Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Bevrijd van symptomen van jicht

De Christian Science Heraut - 11 februari 2016

Oorspronkelijk gepubliceerd in de 14 december 2015 editie van de Christian Science Sentinel


Begin 2014 kreeg ik vanuit het niets een pijnlijk gevoel in beide handen en polsen. Aanvankelijk vond ik de pijn alleen maar lastig, omdat ik mijn dagelijkse activiteiten moest minderen om de belangrijkste dingen te kunnen doen, zoals pianospelen voor de kerkdiensten, en ik vond alternatieve oplossingen voor veel taken. Maar in de zomer was het probleem een obstakel geworden voor bijna al mijn bezigheden. Hoewel het verleidelijk was  om door te gaan met het “kunnen hanteren” van het probleem, wist ik door mijn studie van Christian Science dat het kon worden overwonnen.

In eerste instantie behandelde ik de suggestie van pijn in de handen door elke intelligentie in de stof, en dus elk gevoel van pijn, te ontkennen en de juistheid te bevestigen van mijn vermogen volledig te functioneren, omdat mijn ware vrijheid en heerschappij door God gegeven zijn. Maar toen de toestand verslechterde – er waren momenten waarop normaal bewegen nauwelijks mogelijk was – herinnerde ik mij de instructie van Mary Baker Eddy voor wanneer een behandeling nooodzakelijk is: “Wilt u iemand genezen door argumenten te gebruiken, dan moet u de aard van de kwaal leren kennen, de naam ervan vaststellen en uw mentaal pleidooi tegen dat van het lichaam richten” (Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift, blz. 412).

Ik kende de term jicht en wist dat hij volgens de algemene opinie in verband werd gebracht met ouder worden. Ik woon alleen in mijn eigen huis, daarom was de dreiging dat mijn onafhankelijkheid zou worden ingeperkt angstaanjagend. Toen het probleem voortduurde, was mijn mentale argument de bevestiging dat alle actie een manifestatie is van het oneindig goede, God genaamd. In dit universum van het oneindig goede zijn “vraag” en “voorziening” verenigd; er kon geen behoefte zijn aan juiste normale beweging zonder het natuurlijke, harmonische vermogen om te doen wat God ons laat doen, en deze waarheid was op alles van toepassing wat ik menselijk gesproken moest doen. Ik ging door met te ontkennen dat de stof ook maar enige intelligentie heeft om pijn te veroorzaken of beweging te belemmeren. En ik ontkende dat de mens als de weerspiegeling, de volmaakte idee van God, ooit zijn vermogen kan verliezen om volledig uitdrukking te geven aan het goede, wat de kalender ook mag suggereren.

Mijn aandacht werd getrokken naar een belofte in het Christian Science leerboek: “Wat uw plicht ook van u vraagt, u kunt het doen, zonder nadeel voor uzelf” (Wetenschap en Gezondheid, blz. 385). Dit bracht mij op de gedachte om vanuit het principe van “plicht” de routines waaraan ik gewend was geraakt onder de loep te nemen. Strookte het nog wel met mijn huidige dagelijkse routines om nog steeds door te gaan met bepaalde lichamelijke oefeningen? Hier sta ik dan, tientallen jaren na mijn deelname aan rugby- en basketbalwedstrijden, dus wat was de noodzaak om er nog steeds voor te trainen? Was ik soms bang dat ik mijn vermogen om normale activiteiten te verrichten zou verliezen als ik geen oefeningen meer deed? Ik dacht terug aan de mentale grondslag van fysieke actie, en de vele keren toen ik als atleet aan wedstrijden deelnam en als ‘op het juiste moment’ de prestaties van kracht en snelheid het niveau van de training overtroffen. Ik besefte dat sommige dingen die ik deed beschouwd konden worden als exhibitionisme (ook al keek niemand ernaar!), en niet als geestelijk geleide activiteit. Daarom nam ik mij voor de noodzakelijke wijzigingen aan te brengen in mijn oefeningen en in de wijze waarop ik erover dacht.

De ergste symptomen van het duim/hand probleem verdwenen snel, en na verloop van verscheidene maanden werd de afmattende pijn minder en verdween ten slotte helemaal. Ik kon mijn handen weer normaal gebruiken, en zelfs kon ik die stroeve deksels van augurkenpotten en ketchupflessen afdraaien.

Afgelopen zomer ondernamen mijn hond en ik onze jaarlijkse reis naar het Hogere Schiereiland van Michigan. Mijn leven daar is behoorlijk arbeidsintensief: water pompen uit de waterput en sjouwen met volle emmers , houthakken en kloven, kanoën, aas voor de vissen uitwerpen en nu en dan timmerwerk met primitief handgereedschap. Ik was erg dankbaar dat ik kon genieten van deze ervaringen, temeer daar mijn verblijf de voorafgaande zomer vroegtijdig moest worden beëindigd vanwege het probleem met de handen.

Gedurende de zomer las ik ook weer een verzameling van alle gesproken woorden die aan Christus Jezus zijn toegeschreven in de vier Evangeliën en in het boek Handelingen. Dit intensieve lezen hernieuwde mijn waardering voor het onwrikbare vertrouwen en de standvastigheid waarmee hij, als de Zoon van God, elke verkeerde suggestie die hem werd voorgehouden tegemoet trad. En de raad van Paulus sprak mij aan: “Wordt krachtig in de Heere” (Éfeze 6:10).

Dit recente probleem – nu gelukkig meer dan een jaar geleden genezen – is voor mij een aansporing om altijd alert te zijn op de vraag: “Zijn gedachten goddelijk of menselijk?” (Wetenschap en Gezondheid, blz. 462). Accepteer ik het sterfelijke beeld van de mens als werkelijk, of houd ik vast aan de waarheid van God, het goede, als oneindig – en aan de mens als Gods geestelijke gelijkenis?

Met mijn getuigenis wil ik laten zien dat de leer en toepassing van Christian Science ons een uitweg verschaffen uit de problemen van de fysieke zin naar de demonstratie van geestelijke vrede en harmonie. Gelukkig bestaat er geen pensioen of vastgestelde leeftijd voor deze manier van studie, maar is er voortdurend de belofte van grotere demonstraties. Groot is mijn dankbaarheid voor Mary Baker Eddy, die haar diepe begrijpen van de Bijbel doorgeeft in haar boeken, en de Wetenschap van God en de mens duidelijk maakt.

Garwin Smith
Broaddus, Texas, VS

De missie van de Heraut

In 1903 stichtte Mary Baker Eddy De Christian Science Heraut, met het doel: “de universele werkzaamheid en beschikbaarheid van Waarheid te verkondigen” (My 353:14). De definitie van ‘heraut’ in een woordenboek: “voorloper – een boodschapper die vooruit is gestuurd om bekend te maken wat er gaat komen”, geeft een speciale betekenis aan de naam Heraut en wijst ons bovendien op onze plicht – de plicht van ieder van ons – om te zorgen dat onze Herauten hun taak vervullen, een taak die onafscheidelijk is van de Christus en werd aangekondigd door Jezus met de woorden: “Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen” (Markus 16:15).

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Lees meer over de Heraut en zijn missie.