7 hoe dan ook, wordt toegelaten.

Evenzo, als het universum een verzameling van stoffelijke voorwerpen is, zouden we dwalingen en inconsequenties kunnen accepteren als afwijkingen die ter correctie een of andere fysieke aanpassing nodig hebben. Maar als het universum in wezen geestelijk is en de huidige manifestatie is van een goddelijk Beginsel, zoals in Christian Science wordt geleerd en zoals het mij duidelijk werd op dat bankje in het park, dan zouden we anders met de dingen omgaan. We zouden elke manifestatie van wanorde of slecht functioneren behandelen als zijnde een gevolg van het niet begrijpen van het onderliggend Beginsel van de schepping en we zouden er aan werken om deze dwalende manifestaties te corrigeren door ons begrijpen van dat Beginsel te verbeteren en te proberen de reeds bestaande harmonie en volmaaktheid te zien. En we deden dat dan met vertrouwen omdat we wisten dat het goddelijk Beginsel evenmin een manifestatie van een dwaling in de schepping mogelijk maakt als de wetten van de wiskunde 4+4=7 mogelijk maakt.

Door deze lijn van redeneren wordt in de gedachten het Beginsel van het universum gevestigd als de blijvende, vaste goddelijke Waarheid. En nu komt het beste deel: Dit Beginsel, deze Waarheid, de wet van God, die de hele schepping openbaart, is Liefde. De Bijbel vertelt ons: “God is liefde” (1Johannes 4:8). En Wetenschap en Gezondheid stelt: “Liefde, het goddelijk Beginsel, is de Vader en Moeder van het heelal, de mens inbegrepen” (blz. 256). Dit betekent dat God het heelal kent als de uitdrukking van goddelijke Liefde. 

Elk begrip dat niet in overeenstemming is met Liefde, zoals zonde, ziekte en dood zijn, bestaat daarom niet voor God en zal voor ons ongegrond blijken in verhouding tot ons begrijpen van het Beginsel van Zijn schepping – dat er niets werkelijk kan bestaan buiten de al-omvattende Liefde.

Natuurlijk kan de verzekering dat alles in het heelal de uitdrukking van een liefhebbende God is verbijsterend lijken als je de vele problemen in de wereld beschouwt. Maar we kunnen beginnen met dit idee te bewijzen door het toe te passen op de dagelijkse uitdagingen die we in ons leven tegenkomen. Niet lang na mijn middagje op de bank voelde ik dat ik kou had gevat. Maar ik kon op een heel natuurlijke manier de noodzaak verwerpen om het gebruikelijke traject van kou-symptomen te ondergaan door dit dieper begrijpen dat heel Gods schepping in volmaakte harmonie is met het goddelijk Beginsel. Met als resultaat dat deze eerste symptomen verdwenen en ik niet ziek werd. 

Standvastig bewijzen dat alles in ons leven Gods liefde tot uitdrukking brengt kan veel inspanning kosten. Het is duidelijk dat niet elke genezing even gemakkelijk is als op een parkbankje zitten! Maar elke glimp van een beter begrijpen van het goddelijk Beginsel van de schepping is een doorbraak.

De missie van de Heraut

In 1903 stichtte Mary Baker Eddy De Heraut van Christian Science, met het doel: „de universele werkzaamheid en beschikbaarheid van waarheid te verkondigen.” (My 353:14) De definitie van ,heraut’ in een woordenboek: „voorloper – een boodschapper die vooruit is gestuurd om bekend te maken wat er gaat komen”, geeft een speciale betekenis aan de naam Heraut en wijst ons bovendien op onze plicht – de plicht van ieder van ons – om te zorgen dat onze Herauten hun taak vervullen, een taak die onafscheidelijk is van de Christus en werd aangekondigd door Jezus met de woorden: „Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen” (Markus 16:15).

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Lees meer over de Heraut en zijn missie.