Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Goddelijkheid omvat onze menselijkheid

De Christian Science Heraut - 15 Juni 2020

Oorspronkelijk gepubliceerd in de januari 2020 editie van The Christian Science Journal.


Veel mensen zijn van mening dat hun dagelijks leven volledig buiten het bereik valt van Gods vermogen om voor hen te zorgen. De conventionele kijk op het leven als stoffelijk neigt ernaar deze visie en de angst die dit kan veroorzaken, te versterken. God kan ver weg lijken en het kan soms lijken aisof we door onze aard van Zijn kracht zijn afgesneden. 

Stoffelijkheid geeft geen aanwijzing over de aanwezigheid, kracht en liefde van God, die oneindige Geest is, of over onze ware aard als de kinderen van God. Maar dat betekent niet, dat de menselijke ervaring is afgesneden van God. Het besef dat wij hier en nu onafscheidelijk zijn van God en onder Zijn bekwame, liefdevolle bestuur staan, komt door de geestelijke zin, een inherent door God gegeven vermogen om de realiteit van Geest te begrijpen. Wanneer wij bidden om meer van de geestelijke zin van leven te verwerven, vinden wij hier op aarde steeds meer bewijzen van de hemel – van de harmonie en liefde van God, Geest, die ons bestuurt.

Door de hele Bijbel heen worden zekerstellingen van de zorg van God gegeven door mensen met een diep begrijpen van en liefde voor God. Een bekend voorbeeld is Psalm 23, waar onder andere staat: “De HEERE is mijn Herder. mij ontbreekt niets. Hij doet mij neerliggen in grazige weiden, Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren … Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven, Ik zal in het huis van de HEERE blijven tot in lengte van dagen” (vers 1, 2, 6).

Deze en soortgelijke beloftes in de Bijbel zijn verankerd in de elementaire waarheid, dat wij allemaal kostbare nakomelingen van God zijn. Dit is zo’n simpel concept, maar als we bedenken dat God oneindige Geest is, de goddelijke Liefde, dan wordt gezien dat de gevolgen hiervan oneindig en wonderschoon zijn.

De nakomelingen van Geest zijn geestelijk, niet stoffelijk. Dus onze ware individualiteit – wat wij eigenlijk zijn – is geestelijk. En onze eeuwige erfenis is de geestelijke goedheid, harmonie, vreugde, heelheid en vrijheid die aan Geest toebehoren en aan ons zijn gegeven door de goddelijke Liefde.

Christus Jezus’ ongeëvenaarde genezingsmissie toonde met verbazingwekkende kracht de huidige realiteit, dat de mens niet kan worden gescheiden van God en wat dit betekent voor een ieder van ons in elk aspect van ons leven. Wanneer Jezus genas, voelden grote menigten van mensen zich omarmd door de genezende aanwezigheid en kracht van God, die hij tot uitdrukking bracht en die hun lichaam weer normaal maakte – en ook hun leven verbeterde.

In de Bijbel staat bijvoorbeeld het verhaal van Jezus’ ogenblikkelijke genezing van een blinde man, die geen andere keus had dan te bedelen (zie Markus 10:46-52). Door zijn genezing was hij fysiek vrij om een normaal leven te leiden, vermoedelijk met nuttig werk.

Er waren ook genezingen van degenen die verlamd, doof, doofstom, verminkt, kreupel, zwak en ziek waren. In ieder van deze gevallen omvatte de kracht van de goddelijkheid de menselijkheid van deze individuen en bracht heelheid en vrijheid in hun leven.

Aan een van de apostelen refererend, schrijft Mary Baker Eddy in het Christian Science leerboek: “Johannes zag het samengaan van het menselijke en het goddelijke, dat in de mens Jezus zichtbaar was geworden, als het goddelijke dat het menselijke omvat in Leven en de demonstratie daarvan, zodat de mens het Leven, dat God is, kan waarnemen en begrijpen” (Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, blz. 561).

De onuitsprekelijk liefdevolle, genezende actie van de goddelijkheid die tot het menselijk bewustzijn komt en de menselijke ervaring omvat, is de actie van de Christus – de goddelijke Waarheid die Jezus belichaamde en vertegenwoordigde. Waarheid spreekt tot het menselijk bewustzijn en wij horen Waarheid inwendig als geestelijke intuïtie en kennis, die ons bezielt met hoop en vertrouwen in God en ons in staat stelt de heelheid van onze ware, door God gegeven individualiteit als Zijn uitdrukking, Zijn geliefde geestelijke idee, duidelijker waar te nemen.

De goddelijke Liefde – de oneindige Geest, het ene Gemoed – is onze al-wijze Ouder, eeuwig betrouwbaar in Zijn / Haar voorziening en zorg voor ons. De goddelijke Liefde schenkt oneindige goedheid aan elk van Haar kinderen, Haar geestelijke ideeën. Hoe leeg zou Gods Vader-Moederschap lijken als het niet het troostende, steunende bewijs hiervan gaf in ons menselijk leven en bij onze bezigheden.

Gelukkig wordt door de invloed van de Christus in de menselijke gedachte, de zorg van onze Vader-Moeder duidelijk, omdat Christus Immanuel is, oftewel “God met ons” (Mattheüs 1:23). Door de Christus wordt de goddelijke zorg van Liefde gezien in geestelijke vertroosting en genezing – in gezondheid, een gelukkig thuis, juiste vriendschap, voldoeninggevend werk, geriefelijke voorziening. Het wordt gezien in wijze leiding bij dagelijkse activiteiten, en ook bij de grotere gebeurtenissen in ons leven, in een vervullend, zich altijd ontvouwend doel, en zo verder.

Waarheid is altijd bij ons, altijd levend, actief en effectief. Het vernieuwt onze gedachten en transformeert ons leven op geestelijke wijze en brengt het bewijs van Gods liefdevolle zorg naar het brede scala van onze menselijke ervaringen.

Deze transformatie heeft ook invloed op het lichaam. Ook al lijkt het menselijk lichaam zichzelf te besturen, zijn eigen condities en capaciteiten als zelfwerkzame stof te scheppen, toch wordt uiteindelijk duidelijk dat het lichaam de uitdrukking van gedachten is. Het wordt niet alleen maar beïnvloed door gedachten, maar is het is letterlijk de uiterlijke verschijning van gedachten.

Het lichaam laat de bewuste en onbewuste opvattingen zien die wij over onszelf aanhangen, evenals wat wij aannemen van de wereldse opvattingen over de mensheid in het algemeen. En omdat het lichaam in wezen mentaal is, wordt het genezen wanneer de goddelijke Waarheid onze gedachten verlicht door middel van gebed en geestelijke regeneratie.

Jezus zei: “De lamp van het lichaams is het oog; als dan uw oog oprecht is, zal heel uw lichaam verlicht zijn” (Mattheüs 6:22). Jezus leerde ons door beeldspraak het belang van het menselijk denken, waar het aandacht voor heeft en waarmee het instemt – de noodzaak om onze gedachten enkel en alleen toe te wijden aan waarheid, waarvan hij zei dat die ons zal vrijmaken (zie Johannes 8:32). In de mate dat wij Waarheid toestaan onze gedachten te besturen, bestuurt Waarheid ook het lichaam harmonisch, houdt het gevuld met licht en vrij van de duisternis van ziekte en beperking.

Omdat God Geest is, is het universele geslacht van de mens geheel geestelijk, het oneindige beeld of idee van God. Een idee van iets vertegenwoordigt dat iets en geeft er uitdrukking aan. Alle mensen in hun ware individualiteit vertegenwoordigen God. Daarom geven zij uitdrukking aan de volmaakte capaciteiten van Gemoed, inclusief volmaakte intelligentie, onderscheidingsvermogen en begrijpen. Ze geven uitdrukking aan de kracht van Geest, de energie en vitaliteit van Leven, het volmaakte welzijn van Ziel.

Naarmate wij de geestelijke werkelijkheid begrijpen en er geen weerstand aan bieden, toont het lichaam meer van de harmonie van het goddelijk Gemoed. Onze lichamelijke vermogens worden dan minder door stoffelijke opvattingen en meer door het goddelijk Gemoed bestuurd. Ze geven dan beter de volmaaktheid van Geest weer, en wij ondervinden dat ze feitelijk door Geest in stand worden gehouden – omdat onze gedachten met het begrijpen en licht van Geest zijn doordrenkt.

Mary Baker Eddy schrijft in Wetenschap en Gezondheid, “Mozes bracht een volk tot de aanbidding van God in Geest in plaats van in de stof en hij gaf een voorbeeld van de grootse vermogens van het zijn, de mens door het onsterfelijk Gemoed geschonken” (blz. 200). Zoals over hem in de Bijbel staat: “Mozes nu was honderdtwintig jaar oud toen hij stierf; zijn oog was niet dof geworden en zijn kracht was niet vervlogen” (Deuteronomium 34:7).

De vermogens die het goddelijk Gemoed tot uitdrukking brengt in de mens zijn de vermogens van Geest, dus zij zijn geheel geestelijk, niet stoffelijk. Maar het bewijs van die werkelijkheid kan worden gezien in de menselijkheid. Ook wij kunnen groeien in het begrijpen en de demonstratie van onze ware door God gegeven vermogens en steeds meer ervaren van wat Mary Baker Eddy noemt: ... “de grootse vermogens van het zijn, de mens door het onsterfelijk Gemoed geschonken.”

Met andere woorden, onze menselijke vermogens hoeven geen machteloze uitingen te zijn van een stoffelijke geloof. In plaats daarvan kunnen zij steeds meer de eeuwige macht, helderheid, scherpte en frisheid laten zien, ons geschonken door het goddelijk Gemoed. In Wetenschap en Gezondheid staat: “De menselijke vermogens ontwikkelen en vervolmaken zich, naarmate de mensheid het ware begrip omtrent de mens en God verkrijgt” (blz. 258).

Op allerlei manieren en in alle aspecten van het menselijk leven, bereikt Gods plan, macht en liefde de mensheid. In de Bijbel staat dat Christus Jezus  kwam, omdat God de wereld zo liefhad. (zie Johannes 3:16). En hij kwam, zodat ieder van ons generaties lang hier en nu zou beginnen de eeuwige volheid van onze ware door God gegeven individualiteit te ervaren.

Dit kan ons iedere dag zoveel hoop geven! Wij zijn niet alleen. De liefde van God is hier om onze tranen te drogen, onze gedachten en ons karakter te zuiveren, ons lichaam heel te maken, onze carrières te leiden en in al onze behoeften te voorzien. En dit alles levert voortdurend het bewijs van onze eeuwige eenheid met God als Zijn geliefde kinderen, Zijn volmaakte geestelijke ideeën, die de oneindige goedheid van God vertegenwoordigen en verheerlijken.

ACCESS MORE GREAT ARTICLES LIKE THIS!

Welcome to Herald-Online, the home of The Christian Science Herald. We hope you'll enjoy this article that has been shared with you.

To receive full access to the Heralds, activate an account using your print Herald subscription, or subscribe to JSH-Online today!

De missie van de Heraut

In 1903 stichtte Mary Baker Eddy De Christian Science Heraut, met het doel: “de universele werkzaamheid en beschikbaarheid van Waarheid te verkondigen” (My 353:14). De definitie van ‘heraut’ in een woordenboek: “voorloper – een boodschapper die vooruit is gestuurd om bekend te maken wat er gaat komen”, geeft een speciale betekenis aan de naam Heraut en wijst ons bovendien op onze plicht – de plicht van ieder van ons – om te zorgen dat onze Herauten hun taak vervullen, een taak die onafscheidelijk is van de Christus en werd aangekondigd door Jezus met de woorden: “Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen” (Markus 16:15).

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Lees meer over de Heraut en zijn missie.